Het geheugen van de vakbeweging

Mevrouw Keyzer-Besselink

“Ik heb bij de Vrouwenbond geleerd eens verder te kijken dan Hummelo”

In 2012, 2013 heeft Siska Caneel een groot aantal verhalen opgetekend van ‘Vrouwenbondsvrouwen’. Deze zijn gebundeld in het boek De Vrouwenbondsvrouwen, 1948 – 2013, 65 jaar Vrouwenbond(s)levens. Mevrouw Keyzer-Besselink (1928-2012) uit Hummelo, lid sinds 1964, is één van hen.

Mevrouw Keyzer-BesselinkMevrouw Keyzer-Besselink

In de Achterhoek was het allemaal anders, mevrouw Keyzer herinnert zich de Vrouwenbond vooral als een gezelligheidsvereniging. En als de voorzitter er dan op aandrong dat er ook aandacht voor scholing en projecten moest zijn dan werd dat wel gedaan, maar niet van harte. Net 84 jaar geworden probeert ze de beginjaren uit haar herinnering op te halen. 
In 1962 trouwde mevrouw Keyzer en omdat haar man lid was van de vakbond werd zij lid van de Vrouwenbond. Haar zus was ook al lid. Een kennisje, waarvan ze de naam is vergeten, nam haar mee naar de afdeling Hummelo. Ze voelde zich er meteen thuis. “Ik was heel blij dat er iets werd gedaan voor de vrouwen uit de arbeidersklasse. Het gaf een enorme verbondenheid dat daar gelijkgestemde en gelijkdenkende vrouwen waren. Daar ben ik nog blij mee”, benadrukt ze. 
Na een tijdje werd ze gevraagd voor een bestuursfunctie, maar dat heeft ze afgewimpeld. “In de eerste plaats dacht ik dat ik zoiets niet zou kunnen”, legt ze uit. “Maar vooral omdat mijn man ziek was geworden en ik hem verzorgde had ik er domweg geen tijd voor. Naast de zorg voor mijn man en onze twee kinderen, had ik ook nog een paar werkhuizen, het waren drukke tijden. 
Wiesje Eisenga was onze voorzitter, zij heeft heel veel gedaan voor de Vrouwenbond. Ze stimuleerde ons bijvoorbeeld om mee te gaan naar de regiobijeenkomsten in Arnhem. Dan gingen we met de trein naar station Velperpoort en vandaar naar ‘De Opbouw’ aan de Velperweg. Indertijd een echt rood bolwerk. Daar werden dan de projecten voorbereid en besproken. Soms was er iemand van de scholingscommissie en ook wel van het landelijk bestuur. Ook ontmoetten we daar weer veel vrouwen uit de hele regio en dat gaf mij weer dat fijne gevoel van verbondenheid. We wisselden samen veel ervaringen uit. Het waren fijne bijeenkomsten. 
Ook hebben we veel gehad aan Gerrie Jolink uit Wish, zij wist veel over de politiek en gaf ondersteuning. Zelf ben ik tot mijn spijt nooit in Vierhouten geweest, dat was te ver weg voor me. Maar ik probeerde wel bij de afdelingsbijeenkomsten te zijn. Even weg van thuis. En Wiesje loodste ons door de projecten heen. Zij benadrukte altijd hoe belangrijk het was en dat we beslist meer dan een gezelligheidsclub moesten zijn. Daar heb ik ook wel van geleerd toch wat verder te kijken dan Hummelo. Al vonden sommigen dat wij ons hier niet druk hoefden te maken over de situatie elders in de wereld. Ik heb toen ook nog eens meegelopen met een grote vredesdemonstratie”.
Ook waren er bijeenkomsten met andere afdelingen uit de buurt, zoals Terborg en Doesburg. Men maakte samen uitstapjes, bijvoorbeeld naar een kaasfabriek in Steenderen, heel informatief. Maar dat gezamenlijke werd toch geen succes. De wensen liepen soms erg uiteen en de kosten werden te hoog. Een andere voorzitter was nog Nel Janssen van Voorst, maar daar weet mevrouw Keyzer niet veel meer van. Zelf heeft ze nog wel een secretarisfunctie gehad en met hand- en spandiensten geholpen, zoals het rondbrengen in het dorp van convocaties.
Ze dacht ook mee over het winterprogramma. Dan werden belangrijke mensen uit het dorp uitgenodigd om iets te vertellen over hun werk. Iemand had een broer die gemeenteraadslid was, die werd bijvoorbeeld gevraagd, net zo als een notaris en de politie. Mevrouw Keyzer vond de samenkomsten geweldig: “Ik kreeg dan zo’n fijn gevoel, veel vrouwen samen, samen sterk, samen ergens voor staan. De Vrouwenbond was onze ruggensteun.”
Tot haar spijt is haar dochter nooit lid geworden van de Vrouwenbond, erger nog, haar schoonzoon is er tegen en vindt het helemaal niks. Hij begrijpt niet waarom mevrouw Keyzer nog steeds lid is van die Vrouwenbond. “Nou, ik blijf lid zolang ik mijn beide ogen nog open heb. Ik voel me een verrader als ik zou besluiten mijn lidmaatschap op te zeggen. Al heb ik er nu niet zo veel meer aan, ik kijk wel altijd uit naar het Magazine. Dan blijf ik tenminste op de hoogte van de vrouwenzaken, je raakt veel kwijt als je ouder wordt.”
Mevrouw Keyzer is al een tijdje ziek en komt haar huis niet meer uit. Daardoor is ze wel alle sociale contacten kwijt geraakt. De vrouwen van de Vrouwenbond die er nog moeten zijn, hebben zelf ook al hoge leeftijden bereikt en komen allang niet meer samen. Ze mist het wel. “De Vrouwenbond was belangrijk voor vrouwen en is ook nu nog nodig. Wie doet er nu echt iets voor vrouwen? Ik vind het zo jammer dat ik niet actiever kon zijn. Ik had me willen verdiepen in veel maatschappelijke zaken, ik zag zo veel mogelijkheden voor vrouwen zoals ikzelf, om te groeien. Maar het ging niet vanwege de thuissituatie.” 
Mevrouw Keyzer heeft wel gehoord en gelezen over alle actuele perikelen van de bond maar ze is heel duidelijk: “de bond is belangrijk omdat ze opkomt voor de positie van vrouwen en de Vrouwenbond moet blijven!”
Siska Caneel
Hummelo, juli 2012
Drie weken na dit interview met mevrouw Keyzer ontving ik het bericht van haar overlijden op 3 augustus.