Het geheugen van de vakbeweging

Voorstellen voor een welwillende maar niet afdoende therapie

Menno Tamminga analyseert verschrompeling van vakbondsvuist

Omslag Menno Tamminga, De vuist van de vakbond
Omslag Menno Tamminga, De vuist van de vakbond

In onderzoeken naar vertrouwen in grote instituties scoort de vakbeweging stelselmatig hoger dan de regering, de Tweede Kamer, de televisie of grote ondernemingen. Meer dan tweederde van de werknemers is tevreden met de eigen cao. Nog hoger is de waardering voor de belangenbehartiging van de vakbeweging in het algemeen. Maar tot verbazing van NRC-journalist Menno Tamminga slaagt de vakbeweging er niet in deze positieve houding te verzilveren in een groeiend ledental. In ‘De vuist van de vakbond’ analyseert hij deze paradox en doet hij – als ware hij FNV-voorzitter – vijf voorstellen voor verbetering.

Tamminga onderscheidt drie structurele trends die nadelig voor de vakbeweging uitpakken; de tijdgeest, de arbeidsmarkt en de metaformose van de Nederlandse economie. De tijdgeest is er één van individualisme, eigen verantwoordelijkheid en zelfredzaamheid. Tamminga geeft aan dat ook andere maatschappelijke organisaties daarmee hebben te kampen, zoals kerken, omroepverenigingen, kranten en politieke partijen. De liberale tijdgeest en het individualisme staan ogenschijnlijk haaks op karakter en boodschap van vakbonden, van collectieve organisaties die groepsbelangen van individuele leden behartigen.

De boot gemist

Op de arbeidsmarkt heeft de FNV – Tamminga haalt regelmatig vakbeweging en FNV door elkaar – ‘de boot gemist’. Sinds het eind van de jaren negentig hebben de bonden meegewerkt aan nieuwe regels die meer ruimte boden voor flexibele arbeidscontracten en uitzendwerk, maar bekommerden zich vervolgens ‘jarenlang’ niet om de nadelige praktische uitwerking ervan. De doorgeschoten flex is daar het gevolg van. De FNV vecht hier – in de ogen van Tamminga – tegen zichzelf: het toenemende aantal zzp-ers past niet in de collectieve schema’s van de vakbeweging, hoewel cao’s en pensioenregelingen steeds meer keuzemogelijkheden bevatten, die tegemoet komen aan individuele wensen.

De derde trend, de metamorfose van de Nederlandse economie van industrie naar dienstverlening, heeft de vakbeweging beroofd van haar traditionele bolwerken. Bedrijven waar grote groepen werknemers op hetzelfde moment gezamenlijk door de poort binnenkomen en verlaten, dezelfde arbeidsomstandigheden ervaren, zijn in omvang gekrompen. Strategische beslissingen worden nu verder van de invloed van de vakbeweging genomen, niet zelden in het buitenland. Tamminga ziet vergelijkbare ontwikkelingen bij uitvoerende diensten van overheden, zoals het openbaar vervoer, vuilophaaldiensten. Minder blauwe overalls, meer witteboorden. En juist op witteboorden oefent de vakbeweging traditioneel minder aantrekkingskracht uit.

Menno Tamminga
Menno Tamminga (foto Bob Bronshoff op achterzijde boek)

Voor een overtuigende reactie op de verschrompeling van de vakbondsvuist maakt Tamminga een rondje langs vakbondsmensen die de laatste twintig jaar een vooraanstaande rol hebben gespeeld. Uit de uiteenlopende antwoorden destilleert hij een vijfpunten strategie – vuist, vijf vingers – ter versterking van de kracht van de vakbeweging; extra voordeel voor leden, betere aanpak vernieuwing, aanpakken van interne onvrede, inhoud geven aan het bestaansrecht, en nu al zoeken naar een opvolger van de net aangetreden FNV-voorzitter Han Busker.

Meer voordelen voor leden

Aan het vakbondslidmaatschap dienen concrete voordelen te worden verbonden. De niet-leden krijgen nu de cao, waarover in brede kring tevredenheid bestaat, gratis. Tamminga denkt eraan vakbondsleden eerder een kans te geven op een vaste baan. Of meer en ruimere scholings- of studiefaciliteiten. En bij reorganisaties extra geld of voorzieningen. Wet- en regelgeving staan dat nog in de weg, maar – zegt Tamminga – de vakbeweging zal toch een concreet antwoord moeten geven op de vraag van ongeorganiseerden: ‘what’s in it for me?’

Als voorbeelden van betere vernieuwing noemt Tamminga ‘organising’, Young & United met de strijd voor verhoging van het jeugdloon. En leren van ‘broodfondsen’, die inmiddels meer dan 10.000 zelfstandigen onderling hebben verzekerd tegen inkomstenderving. In dit kader wijst hij ook op het Team Handhaving en Naleving FNV, die naleving van de cao bevordert en misstanden op de werkvloer opspoort. “De begroting van het Team loopt tot 2018. Ik zou de financiering als voorzitter onmiddellijk en structureel verlengen.”

In zijn rondgang heeft Tamminga vastgesteld dat er binnen de FNV onvrede bestaat over de interne taakverdeling. Teveel mensen in de bureaucratie, te weinig aan het front. En daarbinnen is er ook nog eens weinig ruimte voor ‘initiatieven van onderop’. Hij bepleit daarom het loslaten van de strakke oördinatie van het arbeidsvoorwaardenbeleid. Daardoor zou er meer ruimte kunnen zijn voor een eigen strategie binnen de sectoren. Want wie succesvol leden wil werven moet meer zijn dan een ‘brood-en-boter-bond’ die hoge looneisen stelt. “FNV Havens organiseert om de paar jaar een congres waarin het heden en de toekomst van de havens centraal staan. Dat moeten andere sectoren ook doen.”

Vergrijzing

Als een rode draad loopt in het boek het vraagstuk van de vergrijzing. Dat betreft ook het aantal gezonde ouderen dat na het pensioen wil blijven werken, betaald of als vrijwilliger op de buurtbus. De FNV schermt, aldus Tamminga, gemakkelijk met een verbod. Want het is verdringing. Een onhoudbare reflex, zegt hij. De FNV zal een modus vivendi moeten vinden.

Han Busker, FNV-voorzitter

Han Busker was de enige kandidaat voor het FNV-voorzitterschap. Tamminga vindt dat verontrustend, zelfs alarmerend. Hij noemt enkele ‘geschikte tegenkandidaten’ die voorkeur hebben gegeven aan een aanbod van een politieke partij om op de Tweede Kamerlijst te komen. “Ik zou de relaties met hen warm houden, maar voor de zekerheid ook in eigen huis twee mensen een prominente zelfstandige rol geven als potentiële opvolger”.

‘De vuist van de vakbond’ geeft bestuurders en kaderleden van de vakbeweging in het algemeen veel stof tot nadenken. Zijn suggesties voor het toekomstig beleid zijn welwillend. Zijn niet doortrokken van het elders veel voorkomende journalistiek cynisme, van de framing van de vakbeweging als anachronisme. Maar het heeft wel de journalistieke tekortkoming dat hij put uit de gesprekken met de mensen met wie hij heeft gesproken. En dat hij niet zijn oor te luister heeft gelegd bij de tachtig procent van werkenden die niet bij de vakbeweging is aangesloten. Hun vertrouwen in de vakbeweging, hun tevredenheid over de belangenbehartiging heeft hij ontleend aan onderzoeksinstituten als het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), TNO en het Sociaal-Cultureel Planbureau (SCP).

Sprong over de eigen schaduw heen

De ‘zwakte’ van de vakbeweging is de overmatige invloed van het oude, vaak niet meer in het bedrijfsleven actieve –  kader op de beleidsvorming. Vaak krachtig geschoold in de jaren zeventig en tachtig in de opvattingen die toen de overhand hadden. En waar ze maar moeilijk van los kunnen komen.  In 1986 heeft de FNV van zichzelf vastgesteld dat het ledenbestand een afspiegeling was van de arbeidsmarkt van de vijftiger jaren. Opnieuw moet worden geconstateerd dat het ledenbestand de ontwikkelingen op de arbeidsmarkt niet heeft bijgehouden. Als de vakbeweging zijn representativiteit wil vergroten, zal zij te rade moeten gaan bij degenen die nog niet zijn aangesloten. Met hen in gesprek moeten gaan over het arbeidsbestel in het algemeen, over flex en vast, over ontslagrecht, over pensioen en oudedagsvoorzieningen, over de zeggenschapsverhoudingen binnen het bedrijf en de rol van de ondernemingsraad. Niet vanuit in beton gegoten beleidsstandpunten. Maar in een poging ‘over de eigen schaduw heen te springen’. Dat zou wel eens tot verfrissende opvattingen kunnen leiden. Zoals de FNV in 1993 ‘de opheffing van de familie Doorsnee’ wist te bewerkstelligde en zo een einde maakte aan het kostwinnersmodel in belastingen en sociale zekerheid. En daarmee de weg opende naar economische zelfstandigheid van vrouwen.

Tamminga is zo ver niet gekomen. Maar wat let de FNV-leiding om geïnspireerd door zijn aangereikte denkbeelden en historische analyses zelf die uitdaging op te pakken?

 

Jeroen Sprenger

 

Juni 2017

 

Menno Tamminga, De vuist van de vakbond, Een recente geschiedenis, De Bezige Bij, Amsterdam 2017, ISBN 978 90 234 5005 4