Het geheugen van de vakbeweging

Cursus van FNV Bouw voor leden van de ondernemingsraad

Onder Dak! – FNV Bouw 1982-2015

MEDEZEGGENSCHAP IN DE BOUW HEEFT NOG LANGE WEG TE GAAN

MEERWAARDE ONDERNEMINGSRADEN ONVOLDOENDE ONDERKEND

In de bouwnijverheid heeft de ondernemingsraad (OR) later zijn intrede gedaan dan in andere bedrijfstakken zoals de industrie. In de praktijk komt medezeggenschap nog steeds vaak moeizaam van de grond. Waar zou dat aan liggen?

De bouwnijverheid kent vijf sectoren. De medezeggenschap heeft zich per sector verschillend ontwikkeld. Daarom is het goed die sectoren eerst nader onder de loep te nemen. De grootste is de sector Bouw en Infrastructurele werken, de wereld van de Burgerlijke en Utiliteitsbouw en de Grond-, Weg- en Waterbouw. In deze sector (kortweg ‘bouw’ genoemd) zijn onderaannemers en bouwbedrijven – van kleine aannemers tot grote bouwconcerns – actief. Ten tweede is er de sector Afbouw en Onderhoud, daartoe behoren de schilders, stukadoors, vloerenleggers, natuursteenbewerkers en onderhoudsbedrijven. Zij bouwen af wat de sector bouw als ruwbouw neerzet. De derde sector is die van de Meubel- en Houtindustrie. Deze bestaat voornamelijk uit de meubelbedrijven, de timmerfabrieken en de houthandel. De vierde sector is de sector Woondiensten. Dat zijn de woningbouwverenigingen, die (sociale) huurwoningen beheren en onderhouden. Ten slotte onderscheiden we de sector Waterbouw: de internationale wereld van de baggeraars.

De bouw is een rijk gevarieerde bedrijfstak met speciale kenmerken. Het is een rondreizend circus met steeds andere werkgevers en onderaannemers, werkend op verschillende bouwobjecten, verspreid over het land. Dat is heel anders dan een fabriek op een vaste locatie met vast personeel en dezelfde directeur en vaak met dezelfde OR-leden.

IMPULS

Halverwege de jaren zeventig telde de bouwnijverheid nog maar een tiental ondernemingsraden. In de jaren tachtig groeide dat aantal wel, maar het bleef achter bij de landelijke trend.

Cijfers uit de jaarverslagen van FNV Bouw,
aantal ondernemingsraden

Sector 1978 1979 1980 1981 1982 1983 1984
Bouw

161

159

183

185

201

198

202

Schilders

3

3

4

4

5

4

4

Bagger

10

11

11

11

13

11

11

MHI

57

51

56

53

53

46

50

Totaal

231

224

254

253

272

259

267

In de loop van de tachtiger jaren kreeg de medezeggenschap in de bouw een impuls. Bij de Bouw- en Houtbond FNV kwam er een beleidsafdeling Medezeggenschap die in 1988 een campagne initieerde om meer ondernemingsraden op te richten. Doel was om in één jaar tweehonderd nieuwe ondernemingsraden in het leven te roepen. Deze campagne heeft veel zoden aan de dijk gezet, ook omdat de districtsbestuurders er als taak bijkregen om zich met ondernemingsraden bezig te houden. Het doel werd echter pas in 1991 gehaald. In de jaren daarna steeg het aantal ondernemingsraden in de bedrijfstak gestaag: 673 in 1995, 745 in 1996 en 805 in 1997. Daarbij moeten we in ogenschouw nemen dat de Wet op de Ondernemingsraden (WOR) in 1982 is gewijzigd en alle bedrijven met 35 tot 100 werknemers verplicht werden een ondernemingsraad – weliswaar met minder bevoegdheden – in te stellen. Vanaf 1998 werden bedrijven vanaf vijftig werknemers verplicht een volwaardige ondernemingsraad in het leven te roepen.

KWALITATIEVE SLAG

Niko Manshanden

Rond deze tijd vroeg de Bouw- en Houtbond FNV zich af of het accent niet te veel lag op het aantal ondernemingsraden. Bestaande ondernemingsraden moesten zich buigen over complexe vraagstukken rond arbeidsomstandigheden en reorganisaties. Daarom besloot de bond ook een kwalitatieve slag te maken. Zo kwamen er bij het Scholingsinstituut FNV steeds meer cursussen die zich richtten op de bouw, waardoor er een heus bouwteam van OR-trainers ontstond met korte lijnen naar de bestuurders van de Bouw- en Houtbond FNV. En de bond riep een Advies- en Informatiepunt in het leven waar OR-leden met hun vragen terecht konden. Verder kwamen er OR-platforms, landelijke- en regionale OR-studiedagen en werden er OR-brochures en voorbeeld-reglementen gemaakt. In 1998 zag het Jaarboek Medezeggenschap voor de bedrijfstak met handige tools voor de ondernemingsraad het licht.

In 2001 had 62 procent van alle bedrijven in de bedrijfstak een ondernemingsraad. In 2011 was dat opgelopen naar 74 procent.  Verdeeld naar sector laten de cijfers zien dat in 2008 ruim de helft van de duizend ondernemingsraden afkomstig was uit de bouw, vierhonderd uit de woningcorporaties (daar was vanaf 2001 een ondernemingsraad verplicht vanaf tien werknemers) en de overige uit de drie andere sectoren.

MEDEZEGGENSCHAP GAAT NIET ALTIJD VAN HARTE

Een paar voorbeelden uit de praktijk[1].

De ondernemingsraad van een woningbouwvereniging

Een woningcorporatie uit het Oosten van het land telt 25 werknemers en bezit zo’n 2.500 woningen. De corporatie wil het besturingsmodel aanpassen en schakelt de ondernemingsraad in. De voorzitter vertelt het volgende: ‘We hebben regelmatig een overlegvergadering en zo nodig roepen we het personeel bijeen. Ook in dit geval kregen we bijtijds een adviesaanvraag en we kregen ruim de tijd om te reageren. Ook kregen we uitgebreid de ruimte om met de adviseur van de werkgever te praten en de voorzitter van de Raad van Commissarissen is zelfs in de OR-vergadering geweest. Zo gaat het vaker bij ons.’

Een schildersbedrijf en de ondernemingsraad

De voorzitter van een ondernemingsraad bij een schildersbedrijf uit Drenthe met zo’n zeventig werknemers zegt over scholing het volgende: ‘Bij ons is scholing altijd een probleem. We gaan één keer per zittingsperiode twee dagen op cursus en dan hebben we het wel gehad. Over meer scholing doet de directie heel moeilijk. Twee jaar terug zijn we nog met twee andere ondernemingsraden een dag op cursus geweest. Dat is ons goed bevallen en dat wilden we dit jaar weer doen; je leert veel van elkaar en het scheelt in de kosten. Toch kregen we een week voor de cursusdatum een mail van onze directeur dat hij de kosten van zevenhonderd euro te veel vond. Twee weken later zag iemand de directeur in een nieuwe auto rijden.’

De ondernemingsraad van een middelgrote aannemer

De ondernemingsraad van een bouwbedrijf met 190 werknemers uit het Zuiden van het land vergadert nauwelijks omdat de tweehoofdige directie geen onderwerpen weet. De ondernemingsraad wil desondanks stevig aan de slag. Eind 2011 zegt de directie voor 2012 te weinig omzet te hebben en wil ze de helft van het personeel ontslaan. De accountant wijst de directie erop dat er dan een adviesaanvraag naar de ondernemingsraad moet en dat de directie haar goedkeuring nodig heeft. Tijdens een inderhaast opgetrommelde overlegvergadering wordt de adviesaanvraag uitgedeeld. De vijf OR-leden moeten een briefje ondertekenen waarin ze volstrekte geheimhouding beloven totdat er een ‘positief advies’ ligt. Pas daarna mag met de achterban worden gesproken. De directie weigert een sociaal plan met de vakbonden af te sluiten omdat er geen geld zou zijn. De voorzitter: ‘Uiteindelijk hebben we weten te bedingen dat we eerst met de achterban mochten praten. Daar mochten we echter nauwelijks iets inhoudelijks zeggen. We hebben ook de vakbonden in de overlegvergadering gehad, maar van een sociale regeling was geen sprake.’

De ondernemingsraad in de Meubel- en Houtindustrie

Een meubelfabriek uit het Noorden van het land met 45 werknemers heeft een ondernemingsraad van drie leden. Er ligt een adviesaanvraag om te saneren omdat er te weinig orders zijn. Zij moeten binnen een week adviseren. De secretaris: ‘We mochten de adviesaanvraag niet delen met de vakbonden en onze achterban. We hebben één keer overlegd, maar de directeur wilde niet met de vakbonden praten, hoewel de cao dat wel voorschreef. Ook weigerde hij meer financiële informatie te geven. Uiteindelijk heeft de directie het bedrijf failliet laten gaan. Met een select groepje vertrouwelingen heeft hij in hetzelfde pand een doorstart gemaakt. Hij was van zijn schulden af en de werknemers die zich dertig jaar dag en nacht voor het bedrijf hadden ingezet werden aan de dijk gezet.’

AANDACHTSPUNTEN

Wat kunnen deze voorbeelden ons nu leren? Vaak verloopt de medezeggenschap goed, maar soms ook niet. Vooral van dat soms moeizame verloop kunnen we wat opsteken. Ik noem acht aandachtspunten.

  1. Medezeggenschap in de bouw kwam wat laat op gang. Wellicht worden de ondernemingsraden daarom nog niet overal serieus genomen. Veel bedrijven, vooral de kleinere, weten niet wat ze met een ondernemingsraad aan moeten. Vaak krijgt de ondernemingsraad op het laatste moment een adviesaanvraag waar niets meer aan te veranderen is.
  2. In de bouw is men niet gewend over sociale kwesties te overleggen. Bij grote bouwbedrijven is er vaak wel een afdeling personeelszaken, maar bij de kleine bedrijven doet de boekhouder of de directeur-eigenaar dat werk erbij.
  3. In de bouwnijverheid zijn de kosten en opbrengsten voor de korte termijn direct zichtbaar. Er is minder oog voor de langere termijn. Dat maakt dat de kosten van overleg wel worden gezien, maar de opbrengsten niet.
  4. De ‘faalkosten’ van bouwprojecten zijn hoog. Het Economisch Instituut voor de Bouw (EIB) schat het op 6 procent van de totale omzet. Langzaam groeit het besef dat betere communicatie de bedrijfsprocessen kan verbeteren, maar de meerwaarde van overleg wordt nog onvoldoende erkend.
  5. Traditioneel zitten er vooral bouwplaatsmedewerkers in de ondernemingsraad. Zij ervaren de belangenbehartiging aan den lijve. Het aan- of afwezig zijn van een deugdelijke trapgatbeveiliging is bijvoorbeeld meteen merkbaar. Het kantoorpersoneel en de leidinggevenden lijken minder affiniteit te hebben met de ondernemingsraad. Of ze hebben er geen tijd voor vanwege de toenemende werkdruk. De laatste jaren neemt het aandeel van het kantoorpersoneel weer toe, vooral omdat bouwplaatsmedewerkers vaker als zzp’er zijn gaan werken.
  6. De vakman op de bouwplaats lijkt minder gewend om met de strategie van de onderneming mee te denken en tegenwicht te bieden dan het kantoorpersoneel. Er lijkt sprake te zijn van twee verschillende culturen. Maar het komt ook voor dat OR-leden van de werkvloer meer durven en strijdbaarder zijn dan die van kantoor; dat zag ik ook in de industrie.
  7. Uit onderzoek blijkt dat de houding van de directeur bepalend is voor de resultaten van medezeggenschap. Naarmate een directeur de ondernemingsraad meer accepteert levert het overleg meer op.
  8. Bedrijven in de bouw zien de meerwaarde van medezeggenschap niet. Een ondernemingsraad wordt vooral als kostenpost gezien, al speelt dat niet in elke sector even sterk. Een woningcorporatie kijkt anders naar medezeggenschap dan het schildersbedrijfje om de hoek.

CONCLUSIE

Medezeggenschap heeft in de meeste sectoren in de bouwnijverheid nog een lange weg te gaan. Door gezamenlijk in te spelen op actuele onderwerpen als ‘faalkosten’, ‘betere bedrijfsprocessen’ en ‘digitalisering en robotisering’ kan veel winst worden geboekt. Ook door in te zetten op duurzaamheid en aanpak van arbeidsomstandigheden bij de bron – zaken die voor zowel werknemers als werkgevers van belang zijn – kan de ondernemingsraad aan kracht winnen.

Een stevige ondernemingsraad kan het bedrijf veel opleveren. Vakmensen werken hard en nemen hun werk serieus, werkgevers hebben daarmee goud in handen. Bedrijven die hun eigen fouten afwentelen op hun personeel door ze in te ruilen voor zzp‘ers doen zichzelf tekort. Een slimme directie betrekt de ondernemingsraad bij aanbestedingsprojecten en reorganisaties. Een goede, duurzame onderneming die winstgevend is en waar het goed werken en overleggen is, is in het belang van allen.

 

Niko Manshanden (Wervershoof, 1954) heeft na zijn opleiding aan de LTS jarenlang gewerkt als onderhoudstimmerman. Na het succesvol afronden van de Pedagogische Academie in Alkmaar heeft hij Andragogie gestudeerd aan de Universiteit van Amsterdam. Van 1986 tot 2000 werkte hij als opleider en adviseur voor ondernemingsraden. Sinds 2000 is hij in dienst van de FNV, eerst als beleidsmedewerker bij FNV Bouw en nu als beleidsadviseur Medezeggenschap en functiewaardering. Manshanden heeft zitting in de Bedrijfscommissie Markt I van de SER en heeft in de loop der jaren veel over medezeggenschap gepubliceerd. In 2013 richtte hij de Stichting Onderzoek Medezeggenschap (SOMz) op.

[1] Namen en regio’s zijn gefingeerd.