Het geheugen van de vakbeweging

Martin Jammers, “Je boekt als leidinggevende alleen resultaat als je goed weet te luisteren naar de medewerkers”.


Een breed inzetbare vakbondsman

Martin Jammers (1931-2013)

Martin Jammers (Arnhem, 1931-Maastricht, 2013) wordt in 1959 administrateur bij de GGD in Maastricht. Hij is dan getrouwd met Do Derksen, met wie hij twee kinderen krijgt: Victor en Jos. In 1964 wordt hij directeur Sociale Zaken van de gemeente Maastricht om in 1982 benoemd te worden tot adjunct gemeentesecretaris.
In 1989 gaat hij met VUT. Voor zijn bond (CFO) is hij vele jaren actief in het Georganiseerd Overleg (GO) in een aantal Zuid Limburgse gemeenten. Op 14 juni 2013 overlijdt hij op 83-jarige leeftijd in zijn woonplaats Maastricht.

Maastricht

De oorlogsjaren staan in zijn geheugen gegrift. Een evacuatie van maar liefst negen maanden, de hongerwinter, de zoektochten naar voedsel en de voedseldroppings. De trieste en harde oorlogstijd bezorgt Martin Jammers naast veel ellende ook iets goeds: hij ontwikkelt op jeugdige leeftijd een grote mate van zelfstandigheid. Deze zelfstandigheid komt hem in zijn eerste baan na de HBS al direct goed van pas. Hij is dan de enige ‘kantoorman’ bij een stukadoorsbedrijf met 80 man personeel en is hier verantwoordelijk voor de gehele ‘papierwinkel’, van boekhouding tot loonbetaling, met inbegrip van dat deel dat ‘extra’ boven de CAO betaald moet worden. Van meet af aan wordt werk met avondstudie gecombineerd: praktijkdiploma Boekhouden en MBA, Gemeentefinanciën 1 en 2 en nadien diverse managementopleidingen.

Het stukadoorsbedrijf wordt verruild voor de bedrijfsschool Hoger Kader van de Spoorwegen die hij na 15 maanden verlaat voor een baan bij de Griffie van de provincie Gelderland om in 1959 te verkassen naar de GGD in Maastricht. Martin voert hier zijn eerste reorganisatie uit bij de Ambulancedienst. Er zullen er in zijn carrière nog meer volgen.

Hij wordt in 1964 benaderd om de dienst voor Sociale Zaken i.o. van de gemeente Maastricht te gaan leiden. In de daarop volgende jaren wordt het personeel van deze dienst, afkomstig uit drie sectoren, tot een hecht team gesmeed. Martin geeft in die periode ook tijdelijk leiding aan de afdeling Welzijn, het gemeentelijk Woningbedrijf en Huisvesting en is ook nog enige tijd waarnemend directeur van de Stadsschouwburg.

In 1982 volgt hij Jan Mans, de latere burgemeester van Enschede, op als adjunct-gemeentesecretaris. Martin weet als directeur Sociale zaken en als loco secretaris precies hoe de politieke hazen lopen: hij mist geen enkele raadsvergadering. Na zijn vervroegde pensionering volgen nog enkele tijdelijke klussen in Kerkrade en Weert.

Voor alle klussen die Martin in de loop der jaren onderhanden had gold steeds: “Je boekt als leidinggevende alleen resultaat als je goed weet te luisteren naar de medewerkers. Zij vormen het draagvlak voor de beslissingen die je moet nemen.”

De vakbondsman

Omslag van Het gezicht van de vakbeweging – Zuid-Limburg II, waarin het portret van Martin Jammers is opgenomen.

Martin wordt in 1960 om principiële reden lid van de vakbond. In zijn geval de ARKA, nadien CFO en nu CNV Publieke Zaak. In de Nederlandse arbeidsverhoudingen is de vakbond volgens hem een onontbeerlijke schakel die brede steun onder de werknemers verdient. Martin gaat een actieve rol vervullen als hij het (matige) gemeentelijk personeelsbeleid van de stad wil helpen verbeteren. Zijn omgeving is op zijn zachtst gezegd verbaasd als de Directeur Sociale Zaken lid wordt van het Georganiseerd Overleg (GO) in Maastricht. Deze activiteit moet hij beëindigen als zijn benoeming tot adjunct-gemeentesecretaris een feit wordt. Op verzoek van de CFO verlegt hij zijn vakbondsactiviteit naar de buurgemeenten. Hij neemt namens zijn bond zitting in diverse GO’s van kleinere gemeenten in het Heuvelland.

Bij enkele gemeentelijke herindelingen in datzelfde Heuvelland neemt hij voor de CFO plaats in de belangrijke herplaatsingscommissie. Verder is hij jarenlang secretaris van de CFO-afdeling Maastricht en de seniorenafdeling van zijn bond. De mensen in de lagere salarisklassen hebben altijd op zijn bijzondere aandacht mogen rekenen. Dit gold zeer zeker voor de mensen ‘met een vlekje’. Martin heeft menige WSW-ers weten te plaatsen in het Maastrichtse bedrijfsleven, met name in het midden- en kleinbedrijf alsmede bij gemeentelijke diensten en ‘aanverwante instellingen’. “Telkens weer zie je deze mensen opbloeien, als zo’n operatie gelukt is.” En Martin verhaalt uitvoerig over de beheerder van speeltuin Fort Willem die hij op deze manier binnenhaalt. “De man genoot van elke dag dat hij hier aan het werk was. En met zijn zoon, die vader opvolgt, is het niet anders gesteld.” Martin is er ook in dit soort zaken de man niet naar om regels te overtreden, hij zal ze echter wel zo maximaal mogelijk oprekken.

Hij kan daarin erg ver gaan zo blijkt uit de verhalen. Vaak zelfs zover tot er een aanwijzing van de minister volgt. Hij heeft het binnen de bond altijd goed kunnen vinden met mannen als Piet Kamps (hoofd van het kantoor Eindhoven van CFO), Hub Luyten en Cees Arkenbout.

Inzet voor de stad

Martin is op vele fronten bestuurlijk actief geweest. Zo was hij vicevoorzitter van DIVOSA (landelijke vereniging van directeuren Sociale Zaken) en secretaris van de landelijke volkshuisvestingskoepel NCIV (Nederlands Christelijk Instituut Volkshuisvesting) en secretaris van het CDA Maastricht en later het CDA Limburg. Maar veruit de meeste uren stak en steekt hij in Maastricht. Je komt Jammers in de loop der jaren op de meest uiteenlopende terreinen tegen: Woningcorporatie St. Servatius, het Medisch Kinderdagverblijf, de RIAGG, de VVV en de MTB, het Kerkbestuur, het Comité Dodenherdenking, het buurtplatform, de speeltuin en de huurdersvereniging. Om er maar een paar te noemen…

Onderscheidingen zeggen hem weinig. Hij glundert niettemin als hij in 2007 samen met enkele anderen tot ‘Helden van de huidige cultuur in Maastricht’ benoemd wordt. ‘Arnhemse Martin’ en zijn vrouw Do zijn volledig geïntegreerd in Maastricht, dat moge duidelijk zijn. De stad is hun erg dierbaar geworden, net als hun zonen en de kleinkinderen Yvonne en Stefan. En zijn vakbond? “Terug naar de basis. Daar wonen en werken je leden, jong en oud. Dan heb je de groots mogelijke kans dat jongeren lid worden en de ouderen lid blijven.”

Eerder gepubliceerd in Het gezicht van de vakbeweging Zuid-Limburg II, een publicatie van de VHV, oktober 2010