Het geheugen van de vakbeweging

Marijke Lok, van onschatbare waarde voor de AOb Vrouwengroep. Foto: Arjan Wittebrood

 

Marijke Lok (AOb)

Een dame met een stevige vinger in de pap

Het arbeidzame leven van Marijke Lok heeft alle trekken van in balans zijn. Theorie en praktijk met elkaar verbinden, lijken leidraad. Onbewust dat wel, want zelf spreekt zij zich daar niet over uit. Zij geniet niet zoveel bekendheid onder de leden omdat zij vooral achter de schermen haar werk doet. Marijke Lok is voor de AOb Vrouwengroep van onschatbare waarde. Ze is beleidsadviseur voor de Vrouwengroep, maar ook voor de Allochtonengroep en de Homogroep binnen de AOb. Daarnaast voert zij de landelijke onderhandelingen als het gaat over kinderopvang. Zij is rayonbestuurder in Brabant en in die hoedanigheid voert zij CAO­ onderhandelingen op decentraal niveau met (onderwijs)instellingen.

Invloed

Marijke Lok studeerde in de jaren zeventig politicologie, beleids- en bestuurskunde, met nadruk op vrouwenstudies en volgde de lerarenopleiding textiele werkvormen en huishoudkunde. Tevens haalde ze een eerstegraads bevoegdheid maatschappijleer. Tijdens haar studie zette zij zich al maatschappelijk actief in door in buurthuizen aan Marokkaanse vrouwen en jongeren – meisjes èn jongens – activiteiten gericht op integratie op te zetten. Ze heeft aan de Vrije Universiteit in Amsterdam lesgegeven en in het voortgezet onderwijs voor de klas gestaan.

Voordat zij bij de AOb kwam te werken, of eigenlijk bij het Nederlands Genootschap van Leraren (NGL) dat eind jaren negentig met de ABOP fuseerde tot de huidige AOb, was zij beleidsmedewerker emancipatiezaken bij de Nederlandse Vereniging van Huisvrouwen (NVH) en coördinator bij de Nederlandse Vrouwenraad. Alhoewel Marijke zich als een vis in het water voelde bij de vrouwenorganisaties waar ze werkte, kan ze nu meer bereiken. Werken bij een vakbond betekent dat je meer invloed hebt. Als onderhandelaar zit je overal direct bovenop. Bij de diverse vrouwenorganisaties waarbij ik heb gewerkt, lag de nadruk vooral op lobbyen. We waren steeds weer afhankelijk van hoeveel geld we zouden krijgen van de politiek. Hier, bij de vakbond kun je veel makkelijker in alle vrijheid je eigen beleid bepalen. Ons bestaansrecht hangt niet af van hoeveel geld we uit Den Haag krijgen. Voor veel vrouwenorganisaties is dat wel het geval en dat maakt je minder vrij’.

Dat neemt overigens niet weg dat ze samen met anderen succesvol lobbywerk heeft verricht. Nog zichtbaar trots memoreert ze een overwinning uit begin jaren negentig.’In het oorspronkelijke plan van de basisvorming werd alleen techniek als verplicht vak aangeboden. Samen met anderen hebben we toen een actiecomité opgericht en gepleit voor opname van het vak verzorging in het kerncurriculum van de basisvorming. Dat was een geweldig succes, meer dan honderd organisaties steunden het initiatief. Het leidde ertoe dat het vak verzorging als verplicht vak werd opgenomen.’
Overigens staat de positie van het vak verzorging momenteel weer ter discussie. In het advies over de basisvorming is het opgenomen in het profiel mens en natuur.

Dubbele rol

Marijke Lok is de enige rayonbestuurder met een dubbelfunctie. Ook hier combineert zij beleid met de praktijk. Als beleidsadviseur en landelijk onderhandelaar beschikt zij over een grote kennis van zaken en heeft zij veel ingangen bij de landelijke politiek. Als rayonbestuurder komt ze regelmatig bij instellingen over de vloer en onderhoudt ze contacten in het veld. Kortom, een unieke combinatie van een breed netwerk en voeling met de praktijk. ‘Ik vind het belangrijk dat ik als beleidsadviseur ook in instellingen zelf kom. Op die manier hoor en zie ik veel. En dat voedt mij. Neem het voornemen om Onderwijs in Allochtone Levende Talen af te schaffen. Als beleidsadviseur ben ik betrokken bij de landelijke onderhandelingen met het ministerie over een sociaal plan. En als rayonbestuurder praat ik met de onderwijsinstellingen over het al dan niet ontslaan van leerkrachten.’

In de landelijke onderwijs-cao van 2003 werd een nieuwe regeling voor kinder- en buitenschoolse opvang afgesproken. Ook hierover onderhandelde ze met het ministerie. Bij de kinderopvangregeling zijn er regelmatig tekorten waardoor wachtlijsten ontstaan. We hebben 5 miljoen euro aan arbeidsvoorwaardengeld eruit kunnen onderhandelen. Dat bedrag is voor de kinderopvang bestemd. Het tekort dat overblijft, draagt het ministerie bij. Dat betekent dat er financieel geen gat kan vallen. Hier hebben we erg hard voor moeten knokken. Toen we dit behaalden, dacht ik echt van: yes!’

Levensloopregeling

Op dit moment bekijkt Marijke Lok de consequenties van het wetsvoorstel levensloopregeling dat staatssecretaris Joop Wijn van Financiën in september 2003 naar de Tweede Kamer stuurde. De huidige verlofspaarregeling, sparen voor een periode van (gedeeltelijk) onbetaald verlof, vormt de basis van de levensloopregeling en gaat samen met een aantal andere regelingen, zoals de Wet Arbeid en Zorg, ouderschapsverlof en zorgverlof, op in de nieuwe levensloopregeling. De verlofspaarregeling wordt niet door iedere werkgever aangeboden, terwijl de levensloopregeling een wettelijk recht wordt voor alle werknemers. De nieuwe levensloopregeling zou oorspronkelijk 1 januari 2004 van kracht worden. Tijdens het Najaarsoverleg is afgesproken dat de levensloopregeling gekoppeld wordt aan het prepensioen. In april 2004 moet er dan wel een akkoord zijn bereikt tussen werknemers en werkgevers. Marijke Lok peilt intussen de meningen en zal op de themadag van de Vrouwengroep in maart een workshop houden over de levensloopregeling. Wat haar betreft levert het voorstel voor de levensloopregeling, zoals het er nu ligt, een aantal verslechteringen op. ‘Er zijn zeker reparaties nodig. Deze regeling pakt wellicht minder gunstig uit voor vrouwen dan voor mannen. De verwachting is dat vrouwen vaker in een eerdere levensfase verlof opnemen dan mannen dat zullen doen. Waarmee vrouwen het geld eerder opsouperen en niet meer voor prepensioen in aanmerking komen. De kans is groot dat vrouwen verlof opnemen voor hun gezin, bijvoorbeeld ouderschapsverlof, terwijl mannen de levensloopregeling gebruiken om eerder met pensioen te gaan. Tegelijk is het zo dat de tijd die je gebruikt voor een bepaald verlof ten koste gaat van andere vormen van verlof, zoals het pre pensioen, die je later in je leven kunt opnemen. Vrouwen zijn daar de dupe van. Vanzelfsprekend kiezen vrouwen vrijwillig voor het opnemen van een bepaalde vorm van verlof, benadrukt Marijke. ‘Maar uit een onderzoekje kwam ooit naar voren dat vrouwen als zij ouderschapsverlof nemen dat voor de kinderen doen. Mannen daarentegen nemen ouderschapsverlof vaak voor zichzelf op. Dergelijke patronen zitten diep en die kun je vanuit de vakbond ook niet wijzigen, maar je kunt wel proberen de gevolgen ervan in kaart te brengen.’

Een ander nadeel van de levensloopregeling is dat de eisen zijn aangescherpt. ‘Straks moet je 39 van de 52 weken en vier van de vijf laatste jaren hebben gewerkt om in aanmerking te komen voor WW of WAO. Dat is beduidend strenger dan nu het geval is. Ook wordt over de periode van verlof geen pensioen meer berekend. Mensen worden dus niet echt uitgenodigd om verlof op te nemen. Daarnaast is het zo, dat in bepaalde gevallen als je verlof opneemt, het zelfs zo kan zijn dat je helemaal geen recht meer hebt op WW.’

Overblijf professioneler

Onlangs besloot het kabinet dat de tussenschoolse opvang de verantwoordelijkheid wordt van het ministerie van Onderwijs. Marijke is erg blij met deze uitspraak. ‘Dat betekent dat het overblijven in de toekomst professioneel wordt geregeld. Steeds meer kinderen blijven over en daarmee groeit de behoefte om de overblijf professioneel te regelen. Wij dragen al jaren uit dat de tussenschoolse opvang geprofessionaliseerd dient te worden. Het is weliswaar een overblijfplan van de PvdA dat als basis dient voor het professioneel regelen van het overblijven, maar ik ben ervan overtuigd dat onze pleidooien ertoe hebben bijgedragen dat het nu op de agenda staat.’

Nu zijn ouders nog verantwoordelijk voor een goede tussenschoolse opvang. Straks wordt het schoolbestuur verantwoordelijk, maar hoeft niet de uitvoerder te zijn. De opvang kan ook worden uitbesteed, bij voorbeeld aan een instelling voor kinderopvang. De professionalisering van de tussenschoolse opvang betekent voor de AOb dat ‘de vakbond gaat bekijken hoe de functie van leidster tussenschoolse opvang ingevuld moet worden. ‘Samen met het Instituut voor ontwikkeling van schoolkinderopvang (IOS) kijken we naar de eisen die bij de functie van overblijfkracht horen. Ik neem ook de positie van het personeel in ogenschouw. Het moet natuurlijk niet zo zijn dat de leraar het voor zijn rekening krijgt. Dat zou een verzwaring van het werk betekenen.’

Diversiteit

Op de vraag of Marijke Lok vrouwenwerk nog steeds een belangrijk onderwerp vindt, antwoordt ze vanzelfsprekend volmondig met ja. Vreemd is de vraag niet, want met name veel jonge vrouwen denken dat in Nederland alles wel geregeld is, dat vrouwenemancipatie al is bereikt. ‘Er is inderdaad veel bereikt. Waar het nu vaak omgaat is om de dingen in stand te houden. Neem bijvoorbeeld de kinderopvang. Veel vrou­wen vinden het heel gewoon dat er goede maat­regelen zijn voor de kinderopvang, maar voor je het weet verslechteren deze. Daar moet je als vakbond achteraan blijven zitten.’

Ze legt wel uit dat waar vroeger vooral over emancipatie werd gesproken, nu de term diversiteit centraal staat. ‘Vroeger hadden vrouwenonderwerpen per definitie met achterstand te maken. Dat is nu niet meer zo. Veel onderwerpen incorporeren we in algemeen beleid en worden uit de vrouwenhoek weggehaald. Dat is prima voor de draagkracht. We gebruiken nu de term diversiteit om aan te geven dat rekening moet worden gehouden met verschillen tussen mensen. Neem de evenredige vertegenwoordiging! Op dat gebied valt nog veel te doen. Als een vrouw bijvoorbeeld uit een bestuur vertrekt, dan word ik er niet moe van om er op te blijven hameren, dat er een andere vrouw voor terugkomt. De Vrouwengroep blijft ook een belangrijke taak houden in signaleren en kan via de vakbondsorganen invloed uitoefenen, bijvoorbeeld bij de goedkeuring van de CAO­-voorstellen. Daarmee kunnen de leden van de Vrouwengroep ervoor zorgen dat zaken die voor vrouwen van belang zijn op de politieke agenda blijven staan.

Irene Hemels,
Freelance journalist en Eindredacteur van het tijdschrift School & Medezeggenschap

NOOT

Marijke Lok was tot eind 2017 bestuurder bij de AOb en nauw betrokken bij het vrouwenwerk van de AOb en daarvoor bij het NGL. In dit interview in de AOb Vrouwenwijzer van winter 2003-2004 blikt zij terug op haar haar werk en de thema’s die aan de orde werden gesteld door vrouwen in het onderwijs.