Het geheugen van de vakbeweging

Louw de Graaf
Louw de Graaf (1930-2020), “Past zonder twijfel tot de reeks prominente mannen die de christelijke vakbeweging heeft voortgebracht”


Vakbondsman verbouwt als politicus sociale zekerheid tot een meer houdbaar stelsel

Louw de Graaf (1930 – 2020)

Een groot en gezaghebbend kenner van de sociale zekerheid. Met deze ene zin is Louw de Graaf zeker goed te duiden. Hij klom in zijn werkzame leven met behulp van die deskundigheid op van jongste bediende bij de Raad van Arbeid tot minister van Sociale Zaken.
Louw de Graaf wordt op 12 april 1930 geboren als tweede zoon van een Friese kruidenier in de gemeente Achtkarspelen. Hij volgt een mulo-opleiding in Buitenpost, maar moet ook meehelpen in de winkel van zijn vader. In 1947 gaat hij aan de slag als medewerker van de Raad van Arbeid. Om daar enige kans op promotie te maken, volgt hij een opleiding sociale verzekeringen. Op 15 juli 2020 is hij in Heerenveen overleden.

Misbruik is een doorn in zijn oog

In 1953 maakt hij de overstap naar het CNV, waar hij beleidsmedewerker sociale zekerheid wordt. In die functie is hij nauw betrokken bij de op- en uitbouw van het Nederlandse sociale zekerheidsstelsel. Hij ontwikkelt zich in de jaren vijftig tot een deskundige op het gebied van sociale zekerheid, maar ook op aanpalende terreinen als pensioenen en volksgezondheid. Zeker ook door die opgebouwde deskundigheid wordt hij in 1966 in het CNV-bestuur gekozen. In 1975 presenteert hij in zijn rol van vicevoorzitter een notitie over de toekomst van de sociale zekerheid. Hij wijst erop dat er nog steeds hiaten in het stelsel zitten, maar hij waarschuwt nadrukkelijk voor de gevolgen van de alsmaar stijgende lasten. Hij pleit voor nadrukkelijk voor scherp toezicht om misbruik te voorkomen omdat daarmee het draagvlak onder het stelsel zal eroderen. Misbruik is een doorn in zijn oog.

De Graaf is niet alleen actief in de wereld van de vakbeweging, maar hij sluit zich al jong aan bij de ARP door lid te worden van de ARJOS. Hij volgt het politieke debat en neemt daar ook aan deel. Binnen de ARP wordt stevig van gedachten gewisseld over de (toekomstige) koers van de partij. Louw de Graaf rekent zichzelf tot de christelijk-radicale stroming bij die partij, die nadrukkelijk pleit voor meer aandacht voor de Derde Wereld en voor Ontwikkelingssamenwerking.

Hij bezet na 1965 de kwaliteitszetel van het CNV in het partijbestuur om zo de koers van de partij mee vorm te geven. Na de Nacht van Schmelzer in het najaar van 1967 en het aantreden van het (rechtse) kabinet-De Jong hoort De Graaf bij een groep zogenoemde spijtstemmers, die uitmondt in de Werkgroep Christen-Radicalen. Een groep, die aan de basis staat van de PPR, een voorloper van GroenLinks. De Graaf wordt geen lid van die nieuwe partij, maar blijft de ARP trouw en hij zet zich in voor het samengaan van zijn partij met KVP en CHU, die in het midden van de jaren 70 het CDA vormen. Hij overweegt daarbij dat een grote partij meer tot stand kan brengen dan een kleine politieke groepering.

Overstap naar politiek

In maart 1977 valt het kabinet-Den Uijl. De PvdA wint de verkiezingen, maar verliest de formatie. Het kabinet-Van Agt komt na langdurige onderhandelingen tot stand. Oud-CNV-bestuurder Wil Albeda wordt gevraagd als minister van Sociale Zaken, maar Albeda meent over te weinig kennis op het gebied van de sociale zekerheid te beschikken. Daarom vraagt hij De Graaf over te stappen van de vakbeweging naar de politiek. De Graaf accepteert het verzoek en wordt staatssecretaris belast met de sociale zekerheid.
Het kabinet-Van Agt zet in op forse ombuiging van de collectieve uitgaven en er moet vanuit de sociale zekerheid stevig worden bijgedragen aan die ombuiging. De Graaf moet er feitelijk het hele stelsel voor op de schop nemen. En dat brengt hem op voet van oorlog met zijn oude vakbondscollega’s, die geen goed woord over hebben voor zijn plannen. Ondanks dat verzet is achteraf vast te stellen dat De Graaf slaagt in zijn opzet: hij verbouwt het stelsel tot een meer houdbaar geheel.
Tot twee keer toe verlaat De Graaf zijn post als staatssecretaris om tijdelijk minister te zijn. Eerst in zomer van 1982 na de val van het tweede kabinet-Van Agt en later in de eerste maanden van 1987.
Na de val van het tweede kabinet-Lubbers verlaat Louw de Graaf de politiek, hij wordt voorzitter van de Ziekenfondsraad. Hij doet wat in toenemende mate bepleit wordt: niet stoppen met werken op 65 jaar – De Graaf werkt dan ook door tot hij 73 jaar oud is.

Tijdens zijn actieve politieke leven was de verhouding met het CNV er zacht gezegd niet beter op geworden, maar in de loop van de tijd werden de verhoudingen toch weer beter. Louw de Graaf hoort dan ook zonder twijfel tot de reeks prominente mannen die de christelijke vakbeweging heeft voortgebracht.

Piet Hazenbosch
Juli 2020