Het geheugen van de vakbeweging

Louis Doedel (1905-1980)

Surinaams vakbondsleider aan vergetelheid onttrokken

Op 28 oktober 1931 vindt er in Paramaribo een stevige confrontatie plaats tussen werklozen en het Surinaams gezag. Het leger grijpt gewelddadig in om de onrust tot bedaren te brengen. De schermutselingen ontstaan na een demonstratieve vergadering van de Surinaamse Volksbond, die onder leiding staat van de 26-jarige Louis Doedel. Vijf, zes jaar lang zet hij zich onvermoeibaar in voor de belangen van werknemers en werklozen. Maar eind mei 1937 wordt hij zonder vorm van proces opgesloten in een psychiatrische inrichting. Daar sterft hij 43 jaar later, 75 jaar oud, door bijna iedereen vergeten en verlaten. Met de publicatie Louis Doedel, Martelaar voor het Surinaamse Volk, heeft de Surinaamse politicus Emile Wijntuin de vakbondsman in 2013 aan de vergetelheid ontrukt.

Bronzen standbeeld van Louis Doedel, uit eerbetoon aan deze vergeten vakbondsman onthuld op 10 januari 2013Bronzen standbeeld van Louis Doedel, uit eerbetoon aan deze vergeten vakbondsman onthuld op 10 januari 2013

Louis Alfred Gerardus Doedel wordt op 26 juli 1905 in Paramaribo geboren als zoon van de ongehuwde Louise Doedel. Al vroeg is hij actief in de Surinaamse sociale beweging. Daardoor wordt het steeds moeilijker voor hem aan de slag te komen en ziet hij zich gedwongen in 1928 naar Curaçao uit te wijken. Het eiland maakt dan een zekere economische opleving door. Vele werknemers werken in de suikerrietplantages op Cuba en brengen het daar verdiende geld naar huis. Vanaf 1925 biedt ook de raffinage van Venezolaanse olie veel werk, ook aan mensen uit andere delen van het Caribisch gebied. Doedel vindt zelf werk als hulpcommies bij de Belastingdienst.

In de voorste linie

Zijn roem als sociaal strijder is hem echter al vooruit gesneld. Hij wordt in verschillende kringen groots onthaald. Economisch mag het dan in de tweede helft van de jaren twintig op Curaçao redelijk goed gaan, de sociale voorzieningen en de huisvesting zijn beroerd. De charismatische Doedel bevindt zich al snel in de voorste linie van de strijd voor betere omstandigheden. Hij is betrokken bij de oprichting van het RK Patronaat en wordt bestuurslid van de belangenverenigingen ‘Surinamers op Curaçao’ en ‘Antillianen, Nederlanders en Surinamers’.
In die periode zijn er ook veel Venezolanen werkzaam op de Antillen. Onder hen grote groepen ‘ballingen’, tegenstanders van de dictator Vicente Juan Gomez, die van 1908 tot 1931 het land in een ijzeren geep heeft. Doedel heeft contact met de uitgeweken Venezolanen en raakt waarschijnlijk door hen geďnspireerd. In 1929 weten enkele Venezolaanse opstandelingen een overval te plegen op het bestuurscentrum dat in het Waterfort is gevestigd en de gouverneur en enkele van zijn collega’s te gijzelen. Zij krijgen een vrijgeleide en een voorraad aan wapens om een invasie in Venezuela mogelijk te maken. De Nederlandse gezagsdragers worden voorafgaand daaraan weer vrijgelaten. De invasie mislukt overigens.
Hoewel Doedel hier waarschijnlijk niets mee te maken heeft, wordt hem het leven wel een stuk moeilijker gemaakt. Uiteindelijk is een verkeersovertreding in december 1930 aanleiding om hem het land uit te zetten. Doedel zou zich bij de aanhouding hebben verzet. Dat leidt tot verdere naspeuringen over zijn persoon. Zijn chef bij de Belastingdienst noemt de hulpcommies Doedel ‘zeer lui en eigenwijs, waardoor vaak dienststoornissen voorkomen’. Ook blijkt dat hij in januari een artikel heeft geschreven onder de kop ‘Heil de Lezer’, waarin hij kritiek uitoefent op het bestuur van Suriname. Alles bij elkaar is het voldoende om hem als gevaarlijk voor de politieke rust en orde op 28 februari 1931 op de boot te zetten, retour Suriname. Doedels protesten tegen het ontslag en de uitwijzing bij de Tweede Kamer, waarin hij zich lid van de SDAP noemt, halen niets uit. De commissie die de bezwaren behandelt, waarin SDAP-kamerlid en NVV-voorzitter Evert Kupers zitting heeft, ziet bij meerderheid geen aanleiding ‘inwilliging van een of meer zijner verzoeken te bevorderen’.

Surinaamse Volksbond

In Suriname neemt Doedel al snel de leiding van de vakbeweging en de werklozenorganisaties op zich. Hij richt het Werklozencomité op, dat hij later omvormt tot Surinaamse Volksbond. De crisis heeft dan behoorlijk toegeslagen. Bij het grote leger van werklozen voegen zich vele Surinamers die in het Caribisch gebied geen werk meer vinden. Met elkaar vormen zij een goede voedingsbodem voor Doedels activiteiten. Op 3 juni 1931 belegt hij een demonstratieve openbare vergadering, waar denkbeelden met betrekking tot de werklozenproblematiek worden besproken. Later, op 17 juli 1931, zijn die opvattingen vastgelegd in een ‘Beleidsplan ter oplossing van het werklozenvraagstuk’. Als vier maanden later het gezag nog niets van zich heeft laten horen, lanceert Doedel een vurig pamflet onder de titel ‘Alea iacta est’, de teerling is geworpen. Aansluitend wordt er op 28 oktober 1931 een protestvergadering gehouden, die uitloopt op rellen. ‘Een volksrevolutie’, noemt Wijntuin de opstand die met militair geweld wordt neergeslagen.
Doedel blijft zich ondanks de voortdurende tegenwerking, juridische vervolgingen en faillisementen met de Surinaamse Volksbond inzetten voor werknemers en werklozen. Zo richten ze onder meer in november 1931 een gaarkeuken op. Gelden voor hun activiteiten komen onder meer voort uit benefietwedstrijden van de Nederlands-Guyanese Voetbalbond. In 1937 wil Doedel nog een keer de stoute schoenen aantrekken. Op 28 mei gaat hij op bezoek bij de gouverneur. Deze weigert hem te ontvangen. Als hij ziet dat blanke Surinamers wel worden ontvangen, besluit hij de volgende dag opnieuw te gaan. Ingesmeerd met witte klei probeert hij toegang te krijgen, maar hij wordt buiten gezet. Uit protest laat hij voor het paleis van de gouverneur zijn broek zakken en zijn billen zien. Het is aanleiding hem voor de rest van zijn leven in een krankzinnigengesticht op te sluiten.
Emile Wijntuin: “Voor de internationale wereld is Nelson Mandela de politieke gevangene met de langste straftijd. Met dit boek wil ik de wereld laten weten dat Louis Doedel 43 van zijn 75 jaren om uitgesproken politieke motieven achter medische tralies moest doorbrengen. Hij is gek verklaard, geestelijk vermoord, monddood gemaakt en in eenzaamheid jarenlang uit de gemeenschap verbannen.”
Jeroen Sprenger
juli / augustus 2014
__________
Emile Wijntuin, Louis Doedel, Martelaar voor het Surinaamse volk, Paramaribo, februari 2013