Het geheugen van de vakbeweging

Recente uitgaven over sociale en vakbondsgeschiedenis

Literatuursignaleringen

Honderd jaar ILO

De Internationale Arbeidsorganisatie (ILO) werd opgericht in 1919 vanuit de gedachte dat sociale rechtvaardigheid een voorwaarde is voor duurzame vrede. Op 7 februari 2019 werd in Leiden de honderdste verjaardag van de ILO gevierd. In deze bundel zijn bijdragen opgenomen over het thema van het eeuwfeest, de toekomst van werk en de toekomst van de ILO.
Met een toenemend aantal flexwerkers aan de ‘onderkant’ van de arbeidsmarkt, voortschrijdende globalisering en het ontstaan van nieuwe vormen van werk – platformarbeid, zelfstandigen zonder personeel (zzp’ers) – staat de toekomst van werk in het middelpunt van de belangstelling. Waar gaat het heen, en belangrijker: waar moet het heen?
De ILO heeft zich als internationale organisatie bewezen. Vrijwel alle landen van de wereld zijn lid, een groot aantal van de Conventies is geratificeerd. Een van de uitdagingen voor de komende eeuw vormt de verhouding van de ILO met multinationale ondernemingen, die in grensoverschrijdende productieketens (‘global supply chains’) de dienst uitmaken. Dat geldt, mede tegen die achtergrond, ook voor het toezichtmechanisme van de ILO. Is de tijd rijp voor een ‘global social label’ of de oprichting van een internationale arbeidsinspectie? Beide auteurs zijn verbonden aan de afdeling Sociaal recht van de Universiteit Leiden.

P.F. van der Heijden en M.Y.H.G. Erkens, De internationale arbeidsorganisatie: honderd jaar 1919-2019 (Boom 2019).

Aan het kortste eind trekken en tegen elkaar uitgespeeld worden

De geschiedenis is, aldus Karl Marx, geschiedenis van de klassenstrijd: de strijd tussen de klasse die bezit en de klasse die niets anders heeft dan zijn eigen arbeidskracht. In de Oudheid had je de patriciërs tegenover de plebejers en slaven, in de Middeleeuwen de heren tegenover de horigen, en na de val van het ancien régime de kapitalisten tegenover het proletariaat. Sinds Marx en Engels in 1848 in hun roemruchte Communistisch Manifest de ‘proletariërs aller landen’ opriepen zich te verenigen, is de groep die niets heeft heel veel groter geworden, maar ook steeds minder solidair. Hoger- en lageropgeleiden, hoofd- en handarbeiders, lageloners en flexwerkers, arbeidsmigranten en boze witte mannen, pensioengerechtigden en studenten; ze trekken allen aan het kortste eind en toch worden ze eenvoudig tegen elkaar uitgespeeld. Thijs Lijster voorziet desondanks een grote omwenteling, die aan veel een einde maakt, maar niet aan de geschiedenis.

Thijs Lijster, Verenigt u! Arbeid in de eenentwintigste eeuw (Prometheus 2019).

Honderd jaar AWVN

Geheugen van de polder. Arbeidsverhoudingen in vijftig tijdsbeelden is verschenen ter gelegenheid van het honderdjarig bestaan van werkgeversvereniging AWVN. Het boek bestaat uit zes delen, en behandelt in totaal vijftig verschillende onderwerpen. Het eerste deel schetst de arbeidsverhoudingen tot 1919: het jaar van oprichting van AWVN – in eerste instantie als Zaansche Werkgevers Vereniging (ZWV), maar nog voor het einde van 1919 Algemene Werkgeversvereniging (AW-V). In dit deel is er aandacht voor de sociale kwestie, de wettelijke bescherming van kwestbare arbeid van kinderen en vrouwen, de parlementaire arbeidsenquête, de spoorwegstaking, Henri Polak en de oprichting van het NVV. Een belangrijke overweging van de Zaanse fabrikanten om in 1919 hun krachten te bundelen: “Tegenover de  vereenigingen van de arbeiders achtte men het gewenscht een vereeniging van werkgevers te vormen, niet om dan gezamenlijk een reactionaire politiek te voeren, doch om bij de voortdurende veranderingen die in loonen en arbeidstijden moesten worden aangebracht, zoveel mogelijk uniformiteit te brengen en te waken tegen het inwilligen van eischen van arbeiderszijde, welke noodgedwongen, of zonder behoorlijk onderzoek toegestaan, op den duur voor de bedrijven niet te dragen zouden zijn”.
In de vijf delen vanaf 1919, steeds verdeeld over tijdvakken van twintig jaar, die volgen, passeren vervolgens tientallen andere ‘snapshots van honderd jaar arbeidsverhoudingen’ de revue. Een greep uit die onderwerpen: de crisis in de jaren dertig, het (zo goed als mislukte) plan van de arbeid, de Duitse bezetting en de wederopbouw, de opkomst en neergang van de verzorgingsmaatschappij, de introductie van de 45-urige werkweek, de opmars van de vrouw op de arbeidsmarkt, de komst van gastarbeiders, de teloorgang van de steenkolenindustrie, de zogeheten brief van de negen ondernemers, het akkoord van Wassenaar, het einde van de industriepolitiek, het begin van de flexibilisering, de Europese arbeidsmarkt anno nu, en de noodzaak om duurzaam-inzetbaarheidsbeleid vorm te geven.
Het boek geeft de lezers bovendien een beeld van hoe AWVN in haar honderdjarig bestaan veranderde van een voornamelijk reactieve club tot de proactieve, vernieuwende, agenderende vereniging die zij nu is.

Geheugen van de polder. Arbeidsverhoudingen in vijftig tijdsbeelden

Driekwart eeuw vakbond ABW in Limburg

De oudste nog bestaande neutrale zelfstandige vakbond in Limburg bestaat dit jaar 75 jaar. Tijdens de jubilarishuldiging op 25 september jl. is het boek 1944-2019 | 75 jaar Vakbond ABW gepresenteerd. Vakbondslid en archivaris/historicus Hans Thissen tekent voor de inhoud van het boek dat door Vakbond ABW in samenwerking met Stichting Historische Kring ‘Het Land van Herle’ is uitgegeven. Ruim 300 jubilarissen van de Vakbond ABW kregen het boek cadeau.
De bond is kort na de bevrijding van Zuid-Limburg opgericht als Algemene Bond van Werkers in het Mijnbedrijf (AWBM). Enkele dagen na de bevrijding van een groot deel van Zuid-Limburg, op 23 september 1944, namen mijnwerkers in het casino in Treebeek het initiatief tot de oprichting van deze nieuwe vakbond. Na enkele aanpassingen van de naam na de sluiting van de Nederlandse steenkolenmijnen heet de organisatie nu Vakbond ABW. Het is de jongste- en misschien minst bekende vakbond in Nederland. In tegenstelling tot de oude vooroorlogse bonden bleek na de oorlog dat de AWBM geen nieuwe wijn in oude zakken was. Zij was van alle smetten vrij en anders dan de confessionele bonden. Werkers in het mijnbedrijf wilden na de Tweede Wereldoorlog een andere aanpak, omdat ze genoeg hadden van de andere bonden die vóór de oorlog meer bezig waren met interne en onderlinge strijd dan met het behartigen van de belangen van hun leden. Enkele bonden stelden volgens hen tijdens de oorlog een niet-vaderlandse houding ten toon. Ondanks keiharde repressie door de bisschop, de confessionele bonden en de burgemeester van Heerlen ging de bond niet ten onder en wist zij de communistische inbreng buiten de deur te houden. De ABW schroomde niet actie te voeren en trad regelmatig keihard op tegen instanties die de rechten van de bondsleden beknotten of met voeten traden, terwijl de andere belangrijke mijnwerkersbond wel overleg voerde, maar meer in de trant van wat we nu het ‘poldermodel’ noemen en waarbij de geit en de kool gespaard bleven. In dit boek geeft Hans Thissen, bijgestaan door enkele anderen die een bijdrage aan deze bundel leverden, een overzicht met hoogte- én dieptepunten van het werk van de Vakbond ABW en voorlopers gedurende 75 jaar, waarbij de transformatie van de bond na de mijnsluiting niet is vergeten.
De boeiende geschiedenis van de 75-jarige vakbond ABW is verschenen als eennummer 16 in de Historische Reeks Parkstad Limburg kost voor leden van de Vakbond ABW € 15,00 (excl. verzendkosten). Het is met ledenpas voor dat bedrag te koop bij het Thermenmuseum, Coriovallumstraat 9, in Heerlen, of te bestellen met vermelding van bondsnummer via: www.landvanherle.nl/bestellen. Voor niet leden is het boek te koop voor € 17,95. Via de website of de boekhandel (ISBN/EAN 978-94-93037-05-2). https://www.vakbondabw.nl/

Nederlandse arbeiders in het Ruhrgebied

Waar mijn brood is, is mijn vaderland is niet alleen een studie naar het dagelijkse leven van de Nederlandse arbeidsmigranten, maar ook een familiegeschiedenis. Cornelis Broertjes (1869-1942), de grootvader van de auteur, was één van de Nederlandse arbeiders die naar het Ruhrgebied trok. Hij werkte van 1900 tot 1922 in Mülheim an der Ruhr. Hij werkte bij de staalfabrikant Thyssen en hoogstwaarschijnlijk ook in de mijnen. Op de foto, die in Duisburg is gemaakt, draagt hij de mijnwerkersdasspeld. Zijn geschiedenis was de aanleiding voor een onderzoek naar het wel en wee van Nederlandse arbeidsmigranten in de eerste veertig jaar van de twintigste eeuw, de tijd van de onvoorstelbare industrialisatie, de Eerste Wereldoorlog en het Interbellum met de Republiek van Weimar en het aan de macht komen van de Nationaalsocialisten. Duizenden Nederlanders werkten voor kortere of langere tijd in Duitsland. De meesten vonden werk in het Ruhrgebied, niet alleen bij de staalfabrikanten, maar ook op het platteland, waar vooral veel vraag was naar melkers, bij voorkeur afkomstig uit Friesland. Het boek geeft antwoord op de vraag waarom zij hun heil zochten over de grens, hoe hun dagelijkse leven er uit zag en in hoeverre zij integreerden in de Duitse samenleving.

Ank Engel, Waar mijn brood is, is mijn vaderland. Nederlandse arbeiders in het Ruhrgebied tussen 1900 en 1940 (Walburg Pers 2019) € 22,95

Jacques van Gerwen

oktober 2019