Het geheugen van de vakbeweging

Leen van Dijke (1945-2018)

Leen van Dijke in Het gezicht van de vakbeweging Amsterdam

Districtsbestuurder, mooiste beroep dat er is

Leen van Dijke (Tholen, 3 mei 1945), een rustige wat brommende prater, stevig van postuur, is een man van de werkvloer die opgeklommen is tot districtbestuurder en zich herkenbaar heeft ingezet voor zijn leden en anderen. Hij is geen ruziemaker maar gaat conflicten ook niet uit de weg. Als geoefend CAO-onderhandelaar heeft hij toch vooral plezier aan de ondersteuning van individuele leden. Hij is getrouwd met Baukje de Wit (Wonseradeel, 1947). Samen hebben ze twee kinderen, een dochter en een zoon.
Op 20 mei 2018 is Leen van Dijke, 73 jaar oud, in zijn woonplaats Hoofddorp overleden.

Vader Van Dijke is gemeentetimmerman in het stadje Tholen. In die functie is de timmerman ook brandweercommandant en met andere taken belast. Moeder Van Dijke is huisvrouw. Het gezin telt twee zoons. Leen is de jongste. ‘Iedereen die werkt is lid van een bond, in ons geval van een CNV-bond, dat idee kreeg ik althans mee,’ vertelt Leen. Zijn vader is ook lid van het CFO-afdelingsbestuur. Zelf volgt hij de Mulo maar haakt voortijdig af omdat hij daarna naar de zeevaartschool had gewild. Zijn ouders vinden dat maar niks. Als de PTT adverteert met leerplekken voor jongeren bij de telefoondienst ziet Leen zijn kans schoon en wordt telefoonmonteur in Amsterdam.

Na zijn militaire dienst keert hij aanvankelijk terug naar Amsterdam, maar na enige tijd begint hij in Tholen als monteur bij een bedrijf in jukeboxen, speelautomaten en andere horecavoorzieningen. Horeca-instellingen en Leen blijken geen goede combinatie.

Aspirant-bestuurder

Hij grijpt een herkansing als Siemens Nederland op zoek is naar nieuwe arbeidskrachten voor telefooncentralebouw en meet- en regeltechniek. Dat werk brengt hem door heel Nederland. Zijn aanvankelijke CNV-lidmaatschap wordt ingeruild voor de Industriebond NVV. Hij wordt bij Siemens lid van de ondernemingsraad. Dat is in de tijd dat de directeur voorzitter van de raad is. Najaar 1979 zal dat veranderen. Leen is dan net weg bij Siemens, want hij krijgt de kans om als aspirant-bestuurder in dienst te treden bij de Industriebond NVV. Hij woont in Emmeloord waar hij zich met Baukje gevestigd heeft. Hij loopt stage bij de bond op Plein ’40 – ’45 in Amsterdam en vervolgens in Drenthe.

Als in de zomer van 1979 districtbestuurder Chris Coersen plotseling overlijdt wordt Leen overgeplaatst naar Amsterdam om op het kantoor aan de Henri Polaklaan een fors deel van het pakket van Coersen te bestieren.

Cindy, Key & Kramer

Hij merkt dat zijn voorganger een heel eigen stijl van werken had. Vooral bij de contacten met Cindu, Key & Kramer. Het industriële deel van deze holding kent drie CAO’s voor bedrijven die totaal verschillend zijn, waardoor de werknemers ook totaal verschillende belangen hebben. Over alle drie CAO’s wordt gelijktijdig onderhandeld en daarin schuilt een probleem. Feitelijk wordt er vooral onderhandeld over de CAO voor de chemische bedrijven en worden de CAO’s voor het dakbedekkers- en coatingbedrijf daarvan afgeleid. Waar de groep in volcontinudienst belang heeft bij kortere werktijden en ploegendienstregelingen, zien de dakbedekkers veel meer in overwerken reistijdtoeslagen. Om de zaak nog wat gecompliceerder te maken hebben ook de leden in de coatingsector specifieke belangen. Door het gevoel dat hun belangen geruime tijd ondergesneeuwd zijn geweest aan die van de werknemers van de chemische bedrijven, is er bij de dakbedekkers en de leden bij het coatingbedrijf sprake van de nodige frustraties. Het is een goed moment om de balans in evenwicht te brengen, wat gebeurt.

Verjaardagsfeestje

Leen heeft naast de chemische industrie te maken met schoonmaakbedrijven, metaalbedrijven in klein- en grootmetaal en zelfs ingenieursbureaus. Eén van de bedrijven in de grootmetaal waarmee hij van doen krijgt is Jonker du Croo in het westelijk havengebied. Tijdens de crisis van beginjaren tachtig, waarin de metaalindustrie forse klappen krijgt, wordt duidelijk dat eigenaar Hollandia Kloos van het Amsterdamse bedrijf af wil. Talloze onderhandelingen met eigenaar Rob Lubbers brengen het voortbestaan van het bedrijf- en dus de werkgelegenheid van 250 mensen- niet dichterbij.

Leen twijfelt er niet aan dat er, naast bedrijfseconomische argumenten, nog iets anders een rol speelt: ‘De mensen van Jonker Du Croo in Amsterdam beschikten over een grote vakkennis en bevlogenheid maar lieten het ook onomwonden merken als hen iets niet lekker zat. Rob Lubbers moet gedacht hebben toen zijn bedrijf in de problemen zat, “die gooi ik er uit, daar moet ik vanaf,” en zo is het gegaan.’

Na maandenlange gesprekken, die niets opleveren, bereikt Leen een signaal dat Lubbers mogelijk informeel wil praten om uit de impasse te komen. Hij wordt via via uitgenodigd om naar het huis van Rob Lubbers te komen en neemt voor de zorgvuldigheid zijn districtshoofd Willem van der Stokker mee. Wanneer zij arriveren is er een luidruchtig verjaardagsfeest aan de gang. Tot stomme verbazing van de beide vakbondsbestuurders wordt het de heer des huizes, kort na het begin van het gesprek en zonder enige aanleiding, van het ene op het andere moment allemaal te veel en springt hij uit zijn vel. Hij schreeuwt hen toe onmiddellijk zijn huis te verlaten. Leen: ‘Ik zei tegen Willem, ik geloof niet dat dit nog wat wordt en dat verjaardagsfeestje kunnen we ook wel vergeten, we gaan!’ Kort daarna wordt Jonker du Croo gesloten.

Branchegroep kleinmetaal

Naast de begeleiding van kaderleden en leden en het reguliere overleg met de werkgevers, zet districtsbestuurder Leen een zogenaamde branchegroep op. De groep – bestuurder en kaderleden – inventariseert problemen, mogelijkheden en oplossingen, gericht op de arbeidsomstandigheden en ter voorbereiding van het landelijke CAO-overleg. Het zijn kaderleden uit allerlei middelgrote en kleine bedrijven in de (klein) metaalsector in Amsterdam, Zaanstreek, Haarlemmermeer en Waterland. Wanneer binnen de bond zelf de districtsbedrijfsgroepen (DBG’s) van de grond komen nemen die het werk van de branchegroep over.

Zo’n vergadering van een DBG dreigt hem bijna noodlottig te worden. ’s Avonds zal er vergaderd worden maar overdag krijgt hij het ernstig te kwaad en moet hij met grote spoed naar het ziekenhuis. Daar wordt een maagbloeding vastgesteld en krijgt hij te horen dat hij moet blijven. Dat komt slecht uit, die vergadering is belangrijk en die wil hij niet laten schieten. Hij stelt voor om toch naar huis te gaan, ’s avonds te vergaderen met zijn leden en zich de volgende ochtend weer te melden bij het ziekenhuis. Wanneer de internist hem meedeelt dat hij dan waarschijnlijk de ochtend niet zal halen bindt hij in en wordt in allerijl Hans de Keijzer als vervanger opgetrommeld.

Foto van papa

Leen is midden dertig als hij alles moet geven wat hij kan opbrengen en dat ook doet. ‘Mijn dochter legde op een avond een briefje op mijn nachtkastje, ik was nog lang niet thuis, of ik even langs de fotograaf wilde gaan om een foto te laten maken. Dan kon zij zien hoe of ik er ook al weer uit zag.’ Het zijn waanzinnig lange onderhandelingsdagen en avonden. ‘Ik kwam om half twee ’s nachts terug van een CAO-overleg en besloot toen nog even langs de Ford-fabriek te gaan waar Henk Vos net de boel had bezet. Dat soort werkdagen dus en je vond dat heel vanzelfsprekend. Het mooie van het werk van een districtbestuurder is dat geen dag hetzelfde is en je het gevoel hebt dat je wat voor je leden kunt betekenen. Een meer afwisselende baan is moeilijk te vinden.’

Kaderleden onderhandelen mee

Tijdens CAO-onderhandelingen laat de bond zich vaak bijstaan door kaderleden, ook aan de CAO-tafel. ‘Voor mij was dat een goede zaak, werkgevers namen er ook genoegen mee. Vergeet niet dat mensen die bij een bedrijf werken zich niet alleen hun rechten realiseren maar ook hun plichten. Zij hebben alle belang bij een gezond bedrijf. Directies hadden er in mijn ervaring nooit moeite mee dat ook “gewone” personeelsleden meededen.’

Aan de onderhandelingstafel is hij er altijd op uit om een goed overlegresultaat te behalen en kiest niet voor het succes op de korte termijn. ‘Ik heb nooit bewondering gehad voor collega’s die hoog opgaven over de manier waarop ze de werkgever in het pak hadden genaaid. Als je een werkgever belazert ben jij de volgende keer zelf aan de beurt en dat is niet in het belang van je leden. Die willen dat je hun belangen ook op de langere termijn goed behartigt.’

Fysieke problemen

Na 26 jaar districtbestuurder gaat hij in 2005 met pensioen bij Bondgenoten FNV. Zijn meest actieve jaren zitten er dan al enige tijd op want hij krijgt last van (nieuwe) fysieke mankementen die hem verhinderen zijn werk te doen. Na veel omzwervingen in de medische wereld legt een neurologe die hem nog nooit gezien heeft van afstand de vinger op de zere plek. Hij kan verder maar met een zekere beperking. Na de maagbloeding is het beste er wel vanaf. Hij blijft nog jaren lid van de commissie die zich bezig houdt met de naleving van de CAO’s in de metaalnijverheid en tracht in die tijd ook nog Den Oudsten Bussen open te houden. Tot zijn grote teleurstelling lukt dat niet.

Uitvoering belangrijk

Leen is niet de man van de grote discussies binnen de bond. Beleid is belangrijk, uitvoering spreekt hem meer aan. Zo ook het contact met individuele leden. Voor persoonlijke klachtenbehandeling maakt hij zich graag sterk. ‘Het leek in de Henri Polaklaan ’s avonds wel de vertrekhal van Schiphol, zo veel mensen kwamen er op af. Regels zijn mooi maar nog mooier is om met oplossingen te komen die hout snijden.’

Zijn weinig florissante motoriek dwingen hem om het wat rustiger aan te doen. Wel is hij nog geruime tijd redacteur en hoofdredacteur van de lokale omroep Haarlemmermeer, maar na een hartinfarct, nota bene in de spreekkamer van zijn huisarts, beperkt hij zijn ‘werkzaamheden’ tot het oppassen op de kleinkinderen. En dat geeft hem en Baukje veel plezier! Zij hebben het samen goed, een heel mooi onderkomen vijf hoog in Hoofddorp met in de verte een stijgend vliegtuig op de Kaagbaan. Conflicten aan de onderhandelingstafel behoren tot een ver verleden.

Vraaggesprek opgenomen in Het Gezicht van de vakbeweging Amsterdam, een uitgave van de VHV, april 2018