Het geheugen van de vakbeweging

Column door Gijs Wildeman

Een kerstverhaal

Gijs Wildeman

De winter haalt uit. Pakken sneeuw zijn er gevallen Het kleine stadje aan de rivier is op zichzelf teruggeworpen. In een kelderwoninkje waar, het stinkt naar het riool, geven de broodjes turf in het fornuis nauwelijks warmte. De petroleumlamp staat te walmen. In een hoek van de kamer ligt het oudste jongetje te hoesten onder de deken op de divan, zijn astma speelt weer op. Zijn broertje speelt met wat stukjes hout op de vloer. Vader is weg. De fabriek waar hij eerder had gewerkt, heeft hem ontslagen omdat hij meedeed aan een staking, uitgeroepen door de NAS. (Nationaal Arbeids-Secretariaat) ‘Die rooien wil ik niet in mijn bedrijf’, had de baas gezegd. “Misschien kan ik vandaag ergens wat verdienen”,  zei vader vanmorgen, op de dag voor kerst zijn de mensen wel goedgezind.

Moeder haar vingers zijn haast te koud om het verstelwerk te doen. Gelukkig heeft de mevrouw gezegd dat er geen haast bij is. Maar ja de paar centen die het oplevert, kunnen ze goed gebruiken. “Waar blijft vader, ik moet nog meel halen.”  “Ga maar moe,” kucht het jongetje, “ik pas wel op broertje.” “Nee, nee,  ik neem broertje wel mee.” Hup, kiel aan, sjaal om en pet op, terwijl ze zelf haar omslagdoek pakt. Buiten voel je de oprisping van kou, die zeilt op een gemene snijdende wind. “Op de slee jij,” zegt moeder.

De mensen op straat zoeken zo veel mogelijk bescherming tegen de guurheid door dicht langs de grachtenhuizen te lopen. Uitgemergelde daklozen in lompen proberen nog een bedelcentje te krijgen. “Ach stakkers”, zegt moeder, “ik heb zelf niks.” Het schemert al. De lantaarnopsteker heeft moeite om de lampen brandend te krijgen. In de stadsmolen is het warm. Hier is meel goedkoper dan in de winkel van de fabrieksbaas waar je alles moet kopen als je daar werkt.

Gauw weer naar huis. Het  is bijna helemaal donker nu. De mensen sjouwen door de sneeuwhopen met de laatste kerstinkopen door de schaars verlichte straten. Broertje heeft het koud en wil lopen en spelen. “Niet te dicht bij het water en de boten!” waarschuwt moeder. En dan toch plotseling glijdt broertje naar het zwarte water. Plons en een ijselijke gil “mama mama’. Struikelend rept de moeder zich naar de gracht en roept om hulp Ze ziet de handjes van broertje die zich vastklampen aan de kademuur. Met hulp trekt ze hem omhoog. Tot aan het hemd toe kletsnat en huilen van angst, emotie en kou. Oh God, wat had er niet kunnen gebeuren tussen die boten. Niet aan denken nu. Ze slaat de omslagdoek om broertje heen en trekt de slee in grote haast door de straten. Broertje valt nog van de slee met zijn wang op de stenen. Het bloed sijpelt eruit.

Gelukkig is de vader thuis. Het fornuis brand tierig met het droge hout dat hij heeft meegenomen. De kleertjes uit van broertje en snel bij het oudste jongetje onder de dekens om warm te worden. En een doekje voor het bloeden op de wang. Dan komen ook bij de moeder de tranen van de spanning en snikkend vertelt ze het gebeuren aan vader. De man kust de tranen weg en vertelt dat hij in het bos hulst met besjes heeft gesneden en in trosjes op de markt verkocht heeft. Tussendoor ook nog een konijntje gestrikt en een kerstboompje meegenomen. En wat kaarsjes gekocht.

Het wordt in het kelderwoninkje ‘vrede op aarde’. Vader tuigt de kerstboom op met in de top een zelfgemaakt engeltje van blik. Moeder gaat pannenkoeken bakken al is het meel duur. De bakgeur laat de rioollucht verdwijnen. De kaarsjes worden aangestoken. De vlammetjes weerkaatsen in de oogjes van de kinderen.  Een flikkering van verlangen naar licht naar nieuws wat warmte brengt. Het engeltje staat te glanzen. En als je goed luistert, kun je het horen zingen, ‘komt verwondert u hier mensen’.

Ik wens iedereen een zalig kerstfeest en gelukkig 2019 toe

Gijs Wildeman

december 2018