Het geheugen van de vakbeweging

Cas van den Berg: ‘… de vakopleiding heeft me nooit meer losgelaten….’

Onder Dak! – FNV Bouw 1982-2015

Cas van den Berg:

‘EEN KARWEI DAT JE BEGINT
MOET JE AFMAKEN’

Een echte Hagenees, van het Veen, zoals dat heet. Geboren ten Oosten van de Laan van Meerdervoort. Dat is Cas van den Berg (1937), oud-kaderlid van FNV Bouw die ruim dertig jaar actief was voor vooral de vakopleiding. ‘Maar ik was aanvankelijk lid van de communistische Eenheidsvakcentrale’, vertelt hij. ‘Ik kom uit een echt rood nest, weet je. Na de opheffing van de EVC ben ik overgestapt naar de Algemene Nederlandse Bouwarbeidersbond, een voorloper van de Bouwbond NVV. Maar ik werd daar al snel uitgekegeld. Ze pruimden geen communisten daar.’ Op voorspraak van collega’s, die beter zagen wat hij in zijn mars had, werd Van den Berg een paar jaar later gerehabiliteerd. Kort daarna groeide hij door tot afdelingsvoorzitter.

REBEL

Van den Berg begon in 1953 op z’n zestiende met werken. Hij volgde de opleiding timmerman via het leerlingwezen. Als jonge rebel kwam hij in de begintijd in conflict met verschillende bazen, voor wie hij werkte. Meestal ging dat over gesjoemel met vakantiebonnen. Pas later vond hij een vaste stek bij bouwbedrijf Kozel, waar hij 35 jaar lang bleef als voorman-timmerman en leermeester.

De baas van het bedrijf zat in de ‘plaatselijke opleidingscommissie’. De plaatselijke opleidingscommissies van de SVB bestonden uit werkgevers, werknemers en onderwijsmensen. Ze hielden toezicht op de uitvoering en kwaliteit van de vakopleiding en behandelden klachten van leerlingen. ‘Kozel vroeg me om namens de vakbond in de commissie zitting te nemen’, zegt Van den Berg. ‘En dat heb ik toen gedaan. Zo ben ik de vakopleiding ingerold, een thema dat me vervolgens nooit meer heeft losgelaten.’ Hij vertelt hoe de plaatselijke opleidingscommissie overging in achtereenvolgens de regionale opleidingscommissie (ROC), de regionale opleidings- en arbeidsmarktcommissie (ROAC) en de regionale commissie beroepsopleiding bouw (RCB-bouw). Van den Berg heeft die allemaal als actief lid namens de vakbond meegemaakt. Zoals hij ook de overgang van ANB naar Bouwbond NVV, de federatie bouwbonden, de Bouw- en Houtbond FNV en FNV Bouw meemaakte, en de omvorming van de Stichting Vakopleiding Bouwbedrijf (SVB) naar Bouwradius en later Fundeon. Als je bij wilt blijven, moet je tegen veranderingen kunnen…

VERANTWOORDELIJK

Naast het beleidswerk in de opleidingscommissies, was Van den Berg ook leermeester in zijn bedrijf en ‘branchegecommiteerde’ voor de examinering. In die functies had hij rechtstreeks contact met jongeren in opleiding. ‘Dat was toch wel het leukste’, vindt hij. ‘De jongens leren kennen, zien hoe ze steeds beter worden in hun vak, ze bij de kladden grijpen als het nodig is. En als je ze dan later in de stad of ergens op een bouwplaats tegenkomt, en ze roepen “Hé Mees, hoe is het met je?”, dan weet je dat je het toch niet zo slecht hebt gedaan.’ Maar zwaar was het ook. ‘Je bent toch verantwoordelijk voor die jonge gasten. Je moet goed op ze letten en dat kost een hoop tijd en energie. Ik was dan eerlijk gezegd ook wel blij, als ik weer eens met volwassenen kon werken in mijn beroep als voorman’, verzucht Van den Berg.

AFSCHEIDSETENTJE

De commissie branchegecommiteerden bouw (CBG-bouw) was een officiële instantie van de vakopleiding in de bouw. Namens de SVB (later Bouwradius en Fundeon) bewaakten de CBG-leden de kwaliteit van de examinering, zowel op school als in het bedrijf. Zo zorgde de SVB ervoor dat aan de eisen van de Onderwijsinspectie werd voldaan. Branchegecommitteerde Van den Berg maakte er vanaf het begin deel van uit. Rond 2010 werden de commissies opgeheven, omdat het Opleidings- en Ontwikkelingsfonds moest bezuinigen. Op zich kon Van den Berg daar begrip voor opbrengen, maar de manier waarop het ging zit hem nog steeds dwars: ‘We zouden voor een centrale training naar Haarzuilens gaan, maar toen we daar kwamen werd ons verteld dat de commissies ongeveer per direct ophielden te bestaan. Na een afscheidsetentje was het zo maar ineens over en uit.’

WELLETJES

Kort daarna stopte Cas van den Berg, die al vanaf z’n 57e van de VUT-regeling gebruik maakte, ook met al het andere kaderwerk voor de vakopleiding. Niet uit onvrede over de gang van zaken, maar omdat hij zich had voorgenomen dat het op z’n zeventigste wel welletjes is geweest. Nog steeds is hij lid van de FNV, al kijkt hij met zorg naar de huidige ontwikkelingen. ‘De brede FNV zou dichter bij de leden komen te staan, maar het tegendeel is het geval’, constateert hij. ‘De afdelingen zijn verdwenen, de bouw is nauwelijks nog zichtbaar. De organisatie staat maar voor de helft.’ Hij neemt dat de voormannen Ton Heerts en John Kerstens, beiden inmiddels vertrokken, kwalijk: ‘Als je een karwei begint, moet je dat ook afmaken.’