Het geheugen van de vakbeweging

Karin Adelmund (1949-2005)

Toeval of niet, even voordat ik de uitnodiging ontvang om dit stuk te schrijven over de dood van Karin Adelmund, verschijnt de voortreffelijke biografie ‘Allemans VRIEND’ van die andere veel te vroeg overleden parel van de sociaaldemocratische beweging: Johan Stekelenburg. En alsof het zo moet zijn, stuit ik geboeid lezend op een uitspraak van Karin over Johan. De quote is een poging van de auteur, ex-vakbonds- en Vrij Nederland-journalist Jeroen Terlingen, om de ijdelheiden onzekerheid van een van mijn meest flamboyante voorgangers te verklaren. “Vergeet niet dat hij als gewone arbeidersjongen altijd het gevoel had net wat beter zijn best te moeten doen dan mensen die hadden gestudeerd”, aldus Karin op bladzijde 171.

Karin Adelmund (1949-2005)Karin Adelmund (1949-2005)

Waarneming of projectie door de vrouw die het als eerste vrouw tot vice-voorzitter van de grootste vakcentrale schopte? Van allebei een beetje, denk ik. Karin kwam net als Johan uit een kroostrijk gezin dat het niet breed had. En beiden deden de sociale academie. Toch heb ik bij Karin nooit het idee gehad dat zij het gevoel had dat zij zich intellectueel z onodig moest bewijzen, zoals Johan dat kennelijk wel had. Wel als vrouw en zeker als vrouw in de vakbeweging. Daar was haar alles aan gelegen. Op de avond nadat ik het verschrikkelijke nieuws van haar overlijden had vernomen, meldde ik onder meer in mijn weblog: “Karin was enthousiast over de stappen die de verschillende FNV-bonden zetten om meer vrouwen bij het vakbondswerk te betrekken. Karin was trots op ons. Toen ik in 1990 tot het bestuur van de Vervoersbond mocht toetreden, werd het tijd voor ons eigen geheime genootschap: genootschap van de dames van de FNV. Het was één van de manieren van Karin om de vrouwen in de vakbeweging een beetje te stutten en te steunen. ” Vrouwen in de vakbeweging waren begin jaren negentig geen exotische plantensoort meer, maar wat extra onderlinge steun konden wij wel gebruiken.  Etentjes werden er belegd. Kon je daar nu over praten met je mannelijke collega’s, over het feit dat er zulke bijeenkomsten waren? Wat zette je in je bureauagenda? Vrouwenoverleg? Of mocht je het niet opschrijven en moest het geheim blijven? Kon je bij het maken van de afspraak het secretariaat inschakelen? Gingen wij echt ‘vergaderen’ of gingen wij strategietjes uitdenken? En kon je dat eigenlijk wel maken? Met Prinsjesdag was zij het meest uitbundig in haar enthousiasme voor mijn aanwezigheid daar, als voorzitter van de FNV. En onze ontmoeting bij de 1 mei bijeenkomst van dit jaar bij het Spiekmanmonument in Rotterdam. Wij mochten beiden spreken. Karin had tevoren wat rondgelopen door de buurt,waar zij vroeger ook zo vaak had rondgelopen. Langs veel huizen waar de ramen waren dichtgetimmerd. “Kun je je dat voorstellen?”, vroeg ze mij, “deze huizen zitten al meer dan 20 jaar dichtgetimmerd. Een hele generatie is hier opgegroeid met huizen met dichtgetimmerde ramen. Kun je je voorstellen welke gevolgen dat heeft voor je beeld van de samenleving?” Een lefgozertje met een bijzondere opmerkingsgave. Je bent prachtig!

Agnes Jongerius
December 2005