Het geheugen van de vakbeweging

Een sfeerbeschrijving

Jubileum R.K. Bouwvakarbeidersbond St. Joseph, 1917-1947 

Vaandel eigendom Liemers Museum Zevenaar

De tijden zijn veranderd. Ik zie het congres van Vakbond FNV niet zo snel een telegram van onwankelbare trouw en verknochtheid sturen aan aartsbisschop Eijk en koning Willem-Alexander. De R.K. Bouwvakarbeidersbond St. Joseph had in 1947 wat te vieren. Zijn dertigjarig bestaan. Tijdens een driedaags congres begin juli 1947.

Bondsvoorzitter De Brouwer is 4 juli op de dag af dertig jaar lid van het hoofdbestuur. Hij heet alle aanwezigen hartelijk welkom. Met het sturen van telegrammen naar kardinaal de Jong en koningin Wilhelmina wordt de kring der feestgangers uitgebreid tot de  belangrijkste Nederlanders. In de Jubileumkrant van Op de Steiger zijn de telegrammen opgenomen.

We lezen: ‘Onder luide bijval van het congres werd een telegram gezonden aan Zijne Eminentie Johannes Kardinaal de Jong luidende als volgt: “De Katholieke Bouwvakarbeidersbond, In congres bijeen te Arnhem in Musis Sacrum, vertegenwoordigende ruim 36.000 katholieke arbeiders, wenst uiting te geven aan zijn gevoelens van onwankelbare trouw aan ons H. Geloof en eerbiedige onderdanigheid aan Uwe Eminentie.”

De Jong was een geleerd man, hij was in Rome gepromoveerd in de wijsbegeerte (1910) en in de godgeleerdheid (1911), daarna professor geworden. Hij schreef het Handboek der Kerkgeschiedenis, twee delen die verschenen tussen 1929 en 1931. De Jong was in 1936 tot aartsbisschop van Utrecht benoemd.

Tijdens de oorlog had hij zich standvastig opgesteld tegenover de bezetter en zich openlijk en principieel gekeerd tegen de Jodenvervolging. Hij riep op geen medewerking te verlenen aan de deportaties, vaardigde een door Titus Brandsma ontworpen verbod uit over het opnemen van NSB-advertenties in de rooms-katholieke dagbladen.

Toen paus Pius XII in 1946 De Jong tot kardinaal benoemde als eerste Nederlandse geestelijke uit ‘Utrecht’ sinds de Reformatie, ging er onder de Nederlandse katholieken een gejubel op dat weerklonk tot in Vaticaanstad. De aartsbisschop had gezag verworven tot ver buiten zijn eigen kring en dat straalde af op het hele katholieke volksdeel.

Uit het telegram aan koningin Wilhelmina: “… geeft langs deze weg uiting aan zijn verknochtheid en onderdanigheid aan Uwe Majesteit en prijst uw zegenrijk bestuur gedurende nu bijna een halve eeuw”. Het waren de codes van die tijd in christelijke en conservatieve kringen. Wilhelmina had overigens weinig op met het katholicisme, al trok ze aan het eind van haar regeringsperiode wat bij.

Omhelzing van de monarchie

Gedurende het hele bestaan van de Sovjet-Unie is communisten ingewreven dat ze handelden op grond van dictaten uit Moskou. Het verwijt aan katholieke gezagsdragers dat ze worden aangestuurd vanuit Rome is van nog veel oudere datum en nooit verstomt. Vanaf het herstel van de bisschoppelijke hiërarchie in 1853 tot zo midden jaren zestig van de vorige eeuw deden de katholieken hun uiterste best de protestanten te bewijzen dat ze betrouwbare burgers waren. De omhelzing van de monarchie is daarvan een uiting.

De rooms-katholieke bouwvakkers van ‘Sint Joseph’ droegen vol  overgave hun steentje bij aan de verfraaiing van het Oranjehuis. Wilhelmina zal in hun genegenheidsbetuiging een bevestiging van de liefde van het gewone volk voor het koningshuis hebben gezien.

De afgelopen verkiezingscampagne is een politicus naar voren getreden die nostalgisch lijkt terug te verlangen naar deze tijd. Dat is de partijleider van het CDA Sybrand Buma. Hij ziet ons het liefst de ochtend op school en op het werk beginnen met het zingen van het volkslied en het hijsen van de driekleur.

Een van zijn voorgangers, wel met een volstrekt andere sociale achtergrond, is Jan Andriessen, voorzitter van de Katholieke Volkspartij en aanwezig op dit speciale congres van de bond. Het was vanzelfsprekend dat hij als gast was uitgenodigd. In de ogen van velen was hij de bond, want Andriessen was meer dan twintig jaar het boegbeeld, de voorzitter geweest van de vakbond van rooms-katholieke bouwvakarbeiders (van 1924 tot 1946).

Met alleen maar lagere school was hij op zijn dertiende in de textielfabriek in zijn woonplaats Goor gaan werken en enkele jaren later als bouwvakker aan de slag gegaan. Vanzelfsprekend actief in de vakbond. Op z’n dertigste in 1924 de eerste man van de bond geworden. Andriessen had de bond door stakingen, uitsluitingen, perioden van economische crisis, hoge werkloosheid en de oorlog geleid. Bovendien voor de fractie van de Rooms-Katholieke Staatspartij deel uitgemaakt van de Eerste Kamer (1933-1937) en de Tweede Kamer van de Staten-Generaal (vanaf 1937, hij zou er deel van blijven uitmaken tot 1967).

Kengetallen

De R.K. Bouwvakarbeidersbond is opgericht in 1917. We kunnen zijn activiteiten goed volgen via het bondsorgaan De R.K. Bouwvakarbeider. Het verschijnt om de twee weken. De redactie en de administratie zijn gehuisvest op Drift 8 te Utrecht.  Bedrijfsmatige ontwikkelingen leiden tot een bredere naamgeving van het bondsblad, het wordt Op de Steiger met ingang van vrijdag 11 april 1947.

Begonnen met 7.000 leden telt de bond dertig jaar later 36.000 leden. Het bondsvermogen neemt toe van fl 18.500 tot fl 1.470.000 in 1941. We gaan niet op de details van dit oorlogsjaar voor de vakbeweging in. Het is een bijna traumatische ervaring voor degenen die het allemaal hebben meegemaakt. De bond wordt in enkele weken tot de grond toe afgebroken. Maar na de oorlog herrijst de vakbond, heeft in 606 plaatsen in het land een afdeling.

De bond heeft samen met de andere vakorganisaties in die dertig jaar vele cao’s afgesloten en de Wet op de CAO van 1927 en de Wet op het algemeen verbindend en onverbindend verklaren van bepalingen van collectieve arbeidsovereenkomsten uit 1937 van kracht zien worden. Arbeidswetgeving en sociale zekerheid zijn enigszins in de steigers gezet. We worden ons bewust van de betekenis van de bond door enkele kengetallen die tijdens het congres worden opgesomd.

In die dertig jaar zijn de volgende uitkeringen gedaan, bij werkloosheid fl 22.842.000 (twee en twintig miljoen achthonderd twee en veertig duizend gulden); aan staking en uitsluiting  fl  1.257.000; bij ziekte  fl 422.000 en bij overlijden fl  121.000. Het zijn kale cijfers, maar het cijfer bij werkloosheid duidt op de bestaansonzekerheid in veel gezinnen èn op de vakbond die zijn handmatig gevoerde administratie zo op het oog beter voor elkaar had dan het UWV nu met al zijn automatisering.

Achter de aanduiding staking en uitsluiting gaan drama’s schuil van de noodzaak om brood op de plank te krijgen, het gevoel onrechtvaardig op het werk te worden behandeld, spanning, teleurstelling en triomf bij verloren of gewonnen arbeidsconflicten. Patroons van wie de goede bedoelingen niet worden begrepen, feodale en wraakzuchtige werkgevers, ontslagen arbeiders, huiselijke twisten over de deelname van de kostwinner aan de staking, trouw en ontrouw aan de bond, enzovoort

Tegen liberalisme en communisme

G. C0llignon laat zich gaan in de Jubileumkrant: ”Katholieke bouwvakarbeiders, werkers in het bouwbedrijf met de schop of de troffel, met de verfkwast en de hamer, gij die staat aan lier of heiblok, in de bouwput of de nok, maakt uw bond sterk en groot, volgt de voetstappen van de pioniers wier werk wij gedenken. Bouwt mee!”.

Timmerman-meubelmaker Th. Peer

Dat was nodig. Circa 270.000 mensen zijn tijdens de oorlog omgekomen. Nederland is leeggeroofd en vernield door de Duitsers. Na de bevrijding moet het land worden opgebouwd. Ieder moet de schouders eronder zetten. Bouwactiviteiten op grote schaal, voor reparatie van wat was vernield en voor nieuwe kantoren, fabrieken, wegen en woningen. Met de babyboom veranderde het timmerbedrijfje waar mijn vader werkte in een werkplaats voor kindermeubilair zodat hij naast een ervaren timmerman tevens een vakbekwaam meubelmaker werd.

De vakbeweging krijgt een belangrijke plaats in het stelsel van arbeidsverhoudingen. In de woorden van Collignon is “het katholieke arbeidersleger opgedrongen tot de slotbrug van de publiekrechtelijke bedrijfsorganisatie”. Herstel, ordening en arbeidsvrede vormen de parolen voor de opbouw van de economie en de opvoering van de productiviteit. Het College van Rijksbemiddelaars beslist over de hoogte van de lonen die de vakbonden en werkgeversorganisaties met elkaar zijn overeengekomen.

Het gemillimeter van de geleerden in het CvR wordt lang niet door alle werkers als democratisch en eerlijk ervaren, zeker niet door hen die zijn aangesloten bij de communistische Eenheidsvakcentrale. In amechtig proza veegt Collignon hen en de liberalen de mantel uit:  “In deze phase van de strijd verdubbelen de resten van een verdord liberalisme hun laatste krachten en stort een mateloos communisme zijn bedrog en venijn langs de duistere wegen van misleiding en duivelse sluwheid uit over de strijders van de goede zaak.”

Waar de vakorganisaties hun grenzen voorheen scherp markeerden trekken ze in de naoorlogse jaren in de Bedrijfsunie eensgezind met elkaar op. Voorzitters en oud-voorzitters van de rooms-katholieke, algemene en de protestants-christelijke bonden van bouwvakkers zitten broederlijk naast elkaar in de zaal.

Een pauselijke onderscheiding

Het moeten mannen met een arbeidersachtergrond als Andriessen zijn geweest die de dragende kracht vormden achter de naoorlogse rooms-rode coalities. Andriessens politieke activiteiten uit de jaren dertig worden doorgetrokken; vanaf 1946 begint Andriessen min of meer aan het tweede deel van zijn unieke loopbaan.

Bekende mensen spreken op het congres, vakbondsleiders uit het buitenland, Chris Matser, de burgemeester van Arnhem, professor Dr. W.F. de Gaay Fortmann als vertegenwoordiger van minister Drees, pater Henri de Greeve, politiek leider van de KVP en fractievoorzitter in de Tweede Kamer professor C. Romme, verbondsvoorzitter A.C. de Bruijn.

Andriessen zelf blikt terug: “De pioniers van 1917 en daarvoor kunnen met rechtmatigheid op de door hun verrichte arbeid terug zien. De resultaten van hun werk hebben gestalte gekregen in bedrijfsregelingen, bedrijfsorganen, inschakeling in het maatschappelijk leven en in een diepe bewustwording van eigen betekenis en taak.”

Het hoogtepunt van de driedaagse bijeenkomst is het moment waarop pastoor F. van Leeuwen het woord neemt. Van Leeuwen moet Andriessen bijzonder goed hebben gekend, want hij was al meer dan 25 jaar als geestelijk adviseur verbonden aan ‘Sint Joseph’. Congresgangers prijzen de pastoor omdat hij nooit buiten zijn boekje is gegaan en de echte vakbondszaken aan de mannen van het bestuur liet. Ontroerd laat de pastoor weten dat het Zijne Heiligheid de paus had behaagd Jan Andriessen, oud-bondsvoorzitter, thans voorzitter van de KVP, te benoemen tot ridder in de orde van de Heilige Sylvester.

Harry Peer

mei 2017

Dit is het derde artikel in de reeks over de voorlopers van de sector Bouwen & Wonen van Vakbond FNV. 1) Op de Steiger. De Nederlandsche R.K. Bouwvakarbeidersbond, februari 2017; 2) De Algemene Nederlandsche Bouwarbeidersbond in het jaar 1920, april 2017.