Het geheugen van de vakbeweging

Johan Stekelenburg

De juiste man op de juiste plaats op het juiste moment

Aanvalluhhh…het kwam een beetje aarzelend uit de keel van Johan Stekelenburg op zaterdag 8 oktober 1988 op het Amsterdamse Museumplein. Eerder dat jaar had het Nederlands Elftal onder aanmoediging van de Aanvalluhhh-kreet van het publiek het Europees voetbalkampioenschap veroverd. Zijn voorlichters zouden graag zien dat Stekelenburg de aanzet gaf om met deze kreet de demonstratie ’t Kan anders, beter! af te sluiten. Ondanks de aanvankelijke aarzeling zwol het geluid tot orkaankracht aan…De FNV krabbelde op uit een diep dal, een nieuwe vakbondsleider had zich aangediend.

Johan Stekelenburg, FNV-voorzitter (1988-1997)Johan Stekelenburg, FNV-voorzitter (1988-1997)

De FNV had een moeilijke tijd, toen Johan Stekelenburg aantrad. In 1982 was de fusie tussen NVV en NKV eindelijk voltooid. De economische recessie dwingt dan het Akkoord van Wassenaar af, waarbij de automatische prijscompensatie wordt ingezet om tot arbeidstijdverkorting te komen. De vruchten daarvan worden pas een jaar of tien later zichtbaar. Een jaar na de fusie kort het eerste kabinet-Lubbers fors op de uitkeringen en de ambtenarensalarissen. De FNV is Boos op Koos, maar moet zich ondanks langdurige stakingen erbij neerleggen. Wim Kok neemt in 1985 afscheid en Hans Pont neemt over. Er zijn wat aarzelingen daarbij. Er zijn bonden die liever Johan Stekelenburg naar voren hadden willen schuiven. Stekelenburgs eigen Industriebond staat daarbij in de weg. Vice-voorzitter wordt hij wel. En arbeidsvoorwaardencoördinator.
Het aanhoudend ledenverlies is voor Pont in 1986 aanleiding tot een diepgaand zelfonderzoek. Het rapport De FNV over 14 jaar schetst een kritische stand van zaken van de grootste vakcentrale en geeft een strategie aan om in ieder geval de 21ste eeuw te halen. Onderdeel van het rapport is een attitudeonderzoek onder leden en niet-leden van de vakbeweging. Daaruit blijkt dat er een heel anders tegen de FNV wordt aangekeken dan de doorsnee vakbondsbestuurder op de ledenvergaderingen ervaart. Maar ook dat het ledenbestand van de FNV-bonden een afspiegeling is van de arbeidsmarkt van de jaren vijftig. De nieuwe werknemers – werknemers in sectoren en beroepen die sindsdien zijn opgekomen, vrouwen, allochtonen, jongeren – zijn zwaar ondervertegenwoordigd.
De kritische zelfanalyse is voor menig FNV-bestuurder en –kaderlid moeilijk te aanvaarden. Pont, de boodschapper van het slechte nieuws, wordt er haast persoonlijk op aangekeken. In 1988 neemt hij een aanbod van Lubbers voor een overstap naar Binnenlandse Zaken aan en maakt zo de weg vrij voor Stekelenburg. In de negen jaar van zijn FNV-voorzitterschap zal hij uitvoerig putten uit de analyse die Pont hem heeft nagelaten.
Johan Stekelenburg geeft zijn visitekaartje af met de actie ’t Kan anders, beter! Op het Museumplein legt de vakcentrale haar defensieve imago af, laat iets van haar nieuwe gezicht zien, toont een verfrissend elan. Stekelenburg wordt daar steeds sterker de representant van. Maar dat wil niet zeggen dat zijn rol onomstreden is en dat de bonden zich gemakkelijk aan zijn leiding onderwerpen. Integendeel… menigmaal laten media weten dat hij wordt teruggefloten door zijn bonden. Dat staat zijn populariteit onder vakbondsleden en niet-leden nauwelijks in de weg.
Onder Stekelenburg verandert het imago van de FNV. Rood wordt Grieks blauw (zoals Hans Pont ooit het pastelgroen in het FNV-beeld noemde), het tegendenken wordt meedenken, er wordt getracht over de eigen schaduw heen te springen. En dat lukt. Als de FNV in 1996 haar 20-jarig bestaan viert in de Amsterdamse Westergasfabriek projecteert Stekelenburg de ledenontwikkeling in die periode. De grafieklijn loopt van 1976 gestaag omlaag tot 1988 en sindsdien gestaag omhoog. Het verleidt de ook aanwezige Wim Kok tot de opmerking dat het maar goed is dat hij tijdig is teruggetreden…
Belangrijker is dat Stekelenburg ook kan laten zien dat de werkgelegenheid groeit. Ongeveer vanaf het Akkoord van Wassenaar. Hij probeert daarmee zijn critici de mond te snoeren, die beweren dat de loonmatiging sindsdien niets zou hebben opgeleverd. Met de grafieken van de leden- en de werkgelegenheidsontwikkeling reist Stekelenburg als ambassadeur van het poldermodel de halve wereld af. Het verstevigt daarmee het internationale imago van zijn voorganger Wim Kok, want die was toch de grondlegger van het Akkoord van Wassenaar. Maar het komt ook het imago van de FNV niet minder ten goede.
In het FNV-beleid heeft jarenlang het impliciete streven gezeten naar volledige lifetime banen. Deeltijdbanen, uitzendbanen, flexibele arbeid is pulparbeid. Onder Stekelenburg komt daar verandering in. En dat wordt pontificaal gedemonstreerd door bij een Amsterdamse McDonalds vestiging een campagne voor deeltijdwerk te starten. Zoals ook op het congres in 1993 afscheid wordt genomen van de familie Doorsnee. Het gezinsdenken, het kostwinnersmodel maakt plaats voor het streven naar individuele economische zelfstandigheid. Binnen deze ontwikkelingen vormt de FNV zich om tot zaakwaarnemer. Het zijn ontwikkelingen die door betrokken en gemotiveerde vakbondsleden met gemengde gevoelens worden aanschouwd, maar die wel het ledental van de FNV opstuwen naar historische hoogten.
Onder Johan Stekelenburg trok de FNV zich aan de eigen haren uit het moeras. Van een in zekere zin in zich zelf gekeerde organisatie werd het een graag geziene gast in alle delen van de samenleving. Menig waarnemer, menig werkgever die eind jaren tachtig beweerde dat de FNV de 21ste eeuw niet zou halen, zag zijn voorspelling gelogenstraft. Voor de FNV was Johan Stekelenburg de juiste man, op de juiste plaats, op het juiste moment…