Het geheugen van de vakbeweging

Jo Abbenhues
‘Dan zat er ook eens een vakbondsman bij Beatrix en Claus aan tafel’

Allround vakbondsbestuurder

Jo Abbenhues (1921-2020)

Jo Abbenhues (Amsterdam, 31.december 1921 – Hengelo, 29 april 2020) komt uit een echt rood vakbondsgezin. Vader is taxichauffeur en richt samen met zijn collega’s een coöperatief taxibedrijf op. Moeder werkt als schoonmaker. Het gezin telt vijf kinderen. Jo wordt geboren in de Jordaan en groeit op in de Staatsliedenbuurt, even ten westen van de Jordaan.

In Amsterdam volgt Jo na de lagere school de ambachtsschool richting metaal en daarna de Amsterdamse Arbeiders Avondschool. Deze opleiding komt in die tijd tot grote bloei. Tijdens het interbellum is de bekende SDAP-wethouder Floor Wibaut (1859 – 1936, ‘Wie bouwt? Wibaut!’) hierbij de grote inspirator.

Na een periode als leerling ketelbouwer en lasser treedt Jo in 1936 in dienst bij metaalbedrijf Du Croo & Brauns in Amsterdam. In die tijd maakt het bedrijf metalen stutten voor het vervangen van de houten exemplaren die gebruikt worden in de mijngangen van de Staatsmijnen in Limburg.

In 1946 trouwt hij met Juultje Moritz, in 1920 geboren en getogen in Amsterdam, ook in de Jordaan. Ze krijgen drie kinderen. Helaas overlijdt Juultje in 2011. Vanzelfsprekend is Jo lid van de AJC (Arbeiders Jeugd Centrale) en vanaf 1937 lid van de ANMB (Algemene Nederlandsche Metaalbewerkersbond). Na de oorlog wordt hij actief voor de vakbond in de ledenwerving. Hij komt in het afdelingsbestuur en krijgt al snel de vraag of hij het jeugdwerk voor de bond wil gaan opzetten. Hij volgt in die tijd de kaderopleiding aan het Troelstra Oord, eerst in Beekbergen en later in Egmond aan Zee.

Half jaar Verenigde Staten (1)

In 1952 kan hij meedoen aan een uitwisselingsprogramma van de Amerikaanse vakbeweging. Hij verblijft een half jaar in de Verenigde Staten en maakt daar kennis met de Amerikaanse samenleving, de manier waarop er gewerkt wordt en de betekenis en werkwijze van de vakorganisatie. Het is voor hem een korte maar indrukwekkende ervaring. Enige jaren later gaat hij in 1956 bij de ANMB aan de slag als scholingsmedewerker, belast met de kaderopbouw in de bedrijven, met als standplaats Arnhem. Voor deze nieuwe functie krijgt hij van zijn
werkgever een opleiding. Zo kan hij het geleerde in Arnhem en omgeving in de praktijk gaan brengen. Naast de kaderopbouw krijgt hij de sociale zekerheid in zijn pakket. Hierbij houdt hij zich vooral ook bezig met pensioenregelingen.

Ombouw gastoestellen

Na vier jaar (1960) vertrekt hij naar Velzen. Het werk bij de Hoogovens krijgt zijn volle aandacht. Van 1966 tot 1973 werkt hij vanuit het bondskantoor in Hengelo (O). Hij houdt zich onder meer bezig met de Almelose bedrijven Philips, Cirex en Urenco. Ook Texas Instruments zit in zijn takenpakket. Hier werkt hij goed samen met het kaderlid Stuivenberg.
In Tubbergen heeft een bedrijf zich gespecialiseerd in de ombouw van gastoestellen naar aardgas. In Nederland zijn deze werkzaamheden vrijwel afgerond dus richt de onderneming zich op de West-Duitse markt. Allerlei zaken op het terrein van arbeidsvoorwaarden blijken niet in orde. Hieraan heeft Jo een stevige klus. In die periode werkt hij samen met Joost Moolekamp van het Regionaal Werk van het NVV (kantoor Almelo). Ze raken bevriend en houden jarenlang contact.

Koninklijke lunch

Collega’s op het kantoor in Hengelo zijn onder andere: Theo de Bruin (later bekend door zijn acties over asbest bij Eternit in Goor), Rein Baarda (voormalig scholingsmedewerker) en Frans van de Veer die later door Cor Franken zal worden opgevolgd. Het is de verlovingstijd van prinses Beatrix en prins Claus. Het paar maakt een verkenningstocht langs de provincies en Jo wordt uitgenodigd om samen met het paar en vele anderen te lunchen in Bad Boekelo. ‘Dan zat er ook eens een vakbondsman aan tafel’, merkt hij daar later over op.

In 1973 wordt Jo Abbenhues, op zijn verzoek, overgeplaatst naar Utrecht. In 1978 vindt de fusie tot Industriebond FNV plaats. Tot zijn pensioen in 1980 blijft Jo bij de bond aan het werk. Hierna keert hij terug naar Hengelo (O) om daar van een rustige oude dag te kunnen genieten.

(1) Na de oorlog was er veel aangelegen om Nederland economisch weer op te bouwen. Daartoe werd o.m. de Contactgroep Opvoering Productiviteit opgericht. Die hield zich vooral bezig met begeleiding van de Marshall Hulp. Daartoe hoorden ook bezoeken van vakbondsdelegaties aan de Verenigde Staten. De contactgroep werd later, na adoptie door de Sociaal-Economische Raad (SER) in 1961, herdoopt tot Commissie Opvoering Productiviteit (COP).

Eerder gepubliceerd in Het gezicht van de vakbeweging in Twente, Stichting VHV, Hengelo, 2015