Het geheugen van de vakbeweging

Presentatie Sociaal Akkoord kabinet-Rutte II en de Stichting van de Arbeid – april 2013, derde van links toenmalig FNV-voorzitter Ton Heerts


In de postpolder (2013-2017)

Twee grote akkoorden

De overgang naar de postpolder werd gemarkeerd door twee akkoorden. In de zomer van 2013 kwam onder regie van de SER-voorzitter het Energie-akkoord tot stand. Een akkoord waaraan maar liefst ruim veertig partijen meewerkten, van VNO-NCW tot Greenpeace, in een soms taai proces op basis van volkomen vrijwilligheid. In het akkoord werd een ingewikkeld traject uitgezet met ambitieuze doelstellingen voor de energietransitie richting 2020 en op onderdelen zelfs 2033. Dat al deze partijen daaraan wilden meewerken, onderstreepte hoe urgent dit vraagstuk was én dat men aller wegen overleg nog steeds beschouwde als het beste middel om tot noodzakelijke veranderingen op dit terrein te komen. Een uniek postpolderiaans project, dat jarenlange vervolgen kreeg. SER-voorzitter Draijer kreeg er als regisseur van dit overleg in 2017 de prijs van het Public Mediation Program van de UvA voor.

Begin februari 2013, in de bossen bij Arnhem. Werkgeversorganisatie VNONCW houdt haar jaarlijkse bezinningsconferentie in het statige Hotel De Bilderberg. De crème de la crème van het Nederlandse bedrijfsleven is aanwezig: voorzitter Elco Brinkman van Bouwend Nederland, Dick Benschop, president-directeur van Shell Nederland, topman Bert Meerstadt van de Nederlandse Spoorwegen, president-commissaris Rein Willems van energiereus Essent. Verder signaleren we onder anderen de oud-CDA-premiers Ruud Lubbers en Jan Peter Balkenende en voorzitter Wiebe Draijer van de Sociaal-Economische Raad.

Het thema dat voor deze Bilderbergconferentie zorgvuldig is gekozen: hoe kan het bedrijfsleven ‘nieuwe partnerschappen’ sluiten die bijdragen aan ‘een economisch, ecologisch en sociaal sterk Nederland’? Want zo’n bezinningsconferentie is er om duidelijk te maken dat het de ondernemers echt niet alleen te doen is om het financieel gewin. Op de tweede dag, na het ontbijt en de oecumenische dienst onder leiding van Jacobine Geel, is het de beurt aan gastspreker Diederik Samsom. De PvdA-leider houdt een gedreven betoog over Nederland in de komende decennia. Uitvoerig prijst hij ondernemers die zich niet richten op de winst op korte termijn maar hun verantwoordelijkheid nemen om de samenleving verder te helpen: ‘De nieuwe realiteit vraagt om meer ondernemerschap, meer samenhang, meer duurzaamheid’. Alleen zo, besluit hij, ‘kunnen wij de toekomst van onze kinderen veilig stellen.’

Na afloop van zijn inleiding wordt de sociaaldemocraat omringd door enthousiaste ondernemers die een praatje met hem willen aanknopen. Tijdens de koffiepauze klinkt in verschillende toonaarden: ‘Goede jongen zeg, die Samsom. Had ik nooit verwacht.’ De bemoedigende reacties in Hotel De Bilderberg zijn een opsteker voor Samsom. Rond dezelfde tijd werkt hij in alle stilte aan het plan dat hij al twee jaar eerder samen met Gerda Ver- burg in de Kamer had voorgesteld: de totstandkoming van een Nationaal Energieakkoord. Met de steun van de werkgevers.

FNV-voorzitter Heerts deed intussen vanaf zijn aantreden in de loop van 2012 intensieve pogingen om de existentïele crisis binnen de FNV te bezweren. In het regeerakkoord van het kabinet-Rutte II van najaar 2012 was op verzoek van m.n. de PvdA opnieuw de waarde van overleg met sociale partners vastgelegd. Zo kwam in april 2013 dan toch nog een breed tripartite Sociaal Akkoord tot stand, waarmee het slepende conflict rondom ontslagrecht eindelijk gepacificeerd werd, althans zo leek het. Het akkoord diende duidelijk om het net aangetreden kabinet-Rutte II én de FNV van het dringend noodzakelijke draagvlak te voorzien. Zo bezien was er een opmerkelijke parallel met het eveneens tripartite Gemeenschappelijk Beleids Kader (GBK) uit 1989, dat bedoeld was om het nieuwe kabinet-Lubbers III te helpen, maar in de praktijk al na ruim een jaar onderuitging in werkgeverskring wegens gebrek aan doorleefd draagvlak. Een Sociaal Akkoord dus dat eigenlijk uit de doos van de lang voorbije klassieke overlegeconomie kwam en daardoor iets van een wilde sprong in het duister had, op hoop van zegen. Maar het droeg er in ieder geval aan bij dat in 2014 de jarenlange crisis in de FNV eindelijk tot een einde kwam met de aanvaarding van een geheel nieuwe organisatiestructuur met kleinere bonden en een ledenparlement.

Een drievoudige omslag (2015)

Ondertekening Energie-akkoord, september 2013

Een Commissie onder leiding van Nijpels volgde sinds 2014 de uitwerking van het Energie-akkoord. Niet altijd bleken de implementatie van de vele doelstellingen ‘op schema’ te liggen, soms zetten bepaalde partijen dan druk met dreiging van (extra) regelgeving. Het hoorde er allemaal bij, dat was in de hoogtijdagen van de polder niet anders. Maar de Commissie kon in haar evaluatie van 2016 per saldo een positief oordeel over de voortgang geven. Uiteindelijk wordt echter het vraagstuk van een duurzame (en dus circulaire) economie beantwoord op Europees en vooral wereldniveau. In 2015 vonden in dat verband drie cruciale ontwikkelingen plaats. Ten eerste: eind december 2015 werd in Parijs, na eerdere mislukte internationale toppen, een VN-Klimaatakkoord bereikt met duidelijke langere termijn doelstellingen, die door alle partijen onderschreven werden. Het bewustzijn leek eindelijk doorgebroken, dat de klimaatproblematiek wereldwijd in alle opzichten zeer dreigend is met grote consequenties voor economie, leefbaarheid en migratiestromen. Het bedrijfsleven maakte duidelijk hierop in te willen spelen met maatschappelijk profijtelijke innovaties vanuit het besef dat het oude businessmodel, gebaseerd op louter fossiele brandstoffen, geen toekomst meer heeft.

Jan-Willem van den Braak, auteur van deze beschouwing

In juni 2016 lanceerde VNO-NCW zijn meerjarig programma ‘Next level’. Een kwantitatief uitvoerig onderbouwd pleidooi voor een meerjarig en consistent investeringsprogramma van bedrijven én overheid, gericht op welvaart, duurzaamheid en welzijn voor iedereen: ‘Ons Next Level programma heeft een hogere ambitie dan het realiseren van louter meer economische groei. Groei is ook geen doel op zich, maar een middel om de samenleving te ver- beteren.(…) Een welvarender samenleving neemt ook gemakkelijker afscheid van ziekmakende intolerantie en xenofobie. Welvaart kan heel goed breed gedeeld worden met kansen voor een ieder, zoals bij uitstek Nederland heeft laten zien. Welvaart kan ook alleen maar duurzaam zijn. Wij zijn van mening dat Nederland een leidende positie moet ambiëren in de combinatie van welvaart, duurzaamheid en inclusiviteit (kansen voor iedereen).’ Dit citaat maakte helder dat maatschappelijk verantwoord c.q. duurzaam ondernemen zo vanzelfsprekend was geworden dat het niet meer met zoveel woorden zo genoemd behoefde te worden.

Eind september 2015. Op het zonovergoten strand van Terschelling neemt Hans de Boer plaats achter een ruwhouten katheder. Zijn sjaal wappert in de wind. Achter hem strekt de zee zich uit naar de horizon. Tegen de duinrand hebben zo’n tweehonderd toehoorders zich neergevlijd, onder wie Joris Thijssen, programmadirecteur van Greenpeace. Op het festival Springtij, een initiatief van duurzaamheidsgoeroe Wouter van Dieren, die op het Waddeneiland woont, is de VNO-NCW-voorzitter een onverwachte verschijning. Maar de aanwezigen – milieuliefhebbers uit het hele land – zijn aangenaam verrast door het verhaal dat De Boer afsteekt: de werkgevers gaan ‘vol inzetten’ op groene technologie, want met ‘green tech’ is veel geld te verdienen. Volgens De Boer moet Nederland een ‘sustainable delta’ worden, een ‘showroom’ met oplossingen voor een duurzame wereld. Bovendien belooft hij dat de ondernemers zich ervoor zullen inzetten alle woningen in Nederland in 2040 energieneutraal te maken.

VNO-NCW mag het groene denken dan hebben omarmd, het is nog niet helemaal koek en ei tussen de milieubeweging en de grote werkgevers. De crux zit in één zinnetje dat De Boer zich tijdens zijn voordracht op het strand laat ontvallen: ‘Jullie willen sneller en meer, maar ik zeg u: timing en maatvoering zijn alles.’ (…)

Staatssecretaris Sharon Dijksma organiseert eind oktober 2016 in de Van Nellefabriek in Rotterdam de Nationale Klimaattop, onder het motto: ‘We moeten van papier naar praktijk. Alleen samen kunnen we de ambities van Parijs waarmaken.’ Hoogtepunt is het moment dat op het podium premier Rutte, Shell-topvrouw Marjan van Loon, Hans de Boer én Joris Thijssen van Greenpeace elkaar hartelijk de hand schudden. Dijksma gaat nog steeds glunderen als ze aan de Klimaattop terugdenkt: ‘Het was voor het eerst een feestje van links en rechts, van bedrijven en ngo’s. Het klimaatbeleid is de groene kerk ontstegen. Dat is mooi, want het groene geloof kan alleen landen als het van iedereen wordt, niet alleen van de believers.’ Het werk van de SER-Commissie IMVO bleek een steeds belangrijkere vaste waarde in het postpolder werk van de SER. Deze bracht diverse themarapportages uit en had de regie bij de invoering van IMVO-convenanten in voorshands tien sectoren. In 2016 werd dan ook zonder enige discussie besloten om het werk van de commissie voor onbepaalde tijd te continueren.

De tweede cruciale ontwikkeling: eind 2015 stelden de Verenigde Naties zeventien Sustainable Development Goals vast, een unieke wereldagenda voor het beleid op alle niveaus, ook nationaal. En ten derde kwam de pauselijke encycliek Laudato Si uit, die een spirituele basis biedt voor een wereldwijd duurzaamheidsbeleid.

Het Sociaal Akkoord leidde per 1 juli 2015 tot nieuwe Flexwetgeving (o.a. voor maximaal twee jaar tijdelijke contracten, afschaffing preventief ontslagstelsel annex wettelijke transitievergoedingen bij ontslag). De WW-duur werd ingekort tot uiteindelijk twee jaar maar met de mogelijkheid van een bij cao overeengekomen derde jaar. En er kwam een nieuwe Participatiewet tot stand, die wat betreft de betrokkenheid van sociale partners bij de inschakeling van WSW’ers, jonge arbeidsgehandicapten en bijstandsgerechtigden een mooie illustratie vormt van de post-polder: geen wettelijk vastgelegde, corporatistische instituties en overlegstructuren meer met een centrale missie en dito gedetailleerde bevoegdheden (de Raad voor Werk en Inkomen werd in 2013 opgeheven) maar vijfendertig flexibele ‘werkkamers’ in de regio, aangestuurd door gemeenten met steun van sociale partners.

Het Sociaal Akkoord werd echter bepaald geen doorleefd akkoord, zeker ook niet in werkgeverskring, waar vooral in MKB-kring al gauw onvrede ontstond over de nieuwe ontslagregels c.q. de transitievergoeding, waardoor ook weer de oude onvrede over de loondoorbetalingsperiode van twee jaar bij ziekte herleefde. En wat de vakbeweging betreft, zou het volgens FNV-voorzitter Heerts in een interview ‘polderen én folderen’ blijven. De uitwerking van de vele ingewikkelde onderdelen van het akkoord in de jaren daarna in de Stichting van de Arbeid en de SER werd daardoor een vaak moeizaam en soms vreugdeloos gebeuren.

Over een nieuw aanvullend pensioenstelsel werd, na het debacle van het tripartite akkoord van 2010, intensief overleg gevoerd in SER-verband en daarbuiten, zonder dat dit tot een definitieve conclusie over de contouren van een nieuw collectief stelsel met meer individuele elementen leidde. Intussen ontwikkelde ons veelgeroemde pensioenstelsel zich van een tamelijk royaal eindloon-stelsel tot in de meeste gevallen middelloonstelsels en schrapte het kabinet de fiscale faciliëring van pensioenen vanaf 100.000 euro. Zo moest de afronding van de fundamentele pensioen-discussie onvermijdelijk doorgeschoven worden naar het nieuwe kabinet. Wat betreft de AOW trok de politiek zijn eigen lijn: vanaf 2015 werd een versnelde verhoging van de AOW-leeftijd doorgevoerd, oplopend tot 67 jaar in 2021. En dat terwijl nog pas in 2004 de vakbeweging zich had verzet tegen een beperkte verhogingvan de VUT-leeftijd. Een verzet dat dus uiteindelijk niet meer dan een achterhoedegevecht was geweest.

Een nieuw regeerakkoord, maar geen ‘Sociaal Akkoord’

Het kabinet-Rutte II voerde een per saldo geslaagd sociaal-economisch herstelbeleid en zat tot veler verrassing ook de volledige regeerperiode uit. Bij de Tweede Kamerverkiezingen van maart 2017 betaalden beide coalitiepartijen wel de tol, vooral de Partij van de Arbeid. Dat leidde in het najaar tot een regeerakkoord van VVD, CDA, D66 en CU, waarna het kabinet-Rutte III aantrad. Een belangrijk element daarvan was dat het kabinet met volle inzet gaat koersen op de doelstellingen van het Klimaatakkoord van Parijs, met soms nog extra ambities, tot uitdrukking komend in een nieuw ministerie van Economische Zaken en Klimaat. Zo is een duurzame ontwikkeling nu onomkeerbaar uitgangspunt van het sociaal-economisch beleid geworden, op weg naar een circulaire economie.

Sociale partners deden intussen al meer dan een jaar lang pogingen in en buiten de SER om tot een nieuw ‘Sociaal Akkoord’ te komen, dat dan leidend zou moeten worden voor het regeerakkoord, met als belangrijkste thema’s wederom de balans tussen ‘vast en flex’ in combinatie met mogelijke aanpassingen in het stelsel van de private verzekering van de tweejaar durende ziekte-periode met behoud van dienstverband. Dat laatste was weliswaar al in de jaren negentig doorgevoerd op basis van een unaniem SER-advies maar in de jaren daarna toenemend een steen des aanstoots geworden in het midden- en kleinbedrijf. Sociale partners kwamen er niet uit, in september gooiden ze de handdoek in de ring, waarna de formerende partijen zelf met voornemens ter zake kwamen in het regeerakkoord, die vervolgens weer tot grote onvrede bij de vakbeweging leidden – en daarmee tot weinig florissante vooruitzichten voor het vervolg. De rek was er blijkbaar aan beide kanten volledig uit na de tour du force van het akkoord uit 2013. Aan werkgeverszijde werd dit nogal eens ervaren als een wel erg royale geste naar de twee andere partijen om politieke overwegingen, aan vakbewegingskant kon men weinig anders dan vasthouden aan dit akkoord, dat als het maximum aan concessies op arbeidsrechtelijk vlak was ervaren. En tenslotte waren er ‘de pensioenen’, waarover de discussie dus al liep sinds het mislukte tripartite akkoord uit 2010, met een SER-advies uit 2015 annex verkenning uit 2016 als tussenstations. Het nieuwe kabinet wil nog in 2018 met definitieve voorstellen komen voor een aangepast collectief stelsel met meer individuele elementen. Sociale partners kregen hier van het kabinet nog enige tijd om met een eigen voorstel te komen.

Januari 2018

Jan-Willem van den Braak

Gepubliceerd in Samenwerking, bezinning en inspiratie, in de (post)polder, Doorn 2018