Het geheugen van de vakbeweging

Jan van Zutphen

Grondlegger Koperen Stelen Fonds en sanatorium Zonnestraal

Aan de rand van het Loosdrechse Bos in Hilversum staat een bank met de in eerste instantie raadselachtige tekst: “Dank aan ome Jan, 7 october 1948”. Een nadere toelichting ontbreekt. Naast de tekst een in steen uitgehouwen gele zon met gele zonnestralen. De bank is een dankbetuiging van patiënten van het Sanatorium Zonnestraal aan Jan van Zutphen, de stimulerende kracht achter
Zonnestraal. Dit jaar 75 jaar geleden werd Zonnestraal geopend. Op het terrein tussen Rading en de Van Ghentlaan zijn nog vele sporen uit dit verleden van de TBC-bestrijding op initiatief van de Diamantbewerkersbond zichtbaar. Als alles volgens plan verloopt wordt de restauratie van het hoofdgebouw dit jaar bovendien afgerond.

Ome Jan' van ZutphenOme Jan’ van Zutphen

Johannes Andries (roepnaam Jan) van Zutphen wordt op 17 oktober 1863 in Utrecht geboren als zoon van een vrijzinnig protestantse wijnkopersknecht.Aanvankelijk in opleiding als timmermansleerling gaat hij na een val van een steiger werken in het “veiligere” diamantbewerkersvak.Als twintigjarige is hij al diamantslijpersbaas. In 1894 neemt hij de leiding over van een kleine staking en weet deze uit te breiden tot een algemene diamantbewerkersstaking, met in Amsterdam 10.000 deelnemers. Samen met Henri Polak richt hij nog tijdens de staking de Algemene Nederlandse Diamantbewerkers bond op.
De belangrijkste activiteiten van Jan van Zutphen richten zich op sociale en sociaal-medische onderwerpen. Voor al de bestijding van de “witte pest” (TBC) heeft zijn aandacht. Op jonge leeftijd verloor hij reeds zijn moeder en oudste zus aan deze ziekte. In 1898 begint hij een inzamelingsactie om voor een vriend sanatorium verpleging mogelijk te maken.

Koperen Stelen Fonds

Na allerlei losse solidariteitsacties krijgt de strijd tegen de TBC in 1905 een vaste vorm door de oprichting van het Diamantbewerkers Koperen Stelen Fonds “Nieuwe Levenskracht”. Doel van het fonds is om verpleging en herstel mogelijk te maken van georganiseerde diamantbewerkers in sanatoria en herstellingsoorden. Belangrijkste bron van inkomsten is aanvankelijk de inzameling en verkoop van de bij het slijpen van diamanten verbruikte koperen stelen. Tot aan de oprichting van het fonds worden de koperen stelen door de arbeiders verzameld om van te feesten. De opbrengsten van de koperen stelen zijn echter lang niet voldoende om een sanatorium van te bekostigen. Op aandringen van Jan van Zutphen blijft men zoeken naar een middel om zuiver diamantpoeder terug te winnen uit het zwarte slijpersafval. In 1917 is daarvoor eindelijk een manier ontwikkeld. Het slijpersafval gaat voortaan naar het laboratorium van het Koperen Stelen Fonds. De opbrengst wordt gebruikt voor de strijd tegen de TBC. In 1919 is al meer dan 4 miljoen gulden bij elkaar gebracht en wordt in Hilversum een villa met landgoed in het Loosdrechtse Bos aangekocht voor de bouw van een sanatorium en arbeiderskolonie voor TBC-lijders.

Zonnestraal

Voor de bouw van het sanatorium en werkplaatsen van de arbeiderskolonie is veel geld nodig. Henri Polak wil een solide gebouw vergelijkbaar met “De Burcht”, het kantoor van de ANDB. Architect Berlage wordt gevraagd, maar hij heeft het te druk en verwijst naar Jan Duiker. Deze representant van het zogeheten “Nieuwe Bouwen” is een groot voorstander van functioneel bouwen en van veel licht en lucht in de panden. De opvatting dat gebouwen aan moeten sluiten bij het gebruiksdoel en de voorziene gebruiksduur sluit prima aan bij de opvattingen en portemonnee van Jan van Zutphen. Omdat men verwacht dat er over dertig tot vijftig jaar een medicijn is tegen TBC, zouden de gebouwen zo economisch mogelijk gebouwd moeten worden. Symbool voor de moeizame totstandkoming is de tekst van Jan van Zutphen die nu nog steeds te vinden is op de toegangspoort aan de Van Ghentlaan: “Het Grote groeit, rijpt langzaam aan. Het Kleine bouwt en vormt het Grote. Zo is uit nietig materiaal dit schoons ontsproten”. Het complex krijgt de naam “Zonnestraal” naar de naam van het Belgische Koperen Stelen Fonds. In 1927 krijgt de neutrale “Vereniging Zonnestraal” de grond in erfpacht van het Koperen Stelen Fonds tegen betaling van één gulden per jaar. Van de belastingdienst wordt een vrijstelling verkregen van het daaraan verbonden schenkingsrecht van 15.998 gulden.Bij de bouw wordt zo snel mogelijk en zo zuinig mogelijk gewerkt. Kern van het gebouw zijn dragende kolommen en zo dun mogelijke vloeren van beton. Tussen muren en gevels worden vervolgens aan het skelet gehangen. Als de levensduur van een gevelelement is verstreken kan eenvoudig een nieuw prefab-element ingehangen worden. Door deze werkwijze en de geplande levensduur van 30 tot 50 jaar zijn de gebouwen gevoelig voor betonrot gebleken. Vooral als de gebouwen in 1993 worden verlaten slaat het verval toe.

Werkplaatsen en arbeidskolonie

Arbeidstherapie is op Zonnestraal een van de geneesmiddelen in de TBC-bestrijding.Economisch directeur J. v.d. Leen verwoordt het in 1948 als volgt: “Bedoeld wordt de betere, meer volledige genezing van de patiënt die door de arbeidstherapie wordt mogelijk gemaakt en beter de weg effent tot hernieuwde deelneming aan het productieproces, met geringere kans op instorting en de mogelijkheid om het afzakken van het gezin te voorkomen.” Een herstellend patiënt kan beginnen met één of twee uurtjes per dag en zo langzaam opbouwen tot een volledige dagtaak. Daarmee wordt voorkomen dat een genezen patiënt zonder recente werkervaring en routine weer in de normale maatschappij komt, met alle risico’s van terugval vandien.
De werkplaatsen waarin de eerste ambachten van Zonnestraal worden uitgeoefend, zijn inmiddels weer in volle glorie te bewonderen. Via de toegangspoort aan de Van Ghentlaan komt de bezoeker in het Loosdrechtse Bos. Aan het einde van de weg staan vier gerestaureerde werkplaatsen, inmiddels overigens met een andere bestemming en niet toegankelijk. In 1927 ontwerpt architect Jan Duiker de eerste twee werkplaatsen met een constructie van houten spanten. Na het storten van de fundamenten bouwen de “nazorgpatiënten” zelf de werkplaatsen. Doordat de voor- en achtergevels geopend kunnen worden en in de zijgevels tuimelramen worden gemaakt, kan voldoende frisse lucht in de werkplaatsen komen. In die werkplaatsen wordt een meubelmakerij gevestigd. Bijzonder is de ondergrondse stofafzuiging. Net als de latere werkplaatsen en het Hoenderpark levert men zowel aan Zonnestraal als aan derden. “In alle opzichten onderscheiden Zonnestraalmeubelen zich van massameubelen, terwijl de prijzen normaal zijn” aldus meubelmaker Roolvink in het eigen weekblad “Zonnestraalpost” in 1936. In de jaren dertig kunnen patiënten werken en een vak leren in maar liefst 18 beroepen, waaronder “administratie, scheren en haarknippen, schoenmaken en slachten (alleen varkens)”.
Op de parkeerplaats bij de werkplaatsen staat een klok in de vorm van een zon met stralenkrans met de jaartallen 1928-1978, een geschenk van het personeel in laatstgenoemd jaar. 

Ome Jan Fonds

De totale zorg voor de patiënt komt ook tot uiting in de oprichting van het “Ome Jan Fonds”. In overleg met de geneesheerdirecteur bieden de patiënten het fonds aan aan Ome Jan ter gelegenheid van zijn 67e verjaardag. Oorspronkelijk heeft het fonds de tandheelkundige verzorging van patiënten ten doel. Vanuit het fonds wordt al snel in bijzondere gevallen ook “stoffelijke hulp aan patiënten” geboden. In de Zonnestraalpost wordt daarover geschreven: “Niet alleen een ziek gebit, ook zorgen van allerlei aard werken nadelig en remmend op herstel bij ziekte”. En: “Zolang de gemeenschapszorg nog geen werkelijkheid is zal er geroeid moeten worden met de riemen die er zijn.”

Bezoekerscentrum en restauratie

Eén van de onderdelen van het Zonnestraal-complex is iedere zondag van 12 tot 5 uur toegankelijk voor het publiek.In het in 1931 gebouwde Dienstbodenhuis “De Koepel” is een bezoekerscentrum ingericht (aan de achterkant van verpleeghuis Zonnehoeve, bij de ingang dagbehandeling). In het Dienstbodenhuis is plaats voor 18 dienstmeisjes met ieder een eigen zit-slaapkamer. Het huidige bezoekerscentrum heeft als doel aandacht te besteden aan het erfgoed van architect Duiker en aan de geschiedenis van Zonnestraal en het Koperen Stelen Fonds. Zo is onder andere een video te zien met de titel “Zonnestraal, drempels tussen lucht en aarde” (RQB/VPRO 1994). Ook is er aandacht voor de restauratie van het Zonnestraalcomplex. Na jarenlang zoeken naar geld wordt in 2001 eindelijk begonnen met de restauratie van het Hoofdgebouw waarin de algemene voorzieningen waren ondergebracht (keukens, badhuis, ketelhuis, administratie en eetzaal). De bedoeling is dat het gebouw in juni of juli van dit jaar wordt opgeleverd. Op de bovenverdieping is een vergaderlocatie en restaurant gepland. Op de benedenverdieping wordt gedacht aan een medische functie als revalidatie en plastische chirurgie. Let op de aankondiging in de volgende Nieuwsbrief.

Christ Essens
Eerder gepubliceerd in de VHV Nieuwsbrief, dd maart 2003
Artikel 4 in de serie Tasbaar verleden