Het geheugen van de vakbeweging

Jan Schaefer

Een politiek natuurtalent

Omslag biografie Jan Schaefer

Jan Schaefer was een fenomeen in de politiek. Iedereen kent hem als de goedgebekte sociaaldemocratische Amsterdamse banketbakker die zich onvermoeibaar inzette voor volkshuisvesting, stadsvernieuwing en het aanpakken van de woningnood.  Een stevige figuur die teveel rookte en zichtbaar van zijn eigen gebakjes en liters cola genoot. Hij was niet moe te blijven verkondigen dat gewone mensen recht hadden op een goede betaalbare huurwoning. Tijdens zijn leven werd de authentieke proletarische Schaefer in de Partij van de Arbeid al heilig verklaard. Sommige binnen en buiten de partij fronsten wel eens hun wenkbrauwen bij zijn onopgesmukte taalgebruik, maar de meeste leden liepen met hem weg als de gewone arbeider die wist hoe de maatschappij echt in elkaar stak. Jan leerde organiseren en debatteren in de Voedings- en Genotmiddelenbond, waar hij PvdA-leden als Tom Simonis en Louis Kuijpers ontmoette. Het had niet veel gescheeld of hij was bezoldigd bestuurder bij de vakbond geworden. Maar met al zijn activiteiten in de volksbuurt De Pijp werd het een loopbaan in de politiek. Na een verkenning van de JOVD en enige jaren lidmaatschap van de CPN trok Nieuw Links hem wel aan en werd hij lid van de Partij van de Arbeid. Wel met de nodige twijfels: “Ik bleef twijfelen of de PvdA nou wel de club was waar ik moest gaan zitten, omdat ik dat nogal een duf geheel vond, maar aan de andere kant heb ik altijd de neiging gehad om te denken:  dan moet je er juist in gaan zitten om dat te veranderen”.  Jan Schaefer was een echte Amsterdammer, maar van huis uit geen rode. Hij kwam uit een rooms-katholiek middenstandsgezin. Zijn ouders runden een banketbakkerij aan de Willem de Zwijgerlaan in Bos & Lommer. De gegevens voor dit relaas put ik uit de voortreffelijke biografie over Jan Schaefer van Louis Hoeks. Met de passende titel:  “In geouwehoer kun je niet wonen”. Gevleugelde woorden van de hoofdpersoon die hem perfect typeren.

In de politiek

Het boek bestaat uit 5 delen, respectievelijk: Kleine Jan en grote Jan 1940-1959, Op zoek naar een zaak 1959-1966, Socialist uit rancune 1966-1972, Kruistocht in spijkerpak 1972-1986 en De val 1986-1994.  Jans  persoonlijke leven, eerst met ouders en halfzus en later echtgenote Dineke en zoon en dochter loopt door alle delen heen en is naadloos verbonden met Schaefers activiteiten buitenshuis. Jan Schaefer had een uitgebreide vrienden- en kennissenkring, van mensen uit de politiek tot Caransa en Loe Lap. Maar ook vrienden van de camping en uit sporten waarmee hij was verbonden als honkbal, motorrijden en zeilen. Tijdens het kabinet-Den Uyl (1973-1977) manifesteerde Schaefer zich als staatssecretaris van Stadsvernieuwing op het ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM) als een doener die indruk maakte in het hele land. Was er een twee kabinet-Den Uyl gekomen dan zou Schaefer minister zijn geworden. Het grote publiek zag Schaefer als een stoere bink, naar zijn ambtenaren was hij veeleisend en autoritair.

In 1978 kon de hoofdstedelijke Partij van de Arbeid niet zonder hem. Bij de gemeenteraadsverkiezingen dat jaar hing de stad vol met PvdA-aanplakbiljetten “Jan Schaefer komt”.  Al gauw aangevuld met “De CPN was er al”.  Schaefer wordt geïnstalleerd als wethouder Volkshuisvesting en Stadsvernieuwing in een college van PvdA, D66, CDA en CPN. Hij gaat voortvarend aan de slag. Er komt een eind aan het alleen maar slopen van oude woningen; renoveren, inpassen in bestaande bouw en nieuwbouw, daar ging het om. Schaefer was wethouder in de  meest roerige naoorlogse jaren van de hoofdstad, van 1978 tot 1986. Zoals de vooroorlogse wethouder Floor Wibaut een inspiratiebron was voor Schaefer, was hij dat op zijn beurt voor de jonge assistent Eberhard van der Laan. Die zou het brengen tot burgemeester van Amsterdam. Over Van der Laan is trouwens ook net een biografie uitgekomen. Daarin neemt Schaefer als leermeester van Eberhard een prominente plaats in.

Schaefer sympathiseerde met het doel van de krakers, al vond hij het idealisme van veel krakers flinterdun. Voordringen van krakers ten opzichte van gewone woningzoekenden op de wachtlijst probeerde hij te voorkomen. Eind jaren zeventig en de eerste helft van de jaren tachtig radicaliseerde een deel van het krakerslegioen. Met 30 april 1980 als bekroning. Wethouder Schaefer kreeg de vraag voorgelegd van politiecommandant Rhoodes of er met scherp mocht worden geschoten op demonstranten, waarna Schaefer via een hotline onmiddellijk contact zocht met burgemeester Polak in de Nieuwe Kerk. Daar werd Beatrix op datzelfde moment ingezworen als staatshoofd. Het boek is sterk door de vele spitsvondigheden en uit het leven gegrepen anekdotes. Toen Schaefer die 30ste april ‘s-avonds uitgeput thuiskwam in de Kerkstraat ging aan de overkant een raam open en verscheen het hoofd van een omaatje dat de wethouder toeriep:  “Niks van aantrekken, Jan, elke 25 jaar is er wat in deze stad!”.

Partij van de Arbeid

De ingrepen in de WAO in de zomer van 1990, verdedigd door minister van Financiën Wim Kok leidde tot een uittocht van duizenden PvdA-leden.  Louis Hoeks schrijft dat ook Schaefer met “de allergrootste moeite werd weerhouden van een vertrek”. Wat zou Jan Schaefer gedacht hebben van het dramatische verlies van de PvdA bij de Tweede Kamerverkiezingen in 2017 en eerder bij de gemeenteraadsverkiezingen? Hij legde toen al de vinger op de zere plek:  “Ik ga Marx niet nalezen, dat zal me worst zijn. Mensen verwachten van ons geen heel radicale dingen, maar wel dat je voor de ouderen opkomt, dat je opkomt voor het recht op een goede gezondheidszorg, voor goed onderwijs en volkshuisvesting. Als je alleen opkomt voor middengroepen en de laagstbetaalden in de steek laat, raak je de basis kwijt van waaruit je werkt”.  Jan Schaefer stierf in 1993, 53 jaar oud, veel te jong. Hij hoefde niet meer mee te maken dat de leider van zijn partij twee jaar later de ideologische veren afschudde.

VHV

De biografie heeft een grote informatiedichtheid, wat overigens op geen enkele manier ten koste gaat van de leesbaarheid. Het roept bewondering op voor de verwerking van de vele bronnen die de biograaf (beroepshalve werkzaam als journalist bij Het Financieele Dagblad) heeft geraadpleegd. De citaten uit de gehouden interviews maken het tot een levendig geheel, waarbij de lezer heel dicht op de huid zit van de hoofdpersoon. Het boek leest als een trein, een page-turner. Je blijft nieuwsgierig. Geen detail lijkt Louis Hoeks te ontgaan. Niet alleen van Jan Schaefer, maar ook van andere personen in diens omgeving en over veel zaken in allerlei Amsterdamse kringen. Niettemin mis ik toch nog iets. Jan Schaefer was geïnteresseerd in de geschiedenis van de vakbeweging en lid van de Vakbondshistorische Vereniging. Jan Schaefer woonde wel eens een lezing bij van de VHV waarbij hij na afloop genoeglijk met de inleider napraatte.

Harry Peer

Juli 2017

Louis Hoeks,  “In geouwehoer kun je niet wonen”.  Het leven van JAN SCHAEFER.  423 pp. Uitgeverij Atlas Contact, Amsterdam 2017.

Kemal Rijken, VAN DER LAAN. Biografie van een burgemeester. 429 pp. Uitgeverij Ambo/Anthos, Amsterdam 2016.