Het geheugen van de vakbeweging

Jac. Alders

Jac. Alders (1908 – 1982) werd geboren in de katholieke buurt ‘klein Rome’ in Hilversum, als oudste van 11 kinderen. Zijn vader was tapijtwever, maar had vaak geen werk. Dan was het armoe troef en soms betekende dit ‘zonder eten naar bed’.

Jac. Alders, KAB-verbondsbestuurderJac. Alders, KAB-verbondsbestuurder

Alders volgde de lagere R.K. ‘tussenschool’ en mocht een vak leren. Zijn keuze werd huisschilder. Hij ging niet naar de ambachtsschool maar werd leerling bij een patroon. In het begin moest hij, als 12-jarige, allerlei klusjes opknappen. Toen hij het vak een beetje onder knie kreeg, ging hij in de Amsterdamse nieuwbouw werken. Daar werden hogere lonen betaald dan in het Gooi.
Vanaf zijn 16e of 17e jaar was hij lid van de RK Bond van Bouwvakarbeiders St. Joseph. Zijn bezoldigde loopbaan in de R.K. arbeidersbeweging begon op 1 januari 1936 toen hem werd gevraagd bij Utrechtse Diocesane Werklieden Vereniging van het Roomsch Katholiek Werklieden Verbond (RKWV) districtbestuurder te worden voor Groningen. Friesland en Drenthe. Zijn standplaats werd Zwolle.
Alders behoorde tot de lichting van bezoldigde bestuurders die in de jongerenorganisatie Jonge Werkman of vakbond waren ‘geschoold’ voor een leidende functie in de katholieke arbeidersbeweging en bestuurlijke ervaring hadden opgedaan. Hij richtte in Ankeveen afdelingen op van het RKWV en de R.K. Bond van Bouwvakarbeider St. Joseph en werd daar voorzitter. Daardoor moest hij naar vergaderingen in het district en gewest. Hij deed ervaring op met de activiteiten van de standsorganisatie voor arbeiders en het werk van de vakbond.
Toen de diocesane bonden van het RKWV in 1941 werden opgeheven, was hij van de ene dag op de andere werkloos en kreeg een uitkering uit het Fonds Bijzondere Noden tot hij inspecteur werd van de Algemene Bedrijfsvereniging Noord Nederland. Een half jaar na WOII trad hij weer in dienst bij de Utrechtse diocesane bond van de katholieke arbeidersbeweging als districtbestuurder. Al in 1948 voorzitter werd hij voorzitter.
De KAB was toen nog een landelijke centrale van standsorganisaties voor katholieke arbeiders en katholieke vakbonden. De verre voorloper van deze KAB-bond was de Utrechtsche Diocesane Werkliedenbond (opgericht in 1893). Deze verenigde in het aartsbisdom de plaatselijke katholieke werkliedenverenigingen, waarvan de eerste in 1889 door kapelaan Dr. Alfons Ariëns werd opgericht in Enschede. Ariëns werd door de aartsbisschop benoemd tot eerste geestelijk adviseur.
In 1948 en 1949 was Alders, inmiddels voorzitter van de Utrechtse diocesane bond, namens de diocesane bonden van de KAB lid van het dagelijks verbondsbestuur. In 1949 werd hij secretaris in gesalarieerde dienst van dat verbond en van 1956 tot 1972 was hij vicevoorzitter van het verbondsbestuur. Als landelijk bestuurder had hij verschillende taken. De meest opvallende waren wel zijn bestuursfuncties van het Internationaal Christelijk Vakverbond (ICV) en van het Katholiek Instituut voor Volkshuisvesting (KIV).
Toen P.J.J. Serrarens zijn functie van algemeen secretaris van het ICV overdroeg aan de Belg August Vanistendaal nam Middelhuis namens de Nederlandse KAB korte tijd de bestuursfunctie van Serrarens over. Hij werd vrij snel opgevolgd door Alders. Ik citeer uit het K.A.B.-verslag 1948-1954 een brokje geschiedenis van de katholieke vakbeweging:
‘Van de oprichting af had onze bestuurder Serrarens de K.A.B. in het bestuur van het I.C.V. vertegenwoordigd en was al die tijd tevens opgetreden als secretaris-generaal van het I.C.V. Toen het bestuur zich accoord had verklaard met het voorstel van de reorganisatie-commissie om het secretariaat in het bestuur een eigenstatus te geven, zodat de secretaris-generaal niet meer zou kunnen optreden als vertegenwoordiger van een vakverbond (de s.g. werd ambtshalve lid van het bestuur) werd -einde 1948- bij wijze van voorlopige regeling, verbondsvoorzitter De Bruijn uitgenodigd om met raadgevende stem de vergaderingen van het bestuur bij te wonen. Deze situatie duurde voort tot begin juni 1949, toen op het congres van Lyon verbondssecretaris Middelhuis tot bestuurder van het I.C.V. werd gekozen. Dit congres koos tot voorzitter van het I.C.V. de Fransman Gaston Tessier, die sinds december 1947 het presidium had waargenomen.
In de loop van 1950 werd door ons verbond Alders in het bijzonder met het internationale werk belast. Middelhuis stelde daarom zijn plaats in het bestuur van het I.C.V. ter beschikking en Alders werd tot bestuurder van het I.C.V. benoemd.
Onze bestuurder Serrarens, die dus van 1920 af als secretaris-generaal van het I.C.V. had gefungeerd, trad op het elfde congres (2-5 juli 1952) als zodanig af.’
Hij werd opgevolgd door de Belg August Vanistendael en het secretariaat werd van Utrecht verplaatst naar Brussel. Het internationale werk van de Christelijke Vakbeweging nam toe na WOII en dat betekende voor bestuurder Alders veel vergaderingen in Brussel. In de Belgische hoofdstad was zijn assistent Henk van Eekert gestationeerd.
De katholieke arbeidersorganisaties ontdekten de woningwet al vroeg. In 1905 werd in Maastricht de bouwvereniging Sint Servatius opgericht. Initiatiefnemer was de priester J.M. Souren, aalmoezenier der werklieden. Vooral Zuid Limburg werd een bolwerk van katholieke woningbouwverenigingen. Aalmoezenier H.A. Poels wilde naar het voorbeeld van zijn collega de huisvestingomstandigheden van de mijnwerkers verbeteren.
Binnen de KAB werd verbondssecretaris Alders belast met de taak Volkshuisvesting. Een van de voorlopers van het RKWV, de Federatie der Diocesane Volks- en Werkliedenbonden, had al voor de Tweede Wereldoorlog met de Federatie van Diocesane Woningbouw-centralen te maken. Later werd die federatie omgevormd tot Katholiek Instituut voor Volkshuisvesting.
Binnen de katholieke arbeidersbeweging werd het eigen woningbezit gestimuleerd, waarbij door de eigen verzekeringsmaatschappij steun werd verleend door middel van hypotheken. Het was dus een taak die de nodige aandacht en inspanning vergde. Na WOII kreeg Alders hiermee te maken.
Een sociaaldemocratisch bestuurslid van de Nationale Woning Raad (NWR) pleitte voor zelfregulering van de sector Sociale Woningbouw en een publiekrechtelijke NWR. Omdat de ‘doorbraakgedachte’ die er achter zat niet in goede aarde viel. Gommers, een invloedrijk bestuurslid van de Nationale Woningraad (NWR), vond dat de confessionele koepels moesten verdwijnen en dat de NWR de enige koepel van woningcorporaties moest worden. Dit riep verzet op in katholieke kring (corporaties en arbeidersbeweging) Zij bliezen nieuw leven in het katholiek Instituut voor Volkhuisvesting. Ongeveer 200 corporaties sloten zich hierbij aan. Voorzitter werd KAB-bestuurder Alders.
Uiteindelijk gingen de confessionele koepels op in het Christelijk Instituut voor Volkshuisvesting (CIV). Onder politieke druk gingen CIV en NWR later op in AEDES.
Geert Wagenaer,
oud-voorzitter van de Samenwerkende Haarlemse Huurdersorganisaties SHHO en oud-secretaris VHV

BRONNEN:
Het Bewoonbare land (Wouter Beeker); Uit het Rijk van de Arbeid (C.J. Kuiper) en een interview met Jan Varkevisser op 23-3-1982.