Het geheugen van de vakbeweging

Column Gijs Wildeman

Jaar van Verzet

 

Naar Amsterdam op zondag 25 februari, de herdenking van de Februaristaking van 1941. Met de trein. Bij de Arena veel teleurgestelde Amsterdammers, want Ajax heeft gelijk gespeeld. Dan de metro naar het Waterlooplein. Daar, in de Mozes en Aaron Kerk, begint de herdenking. Hier ontmoet ik de VHV-mensen. Straks leggen we een krans bij de Dokwerker.

Het is dit jaar wat anders. De herdenking van die Februaristaking is ook het begin van het Jaar van het Verzet. Georganiseerd door het Platform WO 2. Het hele jaar door zullen er in Nederland activiteiten plaatsvinden die mensen laten kennismaken met en nadenken over verzet. De gedachte is dat de verzetsverhalen van toen een betekenis hebben voor de wereld van nu.

Mijn oren en aandacht zijn extra gespitst als mevrouw Hellen Stevenson-Kuipers het woord krijgt. Want zij vertelt over haar grootvader en vooral haar grootmoeder. En daar weet ik zelf al best veel van. Haar grootmoeder Helena Theodora Kuipers-Rietberg is de oprichtster van de Landelijke organisatie van Onderduik (LO), Dat gebeurde in Winterswijk, het dorp waar ik geboren en opgegroeid ben. Mijn ouders en Piet en Heleen Kuipers waren kennissen.

De kleindochter vertelt over die oprichting van dat verzet. Haar grootmoeder die dominee Slomp alias Frits de Zwerver zover krijgt dat hij stad en land af te reist voor onderduikadressen. Op het hoogtepunt hadden ze 300.000 onderduikers ondergebracht en zorgden ze ook dat er eten was. In Winterswijk is het dan al te gevaarlijk voor de familie en ze moeten onderduiken. De kinderen apart.

Heleen en haar man krijgen onderdak in Bennekom Maar dan gaat het fout. De koerier die de documenten moet komen brengen wordt gearresteerd en gaat er bij het fysieke geweld onderdoor. Er is geen ontkomen meer aan. Op 18 augustus 1944 valt de SD het huis in Bennekom binnen en worden Heleen en Piet Kuipers op gepakt. Naar de strafgevangenis in Arnhem.

Piet komt vrij omdat Heleen alle schuld op zich neemt. Via Vught komt ze in de trein naar vrouwenkamp Ravensbrück, 85 km boven Berlijn. Onderweg kan ze nog een briefje uit de trein gooien, dat later in Winterswijk wordt bezorgd: ‘Lieve Piet en kinderen. Zitten in wagons te wachten op transport. Waarheen? We weten het niet. Wees Gode bevolen. Bidt voor elkaar. Je liefhebbende moeder.’

In Ravensbrück is God in 1944 nergens te bekennen. De vrouwen worden er wreed behandeld, er is een tekort aan voedsel en er is nauwelijks medische verzorging. Heleen Kuipers breidt sokken voor de Duitse soldaten. Ze wordt in het kamp beroemd om haar breitempo. Maar vlak voor kerst wordt Heleen ziek en raakt ze bovendien besmet met tyfus. Dat overleeft ze niet. Op 27 of 28 december overlijdt ze, 51 jaar oud. De vrouw die zo veel voor het verzet had betekend, was niet meer. “Het geloof, de geestkracht, de volharding van mijn oma zal bij ons voortleven”, zegt kleindochter Hellen Stevenson-Kuipers. Het is indrukwekkend,

Dan lopen we met anderen en de kransen en bloemen naar het Jonas Daniel Meijerplein. De weersomstandigheden zijn als 77 jaar geleden. We kijken en luisteren en krijgen steenkoude voeten. Het is goed dat we er weer zijn!

Op 5 oktober dit jaar begint in Aalten in het verzetsmuseum een tentoonstelling over vrouwen in het verzet. Aalten de gemeente waar in de oorlog de meeste onderduikers zaten ligt vlak bij Winterswijk in de Achterhoek.

Gijs Wildeman, maart 2018