Het geheugen van de vakbeweging

Jaap Jongejan, voorzitter

In 2008 interviewde Bert Breij op verzoek van de VHV alle voorzitters van de bonden die bij FNV, CNV en MHP zijn aangesloten. Hij vroeg hen naar hun visie op de toekomst en de betekenis van de historie. Hier het interview met CNV Bedrijvenbond-voorzitter Jaap Jongejan

Jaap JongejanJaap Jongejan


150 professionals

‘CNV Bedrijvenbond heeft ruim 150 professionals in dienst die direct in contact staan met de achterban. De gemiddelde leeftijd van onze leden bij de CNV Bedrijvenbond is 47, 48 jaar. Veel mensen zijn bij ons lid vanuit de solidariteitsgedachte, maar zeker ook vanwege de belastinghulp en rechtshulp in de privé-sfeer. Het  samenwerken met ouderenbonden voor de belangbehartiging voor de groep leden van 65+ zou zeker niet onlogisch zijn.’

VHV

‘Ik ben lid van de Vakbondshistorische Vereniging, omdat ik gewoon vind dat je zeker ook als voorzitter van een bond die 112 jaar bestaat daar lid van moet zijn. Het brengt je dichter bij degenen die je niet kent, maar die wel de vakbond hebben opgezet of uitgebouwd. Het leert jezelf nog eens extra dat ieder in zijn tijd zijn verantwoordelijkheid heeft, en hoe belangrijk het is om iedere keer weer de principes van de bond levend te houden en door te geven. Ook na 112 jaar nog. De grondlegger van de CNV Bedrijvenbond is Unitas. Ik ben nu vier jaar voorzitter, net weer herkozen voor vier jaar, en ik denk dat als ik voorzitter af zal zijn, ik het gevoel wil hebben dat ik de bond, onze bond, goed heb overgedragen. Er moeten steeds weer mensen komen die de fakkel brandend houden.’

Sociaal Christelijk Liberaal

‘Het CNV is nog steeds een sociaal christelijke liberale beweging en dat is wat anders dan een beweging van christenen.’

PBO

‘Wie het allemaal in gang heeft gezet: de PBO’s, de SER, de Stichting van de Arbeid, de productschappen et cetera, dat is Talma. Wat hij heeft gedaan past heel erg bij het CNV. Het past ons om in harmonie met verschillende partijen te spreken en tot oplossingen te komen en dat hoeft wat mij betreft niet te veranderen. Binnen dat overlegmodel kunnen de instituties hun rol spelen zolang ze zich aanpassen aan de omgeving waarin ze zich bevinden. De SER moet overigens uitkijken dat het niet verwordt tot een adviesorgaan voor de regering. De PBO is sterk in de uitvoering en als het gaat om sectorgerichte wet- en regelgeving. Er is de laatste jaren sprake geweest van een soort revival van de PBO-organen. Denk bijvoorbeeld aan het Productschap Vlees en Eieren. Ook daar speelt het besef dat je dan wel alles van dieren en dierziektes mag afweten, maar je dat ook van de werkvloer moet doen. Het een kan niet zonder het ander.’

FNV

‘Als de FNV, de grootste, zou wegvallen, dan kunnen wij nog steeds cao’s afsluiten. Het CNV gaat dan gewoon door op basis van haar eigen principes.’

Mensen in kwetsbare positie

‘We, de CNV Bedrijvenbond, zijn 112 jaar geleden ontstaan vanuit drie pijlers. Vanuit de emancipatoire gedachte, vanuit een maatschappelijk bewustzijn en vanuit belangenbehartiging. We hebben drie thema’s: mens, arbeidsorganisatie en maatschappij. Die thema’s zijn bewust gekozen waarbij de belangenbehartiging niet alleen staat voor het zijn van een soort sociale ANWB. We streven ernaar een echte maatschappelijke organisatie te zijn. We houden ons bewust bezig met mensen, niet alleen met leden, maar zeker ook met alle mensen in kwetsbare posities en we gaan daarbij uit van ons wenselijke maatschappelijke beeld.Waarin alle ruimte is voor christelijk sociaal denken. We passen ons aan bij nieuwe omstandigheden, maar we staan nog steeds voor hetzelfde.’

Maakbaarheid maatschappij

‘Ik geloof niet in een maakbare maatschappij, maar je kunt wel onderdelen in die maatschappij aanpassen en daarmee de koers verleggen. Daarin speelt de vakbeweging een betekenisvolle rol. Ooit is de vakbeweging begonnen vanuit de slechte arbeidsomstandigheden waarin mensen moesten werken. In het midden van de vorige eeuw is zij doorgegroeid naar het organiseren van de sociale zekerheid. Vervolgens gaat de vakbeweging weer een nieuwe fase in waarin zij een manier moet zoeken om een nieuwe werkzekerheid te creëren. Daarbij gaat het niet alleen maar om euro’s en werk. Het is van belang ook te kijken naar plezier in het werk en ervoor te zorgen dat we, in een meer gecompliceerder wordende maatschappij, niet vervreemden van de arbeid, de omgeving of zelfs van onszelf.’

Zingeving

‘Als je aan me vraagt of werken niet vooral een materiële lading heeft, kan ik daar niet zo maar een antwoord op geven. Je hebt een grote groep mensen die het geld echt nodig hebben om te kunnen bestaan: zij moeten hun kinderen naar school kunnen laten gaan en rond kunnen komen. Daarnaast is er een groep mensen voor wie werk meer betekent dan alleen maar geld verdienen: voor hen is werk ook zingeving, voor hen is bijvoorbeeld het contact met andere mensen zeer waardevol of wat hun werk voor andere mensen betekent. Voor mij is zingeving een wezenlijk onderdeel van werk. Een werkgemeenschap is een kleine maatschappij op zich. Mensen willen daar onderdeel vanuit maken of dat nou vanuit een emotionele meerwaarde is of vanuit een functionele. Ik zie wel een kleine verschuiving in het soort meerwaardes waarbij het niet alleen om geld gaat maar zeker ook om persoonlijke en maatschappelijk meerwaarde. Daarbij is het zo dat als je je werk leuk maakt, je het ook langer volhoudt.’

Onnatuurlijk

‘Het kabinet wil mensen langer laten werken. Wat me erg tegen staat, is dat ze dit op een onnatuurlijke manier wil bewerkstelligen. Het is onnatuurlijk om te willen dat mensen langer werken en hen tegelijkertijd dagen te laten inleveren. Het kabinet denkt dit te bereiken door strafmaatregelen. Ik ben er zelf een groot voorstander van om processen op een natuurlijke manier te laten verlopen en ik verbaas me over de houding van tegenwoordig die zegt: ‘Jij bent belangrijk voor mij want ik wil dat je langer doorwerkt, maar tegelijkertijd zet ik jou weg als iemand die niet belangrijk is want ik bepaal voor jou.’ Voor mij heeft de vakbeweging altijd de maatschappelijke rol om tegen dat soort zaken te vechten en die gedragingen te normaliseren.’

Samenleven

‘Of het nou om werknemers of werkgevers gaat, houding en gedrag worden vaak bepaald door de stoel waarop men zit. Als een werknemer ineens op de stoel van de werkgever terecht komt dan gaat ook hij ander gedrag vertonen. Dat zie je terug in allerlei systemen, bedrijfsleven en overheid. In het kapitalisme waren degenen die niets hadden jaloers op diegenen die alles hadden, maar dat onderscheid is tegenwoordig minder belangrijk geworden. We moeten ook niet op een afstand van elkaar willen staan. Je moet met elkaar samenleven, en beseffen dat je overleeft door anderen te laten leven. Dat je zelf vertrekpunt bent van deze wereld, moet er vanaf. Help een ander, dan help je ook jezelf. Dat is de mooie opdracht van de CNV Bedrijvenbond die ze voortdurend wil overbrengen.’

Kernwaarden

‘Ik heb een aantal voorbeelden om aan te geven hoe de vakbeweging een macht kan zijn in het economische spel. Eén daarvan betreft een bedrijf dat dacht meer winst te kunnen maken als het verplaatst zou worden naar Polen. Dat zou betekenen dat er 750 man op straat zou komen te staan. Vanuit de CNV Bedrijvenbond zijn we in gesprek gegaan met de werkgever en het bedrijf heeft op basis daarvan een andere keuze gemaakt. We brachten de waarde van naastenliefde en solidariteit in en dat sprak de werkgever aan. Maar soms is een bedrijf niet gevoelig voor een dergelijke benadering. Dan grijp je als bond terug op het middel ‘wie niet horen wil, moet maar voelen’. Dat gebeurt met name als het helemaal niet slecht gaat met een bedrijf, er geen goede alternatieven voor de werknemers zijn en het puur gaat om winstbejag. In die gevallen staan we sterk als we acties voeren. Je gaat geen actie voeren als het gaat om een kwart procent loonsverhoging, maar wel als het om kernwaarden gaat. Dit jaar en volgend jaar, besteedt de Talma-stichting aandacht aan het ministerschap van Talma, één van de grondleggers van het CNV die zijn tijd ver vooruit was. Hij sprak vooruitstrevend over dit soort zaken vanuit gereformeerde huize, waarbij staken gerechtvaardigd was op basis van de principes naastenliefde en solidariteit en niet gerechtvaardigd was als het erom ging er zelf beter van te worden. Staken was alleen gerechtvaardigd als het om onrecht ging. Ik geef toe dat de houding van het CNV, om soms te overleggen totdat je een ons weegt, wel eens te ver gaat. Lang praten maakt het niet altijd helderder. Daarbij: onze CNV Bedrijvenbond gaat zeker niet alleen voor compromissen. Soms moet je ook keihard zijn. Als er onrecht gedaan wordt, bijvoorbeeld als een werkgever plotseling de regels verandert en mensen op straat zet, kernwaarden bruuskeert, dan heeft lang praten geen enkele zin.’

Internationale vakbeweging

‘Ik zie voor de verdere ontwikkeling van de internationale vakbeweging nogal wat knelpunten. We hebben pogingen gedaan om cao-afspraken te maken op internationaal niveau, maar ik zie dat toch niet zomaar gebeuren. Daarbij komt dat de grote vragen tegenwoordig steeds meer decentraal worden opgelost. Er is (ook) het probleem van de democratisering van de verhoudingen in de ondernemingen. Een nieuw fenomeen dat om de hoek is komen kijken, is de globalisering. Als er nationale ontwikkelingen plaatsvinden, is het vaak zo dat internationaal de wetgeving daar niet op aansluit. De verhoudingen sluiten dan ook niet aan. Stel dat er een besluit genomen moet worden in het buitenland, dat kan dan zomaar betekenen dat een bedrijf gesloten wordt.De rol die de internationale vakbeweging kan spelen is een bijzonder lastige. Met name doordat je ook op werknemersniveau concurrenten van elkaar bent. Stel de sigarettenfabriek in Bergen op Zoom gaat meer sigaretten draaien omdat er in Spanje een fabriek dicht gaat: dan zijn ze in Bergen op Zoom gelukkig omdat ze hun werk behouden, terwijl men in Spanje zijn werk kwijt is.Het geeft aan dat het op dit niveau heel lastig is een rol te spelen. Maar je moet als internationale vakbeweging hier volledig actief op blijven.’

Systemen en regels

‘Het is van groot belang je afkomst niet te verloochenen, omdat je vanuit je verleden zaken kunt verklaren die je vandaag de dag doet. De CNV Bedrijvenbond is op het moment bezig met een publicatie over systemen die ons dwars zitten (vooral systemen die we tegenwoordig niet meer herkennen en waar we nog wel naar handelen). Als voorbeeld noem ik het systeem van de zomervakantie: omdat deze vakanties ooit opgericht zijn om kinderen 6 weken vrij te geven om op het land te kunnen werken is het dan logisch om dit systeem ook vandaag zo te houden. Waarmee niet gezegd is dat er geen schoolvakanties moeten zijn. De oorzaak is weg, maar het systeem leeft door. Zo zijn er veel systemen waarbij de oorsprong er niet meer is en we vandaag de dag wellicht last hebben van iets wat we niet goed kunnen duiden. Systemen en regels vanuit heel andere tijden.’
Bert Breij
Het interview met CNV Bedrijvenbomd-voorzitter Jaap Jongejan is opgenomen in Twee miljoen leden, 25 voorzitters, 2008