Het geheugen van de vakbeweging

Irene Gilissen: “Inleven in mannendenken”

Het gezicht van de vakbeweging Zuid-Limburg 1

Irene Gilissen – Lezen met een schaar

Irene Gilissen ( 1938) groeit op in Sittard waar haar ouders een drankengroothandel drijven. Na vijf jaar gymnasium B komt ze in dienst van het familiebedrijf waar ze het feitelijk beheer voert . Ze is vervolgens enkele jaren secretaresse om zich daarna te wijden aan de opvoeding van haar vier kinderen. Ze gaat in 1978 aan de slag bij Offset Kurver in Sittard en wordt actief binnen de vakbeweging. Belangrijkste aandachtspunt: de positie van de vrouw. Beroepsmatig is ze vele jaren bezig met vormgeving, het uiterlijk, de presentatie. In haar’ vrije tijd’ concentreert ze zich vooral op de inhoud.
Maar liefst tweemaal schopt ze het tot hoofdredacteur. De schoolkrant van de basis- en kleuterschool in Nieuwstadt en van de M/V-krant van de grafische bond Druk en Papier. Vele jaren maakte ze deel uit van de redactie van ‘En toch’. een kritisch blad dat in het bisdom Roermond ontstaat in reactie op de benoeming van bisschop Gijsen. Het blad doet een geslaagde poging het andere geluid van Katholiek Limburg te vertolken. Ze draagt ook hier zorg voor de vormgeving.

Verkeerd?

Haar eerste kennismaking met de vakbeweging verloopt een beetje vreemd. Aan ‘de teek’ van het café waar de vergadering wordt gehouden komt de afdelingsvoorzitter naar haar toe.’Maedje, volgens mij ben je verkeerd. Waar moet je zijn?’ Alras ontdekt de afdeling dat ‘dit maedje’ helemaal niet op de verkeerde vergaderplek is beland. Ze wordt in de loop van de tijd lid van het afdelingsbestuur, de districtsraad, de Landelijke Adviesraad Vrouwen en diverse werkgroepen waaronder de werkgroep Functiewaardering, van de bond. Ook binnen de vakcentrale slaat ze al snel haar vleugels uit. Ze is een van de initiatiefneemsters tot oprichting van een DAC Vrouwen (District Advies Commissie) en wordt lid van de provinciale UGO-werkgroep (Uitkeringsgerechtigden en Ouderen) en van het districtsbestuur van de FNV Limburg.

Vrouwenbelangen

Het portret van Irene Gilissen is opgenomen in de VHV-publicatie Het gezicht van de vakbeweging Zuid-Limburg

De positie van de vrouw of beter gezegd de achtergestelde positie van de vrouw in zowel de werksituatie als in de maatschappij eist al haar aandacht op. Ze wordt ook op andere plekken een voorvechtster voor vrouwenbelangen. Namens de FNV heeft ze zitting in de stuurgroep Vrouwenvakscholing en in het provinciaal overlegplatform Vrouwenemancipatie (Spel/Vurore). Ze vertegenwoordigt de vakcentrale in de plaatselijke RWW ­ Commissie (later Sociaal Overleg Sittard/ Cliëntenraad), in Omroep Limburg en de BMP (Bevordering Maatschappelijke Participatie van ouderen in Limburg).

Ze volgt min of meer een vast patroon. Eerst zorgen dat je de materie beheerst door cursussen te volgen en te blijven volgen. Dan je oriënteren en informeren. Dat betekent lezen, veel lezen. Daarna bepaal je een strategie hoe je doelen verwezenlijkt kunnen worden en daar houd je aan vast. En wat vooral meetelt is dat je niet snel tevreden moet zijn , want er zijn altijd nieuwe stappen die gezet moeten worden. Daarbij komt verder dat je natuurlijk medestanders moet organiseren, draagvlak vormen . Dat kan door informele contacten maar ook door de ander van jouw informatie te voorzien.
Anderen van informatie voorzien is een tweede natuur van haar. Nog steeds. Irene leest – ook nu nog – haar kranten en tijdschriften ‘met de schaar’. Geen krant of tijdschrift komt ongeschonden onder haar handen vandaan. De artikelen verdwijnen in info-mapjes voor de kinderen, broers, zussen, vriendinnen en kennissen. Ieder natuurlijk naar zijn of haar interesses. Irene zal haar hele leven blijven lezen en… knippen … Haar woonkamer heeft iets weg van een kleine bibliotheek.

Inleven in mannendenken

Irene Gilissen is niet het type van de botte bijl. Ze probeert langs een andere weg de ander te overtuigen. Ze is van dichtbij getuige van de botsingen tussen (hoogopgeleide) emancipatiewerksters in haar eigen bond en hoofdbestuurders die van de werkvloer komen. Ze begrijpen elkaar nauwelijks en vaak ontstaat er zelfs een sfeer van aversie. Toch zijn het deze mannen die je moet overtuigen van voor vrouwen belangrijke punten in het arbeidsvoorwaardenoverleg . Ze zoekt de ingang dicht bij die mannen zelf. ‘Als jouw vrouw zou werken…’ of ‘als jouw kinderen straks na hun studie…’ De persoonlijke betrokkenheid wordt dan vaak ineens groter.

Vaardig hanteert ze de pen. Verslagen. notities, commentaren. Wie kent ze niet? Maar altijd opbouwend. Gericht op het zetten van een nieuw stapje in de goede richting. Ze steekt bijzonder veel tijd in het werk van de DAC Vrouwen van de FNV Limburg. Ze probeert met anderen het mannenbolwerk in vakcentrale en bonden open te breken. Door aandacht te vragen voor de achtergestelde positie van vrouwen binnen beleidsorganen, in vertegenwoordigende functies en op de werkplek. Door emancipatienota’s van gemeentes en provincie van een gedegen commentaar voorzien. Ze is een van de motoren· achter de eigen emancipatienota van de FNV Limburg.

Met medewerking van de Universiteit Maastricht is hierin een groot aantal heldere, haalbare doelstellingen geformuleerd. Veel tijd en energie vraagt ook de organisatie van de jaarlijkse terugkerende Internationale Vrouwendag in de jaren negentig. Vrouwen die er- als het om vrouwenemancipatie gaat – voor Irene echt toe gedaan hebben zijn Karin Adelmund en Mária van der Veen, die beiden een aantal jaren aan het roer stonden van de kleine maar oh, zo actieve Vrouwenbond FNV.

‘De wereld dichtbij’

De laatste tijd is Irene Gilissen vooral actief in ‘de wereld dichtbij’. De FNV mag elk jaar nog een beroep doen op deze toegewijde belasting-invulster. ‘Fijn om op die manier iets heel concreets voor andere mensen in je eigen omgeving te kunnen doen,’ zegt ze . Voor de werkgroep ‘Sittards Verleden’ is ze vaak op pad voor interviews en het optekenen van verhalen van mensen uit de stad die haar lief is. Vanaf haar balkonnetje heeft ze een prachtig zicht op de mooiste toren van Nederland, die van de Petruskerk in de Sittardse binnenstad. En dan is er natuurlijk die ‘andere wereld dichtbij’, die van haar broers en zussen, haar vier kinderen en vooral die van de vier kleinkinderen. Kinderen die inmiddels allang hun creatieve vleugels hebben uitgeslagen. Als het beroep van jongste zoon Chris ‘huisarts / sportarts’ daar tenminste ook onder geplaatst mag worden. Zoon Paul test in een eigen bedrijf ICT-programma s uit. Dochter Eugenie produceert samen met haar partner documentaires en speelfilms, Gemma werkt als archeologe bij de provincie Limburg en organiseert samen met haar partner symposia en cultuurreizen. En vaak is Irene zelf op stap met de twee oudste kleinkinderen (9 en 11 ), bezoekt met hen exposities en tentoonstellingen.

De ‘Gilissens’ mogen met recht ‘zoekende mensen’ genoemd worden. Onze wereld kan er niet genoeg van hebben.

Mat Jansen
Voorjaar 2008