Het geheugen van de vakbeweging

Omslag boek Chris Beuker – Communistisch verzet in Friesland, 1925-1945


Gebaseerd op groot aantal getuigenissen van communistische verzetsmensen en hun nabestaanden

“Indrukwekkend en gedetailleerd beeld van verzet van communisten in Friesland”

‘Over het verzet werd, ook in Friesland, veel gepubliceerd, Toch bleef de geschiedenis van een belangrijke stroming in het Friese verzet vrijwel onbeschreven’, schrijft Chris Beuker in de inleiding van zijn lijvige boek over het communistische verzet in Friesland. Men kan deze constatering slechts onderschrijven. Beuker noemt als belangrijkste oorzaak de Koude Oorlog, toen veel communisten niet voor hun politieke opvattingen konden uitkomen op straffe van het verlies van hun baan en hun sociale contacten. Maar daarmee wordt nog niet verklaard waarom in Friesland ook bitter weinig aandacht is gegeven aan het verzet van sociaaldemocraten, anarchisten en andere linkse figuren.

Beuker was voor zijn pensionering dramadocent op verschillende hogescholen. Hij kwam uit een arm gezin en zag de CPN destijds als het politieke antwoord op de grote maatschappelijke problemen. Beuker heeft bijna zes jaar aan zijn boek gewerkt. Daarin nemen de Friese communisten een centrale plaats in. Gelukkig beperkt de auteur zich niet geheel tot de ‘partijcommunisten’. Aan Sneevliet-aanhanger Johannes Mooij uit Noordwolde worden bijvoorbeeld enkele pagina’s gewijd en hier en daar komen anarchisten en andere linkse figuren in het verhaal naar voren.

Het boek van Beuker geeft een gedetailleerd beeld van het communistische verzet gedurende de Tweede Wereldoorlog. Voor een belangrijk deel is dat gebaseerd op een groot aantal getuigenissen van communistische verzetsmensen en hun nabestaanden. Hij probeert het resultaat van zijn omvangrijke spitwerk zo breed mogelijk te maken, en waar mogelijk te checken aan andere getuigenissen en aan bestaande bronnen. Het resultaat is een indrukwekkend beeld van het verzet van communisten gedurende de Tweede Wereldoorlog, het eigenlijke onderwerp van Beukers studie. Dat is een belangrijke verdienste van zijn boek.

Organisatorische voorsprong

Johan Frieswijk, auteur van deze recensie

Omdat de vakbeweging in de oorlog al vrijwel direct door de Duitse bezetters werd gelijkgeschakeld, komt in dit onderdeel van het boek de vakbeweging uiteraard niet aan de orde. Beuker verzamelde bij zijn onderzoek ook materiaal over de periode voor 1940 en daarover gaan de eerste 192 pagina’s van het boek, ofwel veertig procent van de totale tekst. Beuker verantwoordt deze lange inleiding, door te wijzen op tal van activiteiten die de Communistische Partij Holland, sinds 1935 Communistische Partij van Nederland (CPN) geheten, voor de oorlog al in het verborgene moest uitvoeren. Men kan dit in zijn ogen ook als verzetsdaden tegen de Nederlandse overheid beschouwen. De CPN had daardoor, toen de Tweede Wereldoorlog uitbrak, als illegale organisatie een belangrijke organisatorische voorsprong op bijvoorbeeld de sociaaldemocraten, wier partij ook na enige maanden werd verboden.

Eigenlijk zou je blij moeten zijn met zo’n uitvoerige inleiding, waarin veel gebeurtenissen en feiten naar voren komen. Mijn grote bezwaar tegen die eerste hoofdstukken is echter, dat ze behoorlijk onvolledig zijn, omdat vanuit fragmentarische beelden wordt ingezoomd op sommige gebeurtenissen en ontwikkelingen in het Interbellum. Naast de onvolledigheid ontstaat een tweede probleem, namelijk dat de rol van de communisten en van hun CPN in het verhaal overbelicht wordt. Voor een deel is dit een bronnenprobleem, omdat de auteur bepaalde boeken en artikelen wel heeft gebruikt en andere niet. Omdat een literatuurlijst ontbreekt en de verwijzingen heel globaal zijn, is het moeilijk om een goed beeld te krijgen welke literatuur de auteur heeft laten liggen. Een dorp als Appelscha en de omliggende gemeente Ooststellingwerf worden overbelicht, omdat het verhaal zwaar leunt op het boek van Jur Schuur over anarchisme en radicaal-socialisme in dit dorp en op het boekje van Pieter van den Berg en Roel Idema over de communistische voorman Jan Herder. Omdat voor Beuker de door Kerst Huisman opgetekende memoires van de Friese communist Gerrit Roorda een belangrijke bron waren, wordt diens rol in bepaalde gebeurtenissen en ontwikkelingen overbelicht.

Beukers laat zijn verhaal beginnen in 1925, toen grote stakingen de werkverschaffingen in het noorden van het land platlegden. De staking begon in het dorp Nij Beets, in de Friese zuidoosthoek, en breidde zich als een olievlek uit naar de omliggende gebieden van Groningen en Drenthe. Het links-radicale Nationaal Arbeidssecretariaat (NAS) speelde bij de stakingen in de werkverschaffingen (door Beuker hier en daar verwarrend en onjuist aangeduid als stakingen in de venen) een zeer actieve rol. Maar juist de tekst over deze acties is een goed voorbeeld van onvolledigheid, die het gevolg is van een gemis aan achtergrondkennis. Men krijgt geen goed beeld van de omvang van deze staking, het bereik, de impact op de politiek en het verloop. Ook de houding van de overheid komt slechts fragmentarisch aan de orde. Die riep de staat van beleg uit, zette mitrailleurs in, en kondigde, om uitbreiding van de staking te voorkomen, een fietsverbod af dat het vervoer tussen verschillende gemeenten voor arbeiders moeilijk maakte.

De Ploeger

Een positief punt is wel, dat Beuker aangeeft dat SDAP-wethouders en -raadsleden in het oosten van Friesland sympathie voor de acties van 1925 voelden, omdat ze van mening waren dat er in de werkverschaffingen te lage lonen werden betaald. Ze hadden echter geen schijn van kans om iets te bereiken, gezien de staat van beleg en andere maatregelen die van bovenaf door de Commissaris der Koningin en de burgemeesters (buiten raad en wethouders om) werden genomen. En ze ondervonden ook in hun eigen partij niet veel medewerking bij pogingen om het voor de stakers en uitgeslotenen op te nemen.

Het is in dit verband jammer, dat de auteur geen aandacht besteedt aan de samenwerking van onafhankelijke socialisten, anti-militaristen, linkse sociaaldemocraten en communisten in het blad De Ploeger, dat van 1924-1931 verscheen en zijn lezers vond onder linkse figuren van diverse pluimage in de Friese Zuidoosthoek. Een duidelijk hoogtepunt voor het blad waren de acties in de werkverschaffingen in 1925, toen de oplaag van het blad snel steeg tot 10.000 exemplaren. De redactiecommissie zamelde geld in voor de stakers. Redacteur op dat moment was Jarig van der Wielen, die als onafhankelijk socialistisch wethouder van Opsterland was. Van der Wielen, die te boek staat als oprichter van de eerste volkshogeschool in Nederland (Allardsoog in Bakkeveen), nam ook het initiatief tot de werkverschaffingsmaatschappij De Drie Provinciën. Juist in het oosten van Friesland bleef de Domela-aanhang lange tijd van belang en namen onafhankelijke linkse kandidaten met vrije lijsten succesvol aan verkiezingen deel. Opvallend is, dat Gerrit Roorda, die abonnee van De Ploeger was en in het blad schreef, naast de anarchisten een rol speelde in de anti-militaristische beweging. Tot 1927, want toen werd hij geroyeerd.

In het algemeen kan worden gesteld dat de lezer over de periode tot de Duitse inval geen goed beeld krijgt van de communistische beweging in Friesland. Het blijft bij hier en daar uitdijende fragmenten. Ik mis bijvoorbeeld de scheuring van de CPN in 1925 tussen een CPN Centraal Comité en een afgescheiden groep Wijnkoop. Ook over de problemen die de communistische partij had met het vinden van een eenduidige strategie ten opzichte van de vakbeweging vind je weinig in het boek. Interessant is immers dat de CPN aanvankelijk aansluiting zocht bij het radicale vakbondsoptreden van het NAS en weinig wilde weten van het sterk anti-communistische NVV. Daardoor nam de invloed van CPN’ers in het NAS en zijn bonden sterk toe. De meer op het vrije socialisme georiënteerde aanhangers van het syndicalisme verlieten al gauw vanwege de communistische machtsgreep het NAS en stichtten in 1923 een eigen Nederlands Syndicalistisch Vakverbond. Een jaar na die aderlating werd Henk Sneevliet, toen aangesloten bij de CPN, bezoldigd voorzitter en propagandist van het NAS. Hij zou dat tot de oorlog blijven. Omdat de CPN de internationale vakbondsstrategie ging volgen, die zich richtte op de massavakbeweging – dat was in Nederland het NVV – verslechterde de verhouding tussen de CPN en het NAS. Uiteindelijk vond een groep NAS-communisten onder leiding van Sneevliet de aanhoudende communistische druk om zich aan te passen onaanvaardbaar. De groep trad in 1927 uit de CPN. Sneevliet werd in 1929 de voorman van een nieuwe revolutionaire socialistische partij. Maar deze vakbondsperikelen zal men bij Beuker vergeefs zoeken.

Gedwongen verkoop boerenbedrijven

Interessant is wel hetgeen de auteur schrijft over de rol die CPN’ers speelden bij het verzet tegen de gedwongen verkoop van boerenbedrijven, waarvan in de crisisjaren na 1920 de pacht niet meer kon worden opgebracht. Maar zoals vaker in dit boek: het lijkt dat alleen communisten daartegen in verzet kwamen. En dat doet echt tekort aan de belangrijke rol die de Bond van Landpachters en Hypotheekboeren daarbij speelde. Eerlijk gezegd vermeldt Beuker wel, dat CPN’er Jan Herder in dergelijke zaken samenwerkte met sommige SDAP’ers en mensen van een andere politieke richting. En de auteur laat ook zien hoe moeizaam en al gauw uitzichtloos de samenwerking tussen een CPN-werklozencomité en het NVV was.

Het belang van het boek van Beukers is dat de rol van communisten in het verzet in Friesland tijdens de Tweede Wereldoorlog zeer gedetailleerd aan de orde komt. Mede dankzij de vele interviews die de auteur afnam met betrokkenen of hun nabestaanden en zijn toegang tot materiaal dat anderen via interviews hadden verzameld. Daarbij is het de verdienste van Beuker, dat al die mensen die in het geheim hun verzet pleegden, in zijn boek een gezicht krijgen. De talloze communistische verzetsmensen vertellen vaak in hun eigen woorden wat ze hebben beleefd. Sommigen werden gepakt, weerstonden mishandelingen om kameraden maar niet te verraden, of ontsnapten op wonderbaarlijke wijze en wisten uit handen van de Duitsers te blijven. Heel bijzonder is bijvoorbeeld het verhaal van de Duitse vluchteling Fritz Tarachewski, die een belangrijke rol speelde in de organisatie van het communistische verzet in Friesland tijdens de oorlog, en nooit in handen van de Duitsers viel.

Een probleem blijft dat de verhouding tot andere illegale groepen en met name ook een plaatsbepaling van de communisten binnen het hele verzetswerk niet goed uit de verf komt. Dat heeft – het is eerder gezegd – te maken met een gebrek aan achtergrondkennis. Dat is een minder groot probleem als het verhaal over de oorlogsjaren gaat, omdat – zoals Beuker aangeeft – de samenwerking van de illegale CPN-groepen met verzetsgroepen van andere politieke komaf vaak afwezig was of minstens zeer problematisch. De auteur maakt duidelijk dat de communisten desondanks een belangrijke rol in het Friese verzet speelden. Zijn boek laat nog weer eens zien dat de onderwaardering van het linkse verzet in Friesland in belangrijke mate veroorzaakt is door het standaardwerk van Pieter Wijbenga over Friesland in de Tweede Wereldoorlog. Hij liet de lezer graag geloven dat alle verzetsstrijders gereformeerden waren.

Johan Frieswijk

April 2018

Besproken boek

Chris Beuker, Communistisch verzet in Friesland 1925-1945. Uitg. Bornmeer Gorredijk, 2017. ISBN 978 90 5615 406 6 (495 pag., € 29,50)


Reactie Chris Beuker

Friese communisten verbinden strijd tegen oorlog en fascisme met anti-kolonialisme

Over het geheel genomen waardeer ik positief dat Johan op een weloverwogen, genuanceerde en kritische wijze mijn boek bespreekt, hoewel het ook voorkomt dat ik me niet in alles herken. Maar wat echt jammer vind is dat er in zijn verhaal een aantal fouten voorkomen die niet kloppen.

Chris Beuker met zijn boek (Foto: ActiefMedia)

Ik herken me niet in wat Johan stelt dat de lezer van mijn boek over de periode tot de Duitse inval geen goed beeld krijgt van de communistische beweging in Friesland. Het blijft bij hier en daar uitdijende fragmenten. In de Inleiding schrijf ik dat het boek geen aanspraak maakt op volledigheid. Die pretentie heb ik niet. Ik ben schrijver, geen historicus. Als auteur heb ik wel de intentie  ‘de’ lezer te willen laten zien wat de focus is van het communistische verzet in Friesland, en elders in Nederland; namelijk dat de sociale strijd, de strijd tegen oorlog en fascisme, de antikoloniale strijd in de jaren dertig en het daarop volgende verzet tegen de Duitse bezetter samen een rode draad van verzet tegen onrecht en inzet voor menswaardigheid vormen  en het doel een bevrijd Nederland is. Een rode draad van verzet van de Friese communisten, dat beeld heb ik willen neerzetten en blijkens de kop van de recensie is dat gelukt: ‘Indrukwekkend en gedetailleerd beeld van verzet van communisten in Friesland.’ Ik vind het jammer dat Johan in zijn recensie geen aandacht schenkt aan de strijd tegen oorlog en fascisme en de antikoloniale strijd en dat Friese communisten deze belangrijke thema’s met elkaar verbinden. Het voorbeeld dat hij geeft alsof ik geen aandacht besteed aan de scheuring van de CPN in 1925 tussen een CPN Centraal Comité en een afgescheiden groep Wijnkoop, klopt feitelijk niet. In hoofdstuk 6, 6.2 Tweespalt (pagina’s 59 en 60) besteed ik aandacht aan deze zaak.

De Ploeger

Waarin ik me niet herken is de opmerking van Johan dat ik geen aandacht besteed heb aan het blad ‘De Ploeger’. Feitelijk klopt dat niet. In hoofdstuk 2 (pagina 32) besteed ik aandacht aan dit initiatief.

Ik herken me niet in de opmerking van Johan dat ik de betekenis van een dorp als Appelscha en de omliggende gemeente Ooststellingwerf overbelicht. Ja, in het onderzoeks- en schrijfproces ligt daar mijn begin- en eindpunt. Maar in het boek beschrijf ik uitgebreid dat door de grote armoede, omvangrijke en uitzichtloze werkloosheid – onbeteugeld gelaten door de regeringen-Ruijs de Beerenbrouck en Colijn –  de communistische partij zich mede tot tolk maakt van de woede en verbittering onder de arbeiders, haar invloed groeit en zich verspreidt in grote delen van de provincie Friesland. Dat gebeurt in landelijke gebieden van het Oosten (Drachten en omgeving), Zuidoosten (Opsterland, Aengwirden, Schoterland, Oost- en Weststellingwerf) en Zuiden (Lemmer en omgeving) als in stedelijk gebied zoals Leeuwarden en Sneek

Naast de onvolledigheid is het voor de scribent van de recensie een probleem dat de schrijver  de rol van de communisten en van hun CPN in het verhaal overbelicht. Daarvoor draagt Johan diverse argumenten aan waarin ik mij niet herken. In de Inleiding geef ik een inhoudelijke en duidelijke verantwoording waarom ik  voor dit boek gekozen heb. Het is de gestolde stilte die weerklank en erkenning zoekt.  De schrijver heeft een uitgebreid en gedetailleerd noten- en bronnenapparaat opgenomen.  Per hoofdstuk wordt de gebruikte literatuur en/of andere bronnen verantwoord. Al met al heb ik me zeker verdiept in een groot aantal achtergronden, die kennis eigen moeten maken en daarin ook onontkoombare keuzes gemaakt.

Mei 2018