Het geheugen van de vakbeweging

In Memoriam Wil Albeda (1925-2014)

Van medewerker CNV-bouwbond tot minister van Sociale Zaken

Op 6 mei 2014 is Wil Albeda op 88-jarige leeftijd in zijn woonplaats Maastricht overleden, de CNV-medewerker die minister van Sociale Zaken werd in het kabinet-Van Agt (1977-1981). Piet Hazenbosch herdenkt hem.

Wil AlbedaWil Albeda

Albeda is wellicht het meest bekend geworden door zijn ministerschap in het kabinet-Van Agt (1977-1981). Dat hij minister werd verbaasde niemand, alhoewel hij zelf zei het mooier te vinden minister te zijn geweest dan het te worden. Albeda genoot het vertrouwen van de vakbeweging, zeker van het CNV. Na zijn Economie studie aan Nederlands Economische Hogeschool (NEH), trad hij op 1 september 1951 in dienst van de Nederlandse Christelijke Bouwarbeidersbond. Het werd zijn taak om het bondsbestuur te adviseren in de tijd dat vakbondsbestuurders vooral praktijkervaring hadden.  Uit zijn autobiografie Ik en de verzorgingsstaat blijkt dat hij genoot van het vakbondswerk. Vakbondswerk dat hem overigens met de paplepel was ingegoten, want Albeda’s vader was voorzitters van de Bond van Christelijke Belastingambtenaren. Toch was het dagelijkse vakbondswerk hem niet genoeg. In zijn schaarse vrije tijd schreef hij een wetenschappelijk proefschrift over de rol van de vakbeweging in de moderne tijd. Daarop promoveerde hij in 1957, de eerste CNV-er die ook wetenschappelijk carričre maakte. Het typeert Albeda: betrokken én op enige afstand beschouwend.

Een uitstapje naar Philips

Eind jaren vijftig vertrekt Albeda naar Philips in Eindhoven om – zoals hij het zelf zag – de ontwikkeling van de arbeidsverhoudingen van ‘de andere kant’ te leren kennen. Maar al spoedig keert hij terug naar het CNV. Als begin 1961 een vacature in het CNV-bestuur ontstaat, blijkt Albeda de meest geschikte kandidaat. Op 1 november 1961 wordt hij lid van het Verbondsbestuur om zich opnieuw vanuit vakbondsperspectief bezig te houden met de Nederlandse arbeidsverhoudingen. Hij vertaalt zijn wetenschappelijke interesse in praktisch handelen in de SER en de Stichting van de Arbeid. Toch blijft de wetenschap trekken en in 1966 verlaat hij het CNV definitief om hoogleraar te worden aan de NEH.  Vanuit die rol heeft hij grote invloed op het denken over het Nederlandse arbeidsmarktbeleid dat mede door zijn werk nieuwe impulsen krijgt.
Al tijdens zijn vakbondsperiode blijkt zijn belangstelling voor de politiek en is hij lid van de ARP en wordt voor die partij lid van de Eerste Kamer. In die functie speelt hij een rol bij de totstandkoming van het kabinet-Den Uyl. Eind 1977 treedt hij toe tot het kabinet-Van Agt. Daar vormt hij met Louw de Graaf – die ook van het CNV afkomstig is – het tandem dat de sociale zekerheid aanpast aan de tijd. Hij neemt niet deel aan volgende kabinetten, maar keert terug naar de wetenschap alhoewel hij door zijn lidmaatschap van de Eerste Kamer op enige afstand betrokken blijft bij de politiek.
Albeda was weliswaar niet de eerste met een academische opleiding die bij het CNV in dienst trad, maar hij effende met een paar anderen de weg naar een modernere vakbeweging die zich ook baseerde op wetenschappelijke kennis en onderzoek. Treffend is dat hij zichzelf beschouwde als een betrokken waarnemer. Dat was hij zeker, ook voor de vakbeweging, ook in de jaren dat hij daar niet meer werkte.
Piet Hazenbosch

6 mei 2014

Jeugdzonde?

Begin jaren zestig, Wil Albeda is dan beleidsmedewerker van het CNV, is hij lid van een studiecommissie van de drie vakcentrales en de daarbij aangesloten bouwbonden die onder leiding staat van de vermaarde dr. Heinz Umrath van de NVV Bouwbond. In de commissie zitten verder 3 aanstormende economische talenten, naast Albeda zijn dat Wim Kok (foto links), dan medewerker van de NVV Bouwbond en Frans Andriessen (foto rechts), de zoon van oud-St. Joseph-voorzitter Jan Andriessen en dan directeur van het Katholiek Instituut voor de Volkshuisvesting. De aanleiding van deze commissie is een besluit van het ANB-congres van 1958, de tijd van de wederopbouw en de woningnood. “De bouw van arbeiderswoningen moet uit de sfeer van het geldelijk gewin worden gehaald. Tevens is zulks een stap in de richting van de economische medezeggenschap. Een eigen bouwonderneming kan, vooral in het begin, de school zijn voor de ANB-ers op het gebied van medezeggenschap, werkmethoden, tarifering.” Het duurt echter zo’n 5 jaar voordat de commissie is gevormd en van start kan gaan. Dan duurt het nog 2 jaar voordat het rapport vertrouwelijk het licht ziet. En vervolgens de gang naar vergetelheid maakt. Het tij is verlopen. Albeda en Andriessen komen elkaar weer tegen in het eerste Kabinet-Van Agt. Andriessen is daarin minister van Financiën. Daarna wordt het Europees Commissaris. Ook Wim Kok wordt later minister van Financiën en daarna de minister-president in de twee Paarse kabinetten.

In 1994 heeft Jeroen Sprenger in de brochure Dromen van een eigen bouwbedrijf het stof van dit rapport afgeblazen.