Het geheugen van de vakbeweging

In Memoriam Toon Riemen (1927- 2015)

De kunst van het gelijk krijgen

Op 5 maart 2015 is oud-NKV-bestuurder Toon Riemen in zijn woonplaats Middelrode overleden. Muus Groot, die met hem heeft samengewerkt binnen de katholieke metaalbewerkersbond St. Eloy en binnen het NKV, herinnert zich hem als een verlichte bestuurder binnen een tamelijk conservatieve bond. Die op het terrein van de sociale zekerheid in brede kring groot gezag heeft verworven en de VUT ‘door de polder heeft weten te trekken’.

Toon Riemen (1927- 2015)Toon Riemen (1927- 2015)

Toen ik in 1965 St. Eloy binnenstapte was het nog volop de Katholieke bond van werknemers in de metaal- en het elektrotechnisch bedrijf. Met de nadruk op katholiek en KVP. Kardinaal Alfrink was St. Eloy´s buurman aan de Utrechtse Maliebaan. De salarissen werden in grijsbruine loonzakjes uitgekeerd en de kruisweg op Goede Vrijdag in het vakbondsgebouw was nog maar net afgeschaft.
Het was bijzonder dat ik redacteur van het bondsblad kon worden. Ik kwam van een liberale krant en moest bekennen dat ik sympathiseerde met de PvdA. Iets wat bij St. Eloy van toen net zo verdacht was als heden ten dage bij de FNV. Ik had geluk. Toon Riemen verving de zieke bondssecretaris en hij sleepte mij erdoor. Voor de poorten van de hel, zoals elke vakbondsbestuurder zijn onderhandelingsresultaat omhoog waardeert.
Het zal best waar zijn, want Toon Riemen was een van de verlichte figuren in de tamelijk conservatieve bond onder leiding van voorzitter Piet Brussel, een Zaankanter met een grote afstand tot het socialisme. Riemen had de sociale zekerheid onder zijn hoede en had zich daarmee binnen en buiten de bond gezag verworven. In zijn hoekkamer op de eerste verdieping trof ik hem vaak aan in zijn karakteristieke houding: Achter een stapel stukken, de hand hoog op het eerbiedwaardig blote voorhoofd. Een  dossierkenner scheen hij mij toe en publiciteitsbewust. Hij nam mij, de redacteur van ‘het vakblad’ in vertrouwen, stopte mij nieuwtjes toe, ook over interne bestuursperikelen en was ijdel genoeg om zijn rol op te glanzen.

Kaderopleiding in Doorn

Als vele groten van zijn generatie had ambachtsschoolleerling Riemen mogen studeren aan de driejarige kaderopleiding van de KAB in Doorn. Daar werd begaafde arbeiderskinderen, als Wim Spit, Herman Bode en Toon Riemen, een gedegen opleiding geboden die de pretentie had een sociale pendant te zijn van de businessopleiding Nyenrode, waar Wim Kok werd gevormd.
Hoewel hij een Brabantse tongval niet helemaal kon verbergen was Toon niet iemand van de gemoedelijke zuidelijke toon. Ik vind hem herkenbaar gekarakteriseerd door zijn zoon Rob Riemen, de oprichter van het Nexus instituut. Hij beschrijft de debatcultuur aan tafel in huize Riemen:“Geen mening hebben? Dat bestond niet. Over alles werd je geacht een mening te hebben, en dus werd je ook geacht de krant te hebben gelezen. Nog belangrijker dan je mening waren argumenten. Wie geen argumenten had deed niet mee. Wie slechte argumenten had, verloor het debat. Want alles draaide thuis om het debat, om de kunst van het overtuigen, om de kunst van het gelijk krijgen”.

SER als nationaal podium

Ik moet daar uit eigen ervaring aan toevoegen dat Toon hem niet welgezinde argumenten van opponenten spottend en verongelijkt kon afdoen. Het tekent de vakbondsonderhandelaar die zijn mening presenteert als alle gelijk van de wereld tegenover de werkgevers. Toon onderhandelde als districtsbestuurder in Zwolle, deed de cao’s Philips en Grootmetaal namens St. Eloy. Gepromoveerd tot bestuurder van de vakcentrale NKV had hij pensioenen en gezondheidszorg onder zijn hoede. De SER, die toen nog het land regeerde volgens menig politicus, was zijn nationale podium.
Als zovelen van zijn generatie is Riemen van zijn geloof in de confessionele organisatievorm gevallen. Uit de Pauselijke encyclieken Rerum Novarum (1891) en Quadragesimo anno (1931) werd een sociale leer gedestilleerd tussen liberalisme en socialisme in, aldus zijn zoon Rob Riemen. In het dagelijks leven was de leer sterk antisocialistisch. Nog in 1954 verboden de katholieke bisschoppen de hen toevertrouwde gelovigen het lidmaatschap van het NVV. Het bleek een achterhoede gevecht want in de zestiger jaren verklaarde het NKV de emancipatie van de katholieke arbeider voor gelukt en nam initiatieven om de vakcentrales NVV, NKV en CNV te verenigen.
Toon Riemen behoorde als verbondsbestuurder NKV tot de voorstanders van de FNV. St. Eloy was opgegaan in de Industriebond NKV. Herman Bode en Toon Riemen probeerden de verbindingen open te houden tussen het verbondsbestuur van het NKV dat juist in zijn sterkste bestuurders voorstanders van de FNV telde en de Industriebond. In die bond heerste een duidelijk antisentiment jegens de FNV dat werd gevoed door de conflicten met de Industriebond NVV. Toon was iets minder verdacht van linkse sympathieën dan Herman en misschien dat hij daardoor meer invloed kon uitoefenen op de bondsbestuurders.

De komst van de VUT

Anders dan vaak wordt geschreven is Toon Riemen niet de bedenker van de VUT. Die eer komt NKV’s beleidsadviseur Johan Grobbée toe. In het begin van de zeventiger jaren kwam hij naar mij toe met de gedachte laat ouderen vervroegd uittreden en hun arbeidsplaats overdragen aan jongeren. Jong voor Oud. Het was mij wel duidelijk dat de pensioenprofs, Toon incluis, daar  niet van gediend waren. Dus gebruikte ik mijn positie als bestuursadviseur en bracht het idee buiten Toon om, maar met steun van bijvoorbeeld Herman Bode, in het verbondsbestuur. De rest is geschiedenis. Met Toon op de bok, want toen het NKV er voor ging heeft hij het door alle lagen van de polder heen getrokken. Dat weer wel.
Ook voor Toon Riemen moeten de oprichting van de FNV, en zijn rol daarbij, hoogtepunten zijn in zijn vakbondsloopbaan. Hij onttrok zich aan het kluitjesvoetbal waarmee de verdeling van de bestuursportefeuilles gepaard ging. De historische opdracht van de nieuwe vakbeweging was vervuld. Toon Riemen werd voorzitter van de Raad van Arbeid in Den Bosch (1975).
Tot de linkse politiek van de PvdA was hij al sinds de nacht van Schmelzer in 1966 bekeerd. Hij zal nivellering geen feest hebben genoemd, zoals Hans Spekman, maar hij heeft gestreden voor ‘centen in plaats van procenten’. Aan zijn zoon Rob verhaalt hij hoe hij al in 1972 voor een inkomensafhankelijke gezondheidspremie was. “We zitten nu in 2013. En wat gebeurt er? De Partij van de Arbeid zet de ´inkomensafhankelijke premie´ in het programma. De VVD wordt boos op Rutte en hupsakee, het wordt ingetrokken. Het is de zoveelste keer dat er een poging wordt gedaan de inkomensafhankelijke premie in te voeren, een grotere mate van solidariteit, een verdeling, en potverdorie nog aan toe, tot op de dag van vandaag is het niet mogelijk geweest dat te realiseren”. Ik hoor het hem preken.
Muus Groot
Maart 2015