Het geheugen van de vakbeweging

In Memoriam Herman Hugenholtz (1929-2014)

FNV-bestuurder open voor vernieuwing

Op 20 februari 2014 is “op zijn manier en in alle rust” overleden Herman Hugenoltz. Herman begon in 1957 zijn vakbondsloopbaan in het Groningse als adviseur van het Regionaal Bureau voor Arbeidsrecht, een onderdeel van het NVV. Hij heeft zijn leven lang de binding met het Groninger land in ere gehouden, zo het maar enigszins kon bracht hij de weekenden door op zijn stek in Leek.

Herman Hugenholtz,  out-of-the-box-denkerHerman Hugenholtz, out-of-the-box-denker

Herman Hugenholtz leeft weliswaar in veler herinnering vooral voort als onderwijsdeskundige binnen het FNV-bestuur, maar hij was meer dan dat. In zijn periode als bestuurder van het NVV durfde hij het aan de kandidatuur van de zeer jonge Wim Kok voor het voorzitterschap te steunen en vervolgens de verse voorzitter door zijn eerste jaren te coachen. Enkele decennia later zou hij zich afvragen er goed aan gedaan te hebben deze loopbaan een zetje te hebben gegeven.  Het was niet de laatste blijk van out-of-the-box –denken die kenmerkend was voor Herman. De oorspronkelijke wijze van kijken van Herman heeft het jongerenwerk van de vakbeweging en zowel de vrouwenbond als het vrouwensecretariaat van het NVV, een nieuw elan gegeven.

Achterzaaltjes en scholingsinstituut

Velen malen is op Herman een beroep gedaan om bijdragen te leveren aan het scholingswerk van de Henri Polak Stichting, het NVV jongeren contact en het vrouwen secretariaat. In achteraf zaaltjes en op de scholingsinstituten trad Herman op.  Een cursus arbeidsrecht, inleiding over onderwijs en samenleving of over milieu vraagstukken, het was Herman niet te veel. Hij deed dat op zo een wijze dat je goed leerde begrijpen dat het hulpgeven aan leden of het nadenken over het beleid een zekere nederigheid verlangde om succesvol te kunnen zijn. Dikdoenerij was uit den boze.
Dat de middenschool er niet is gekomen kan je Herman niet nadragen. Hij heeft zich bijzonder ingespannen om deze noodzakelijke schakel in het onderwijsbestel te realiseren. In de SER, in de diverse commissies van de Stichting van de Arbeid en zeker en vooral  ook op speciale ledenvergaderingen die een tweetal jaar lang door heel Nederland werden georganiseerd. Over zijn inleidingen werd lang nagepraat. Hij heeft zich bijzonder ingespannen om een toegankelijke onderwijsvoorzieningen voor werkende jongeren op te zetten. De aanvallen vanuit het CDA/VVD (verkort middelbaar beroeps onderwijs – wat dat ook moge zijn geweest- ) en het CNV (geen samenwerking) waren uiteindelijk de directe oorzaak dat een gericht onderwijsbeleid voor alle kinderen schipbreuk heeft geleden. De aanvallen daarop, later overgenomen door Sociaal Democratische politici heeft Herman niet kunnen tegenhouden.
Herman was een groot supporter van het in de jaren 70 georganiseerde discussieproject in het NVV (Maatschappij en vakbeweging) en voelde zich nadrukkelijk verbonden met wat heette de Maatschappijkritische Vakbeweging.
Te midden van het door de fusie van NVV en NKV grote bestuur, waarin naast traditionele bestuurders van de oude stempel ook jongere, meer zakelijk ingestelde bestuurders de lange vergadertafel in dat bioscoopzaaltje op Plein 40-45 vulden, was Herman de intellectueel, open voor vernieuwing, gespitst op emancipatie en redenerend in een totaalkader, verbindingen leggend in de męlee van bestuurders en beleidsgroepjes. Dat je bij een fusie ook de efficiency moet dienen was een inzicht dat eind jaren 70 nog geen intrede had gedaan bij de vakbeweging. Het leidde tot een grote versnippering van beleidsterreinen en bemoeilijkte de totstandkoming van samenhang in het beleid. Herman stelde zich daarin manmoedig te weer, soms als roepende in de woestijn.

Op kerntaken toegesneden vakcentrale

Het bestuurlijke en organisatorische waterhoofd gecombineerd met een stagnerende ledentalontwikkeling brak de FNV in de eerste helft van de jaren ‘80 op. Herman bood zich aan voor de ondankbare taak om voorstellen te ontwikkelen die moesten leiden tot een wendbare, op kerntaken toegesneden en betaalbare vakcentrale. Zichzelf schreef hij de organisatie uit, vanuit het idee dat hij een vak had geleerd dat zonder niveauverlies ook buiten de FNV kon worden uitgeoefend, terwijl veel van z’n collega-bestuurders niet meer in hun oude handwerk aan de bak konden. Hij werd rechter bij de Centrale Raad van Beroep.
Het was een genoegen om als beleidsmedewerker met Herman samen te werken. Hij bood veel ruimte om je te ontplooien, om fouten te maken en om op interessante posities namens de FNV op te treden. In de periode dat naast onderwijs ook de arbeidsmarkt tot Hermans portefeuille gerekend werd, was het falen van het arbeidsvoorzieningsbeleid onder het ministerie van sociale zaken een hot item.  Velen vonden toen dat de oplossing gevonden moest worden in de tripartisering van dit beleidsterrein. Werkgevers, werknemers en overheid zouden samen de dienst onder hun hoede nemen. Pragmatisten zagen een kans het krimpende personeelsbestand van de vakcentrale, vooral in de regio, op te krikken en er was sowieso een stroming binnen de vakbeweging die vond dat al het goede vooral tot stand gebracht kon worden door eendrachtige samenwerking der partijen. Herman vroeg zich af of bestuurlijke betrokkenheid van de vakbeweging voor een instrument dat onmachtig was de hoofdoorzaak van de problemen op de arbeidsmarkt (er waren te weinig banen) structureel aan te pakken, de juiste aanpak was. Hij heeft zijn twijfels tot het einde van de interne besluitvorming geuit. Hij meende dat er staatsrechtelijke en strategische bezwaren aan kleefden die de vakbeweging op termijn in een ongelukkige positie zou gaan manoeuvreren. Toen werd besloten dat de FNV de tripartisering omarmde heeft hij zich loyaal ingespannen dat op de best mogelijke manier in te vullen. Er werden nieuwe wegen ontwikkeld om de massawerkeloosheid aan te pakken: heroriëntatie, op maat gesneden arbeidsbemiddeling, scholing- en arbeidservaringsprojecten, in allerlei mogelijke en wenselijke combinaties. Een succes is het niet geworden. Vermalen tussen het opkomende pragmatisme, door sommige als neoliberaal aangeduid beleid, korte termijn belangen van politieke en gemeentelijke vertegenwoordigers is de tripartisering op de hoop van de geschiedenis gegooid. Ten nadele van langdurig werklozen, oudere werkzoekende en gehandicapten. Immers, vrijwel gelijktijdig met het stoppen van de tripartisering werden ook het uiterst succesvolle uitzendbureau START en de Centra voor Vakopleiding verkocht of geďntegreerd.  De rechtsopvolger van Start is een beursgenoteerde onderneming geworden (waar is eigenlijk het geld gebleven?) en de Centra voor Vakopleiding zijn vervlogen. Inmiddels groeit de roep om degelijke centra en wordt een voorziening als Start node gemist.
Herman trad ook immer op als pleitbezorger voor het door Vrouwensecretariaat en Vrouwenbond aangedragen emancipatiestreven. De Vrouwen Vakscholen zijn daar een mooi voorbeeld van. Her man heeft daar aan maximaal bijgedragen.  Er is fraai beeld materiaal beschikbaar waarop Herman als vurig pleit bezorger voor het emancipatiebeleid het woord doet.
Een goede herinnering aan een hervormingsgezind, ruimte biedend en intelligent man is wat rest.

Jos Besteman en Hans Weggelaar
oud-FNV-beleidsmedewerkers
maart 2014