Het geheugen van de vakbeweging

Hilde Breiner-Bosma

Staat haar mannetje(s) in het overleg

Hilde Bosma (1944), samen met drie broers opgegroeid in een Heerlens mijnwerkersgezin, behaalt haar HBS-A diploma aan het Clara College in Heerlen en treedt in 1962 in dienst bij chemie concern DSM, toen nog Nederlandse Staatsmijnen geheten.

Het is de eerste en enige werkgever die ze in haar werkzame levenzal kennen. Met de bond is het niet anders. Ze wordt in 1965 lid van de KVM (een voorloper van de Unie) en is dit tot op de dag van vandaag. En om het drieluik compleet te maken: trouw is ze ook aan Jochen Breiner. Ze trouwen in 1970 en wonen in Landgraaf.

 Liever meespreken dan notuleren

Hilde prijst zich gelukkig dat ze, evenals haar drie broers, een middelbare opleiding mag volgen. In menig arbeidersgezin in die tijd absoluut geen vanzelfsprekendheid en al helemaal niet voor een meisje. In dienst van DSM volgt ze nog de opleiding MSA aan de Katholieke Leergangen in Tilburg en een opleiding tot Statistisch Assistent.
Ze is 10 jaar medewerkster op de octrooiafdeling van het concern voordat ze de overstap maakt naar de personeels- en loonadministratie van DSM Research. Hier wordt ze al vrij snel toegevoegd secretaris van de Raad van Overleg. Ze merkt dat ze best zelf aan het overleg wil deelnemen in plaats van te notuleren wat anderen van de zaken vinden. Thuis is Jochen de grote stimulator om de stap daadwerkelijk te zetten.
Bij de eerstvolgende verkiezingen in 1977 doet ze dan ook namens de Unie als eerste vrouw haar intrede in de RvO. Deze eerste kennismaking is van zeer korte duur. Ze maakt de overstap naar het hoofdkantoor om aan de slag te gaan als stafassistente op de sociaal-economische afdeling om hier na drie jaar te switchen naar de afdeling die werkt aan de arbeidsvoorwaarden van het topkader van het concern.
Vanaf 1990 houdt ze zich binnen de Personeelsdienst van het Hoofdkantoor bezig met de algemene arbeidsvoorwaarden. Ze heeft dan al weer lang en breed het overlegwerk opgepikt, nu in de RvO/Ondernemingsraad van het  hoofdkantoor. Vanaf 1990 tot ze op 1 januari 2005 vervroegd met pensioen gaat, is ze voorzitter/secretaris van de RvO/OR van het Hoofdkantoor.

Moeilijke processen

Hilde is ten tijde van de strategische herpositionering van DSM in de negentiger jaren voorzitter van de Begeleidingscommissie op het hoofdkantoor en lid van de Beroepscommissie.Toezicht en toetsing van dit proces waarbij hele afdelingen buiten het concern gebracht worden en individuele medewerkers boventallig verklaard, kosten bergen tijd.
Ook in het dagelijks Bestuur van de OR van DSM Limburg bv, waarvan ze sinds 1992 deel uitmaakt, vraagt deze problematiek veel van Hilde en haar collega’s. “Maar het feit dat je juist in moeilijke situaties iets voor mensen kunt betekenen, geeft extra kracht en schenkt nadien veel voldoening. Iets voor anderen kunnen betekenen, ja daar doe je het voor”, aldus Hilde.
Van 1992 tot 2004 slaat ze als lid van de COR (Concern Ondernemingsraad) van DSM haar vleugels nog verder uit in ‘overlegland’. Vele jaren maakt ze deel uit van het Bestuur van het FSI (Fonds voor Sociale Instellingen) en ze is nog steeds lid van het bestuur van het BFM, het pensioenfonds voor beambten in de mijnindustrie.
Van 1990 tot 2004 is ze voorzitter van de sectie Hoofdkantoor van de Unie en van daaruit afgevaardigde in het Bedrijfsgroepbestuur DSM van de bond. Uren tellen in die tijd niet voor deze gedreven vakbondsvrouw.

Duidelijke standpunten

Hoewel ze in politieke termen gesproken op de linkerflank in het overleg opereert, is Hilde een groot pleitbezorger voor de opvatting dat alle groeperingen van hoog tot laag in het overleg een plek dienen te hebben. En dan nog, zo weet ze uit ervaring, worden er deals gesloten, die ten koste gaan van bepaalde groepen in de onderneming.Het prominente Unie-lid wil anderen altijd graag overtuigen van de noodzaak van het vakbondslidmaatschap.
Zo ook die keer dat ze wat dit onderwerp betreft haar pijlen richt op een groep secretaresses op het hoofdkantoor. De volgende dag melden een paar meiden met enige trots dat ze nog diezelfde dag lid zijn geworden. Echter… van de Industriebond FNV, zo leert navraag. Hilde had het natuurlijk een ietsje anders bedoeld, maar heeft er best vrede mee. “Voorop staat het belang van het lidmaatschap; van welke bond is van ondergeschikt belang.” Ze heeft het overigens al die jaren in het overleg ook met de collega’s van andere bonden prima kunnen vinden.
Grootste zorgpunt voor haar is en blijft het behoud van werkgelegenheid bij DSM in deze provincie. Dat de oorsprong van het concern in deze provincie ligt speelt bij de huidige generatie beleidmakers steeds minder een rol. Misschien nog maar eens demonstreren? Zoals tijdens de grote demonstratie van de gezamenlijke bonden begin 2004 toen het ook al ging om behoud van arbeidsplaatsen bij het concern. Of die keer dat het vertrek van het CBS wordt aangekondigd en een groot aantal vervangende arbeidsplaatsen als gevolg van de mijnsluiting alsnog verloren dreigt te gaan. Als het moet ging en gaat Hilde mee voorop!

Een nieuwe fase

Na al die jaren ‘druk, druk, druk’ is er nu relatieve rust. Ze blijft de ontwikkelingen bij DSM, de bond en in haar regio volgen, maar dan wel op gepaste afstand. Niet alleen de geest, ook het lichaam wordt fit gehouden. Fitness gymnastiek, line dance en tai chi, afkomstig uit de Chinese vechtsport, moeten hiervoor zorgen. En natuurlijk is ze – nu ze beiden afscheid hebben genomen van een drukke baan – veel op pad met Jochen. Tijd nemen voor elkaar. Thuis, op de hei of in verre streken. Maar ook een paar weken lekker luieren op een van de Canarische eilanden, hartje winter is een geliefde bezigheid van het stel. Ze verdienen het, dat staat vast!
januari 2016