Het geheugen van de vakbeweging

Het Twentse Model

Honderdvijfentwintig jaar vakbeweging in Enschede

Hoe oud is nu de afdeling Enschede? Zo simpel een vraag kan zijn, zo moeilijk het antwoord. De afdeling Enschede van FNV Bondgenoten is in 1998 100 jaar oud. Voor dit standpunt is wat te zeggen. De Eendracht opgericht door de dissidente Jan Brinkhuis stamt immers uit 1898! De Eendracht is een zuivere voorloper van FNV Bondgenoten. Na fusies tot de Algemene Bond voor Textiel en Kleding ‘De Eendracht’ fuseert ze in 1972 met ‘de metaal’ en ‘fabrieksarbeiders’ tot Industriebond NVV.

Vaandel van De Eendracht, Enschedese voorloper van FNV BondgenotenVaandel van De Eendracht, Enschedese voorloper van FNV Bondgenoten

1998 – een gedenkwaardig jaar

In 1998 kun je dus met een gerust geweten een feestje vieren. Brinkhuis heet echter niet voor niets dissident. Als hij De Eendracht opricht heeft hij Sint Severus verlaten. Sint Severus is in 1891 opgericht door Alphons Ariëns als Twentsche R.K. Fabrieksarbeidersbond. Ook Sint Severus is een voorloper van FNV Bondgenoten. Via fusies komt deze bond, ook in 1972 in de Industriebond NKV terecht. De beide Industriebonden fuseren in 1979 tot Industriebond FNV en gaan in 1998 samen met de Vervoersbond FNV, de Voedingsbond FNV en de FNV Dienstenbond op in FNV Bondgenoten.  De afdeling bestaat dus 107 jaar zult u nu zeggen. Jammer geen reden voor een feestje. We zijn er echter nog niet. Jan Brinkhuis is namelijk al eens eerder overgestapt. In 1891 wordt hij door Ariëns overgehaald van de neutrale Wevers- en Spinnersbond Vooruit over te stappen naar de zojuist opgerichte Twentsche R.K. Fabrieksarbeidersbond. Vooruit is opgericht in 1888. De afdeling bestaat dus 110 jaar! Het is mogelijk, maar het kan ook 125 jaar zijn. In 1872 wordt een Werklieden-vereeniging opgericht. Naar overlevering wil het verhaal dat deze vereniging overgaat in de vereniging De Broederband die in 1889 oplost in Vooruit. Harde bewijzen hebben we niet, maar het is dus goed mogelijk dat de afdeling in 1998 125 jaar bestaat! 100 jaar, 110 jaar, 125 jaar……. wie het weet mag het zeggen. Vast staat dat de leeftijd van de afdeling inmiddels die van de hele sterken is gepasseerd en genoeg aanleiding geeft  voor een feestje, of misschien wel drie feestjes?
Er valt in 1998 meer te gedenken. Op 7 augustus was het 60 jaar geleden dat Alphons Ariëns overleed. Zijn opponent en medespeler Jan Brinkhuis  vond drie weken voor hem de eeuwige rust. Van beiden valt dus in 1998 de zestigste sterfdag te gedenken.Nemen we daarbij dat FNV Bondgenoten op 29 januari 1998 is opgericht, dan kan het niet anders, dan dat we 1998 een zeer gedenkwaardig jaar noemen voor de vakbeweging in Enschede. Dit boek mag er een bijdrage aan zijn.

Verantwoording

Er is veel over Twente en Enschede geschreven. Er bestaan  goede boeken over Enschede die ieder, op een geheel eigen wijze, de stadsgeschiedenis in ‘beeld’ brengen. Dit boek is dan ook, zeker omtrent hetgeen is geschreven over het tijdperk van voor de Tweede Wereldoorlog, meer een verzameling van reeds door anderen geschreven teksten, dan dat het een product is van oorspronkelijke geschiedschrijving. Natuurlijk hebben deze teksten een redactionele bewerking ondergaan. De grootste inspanning is geweest het vinden en verzamelen van de teksten. Soms leek de voorraad onuitputtelijk en moest er een keus worden gemaakt. In een aantal gevallen was dat niet moeilijk, omdat nogal eens bleek dat de schrijvers uit de zelfde bron hadden geput. Een enkele keer, als de verschillende auteurs een kwestie anders beoordelen, is de keus moeilijker. In die gevallen is er een keus gemaakt naar wat naar mijn inschatting het meest waarschijnlijke is. Naar verluidt zijn de afdelingsarchieven in de Tweede Wereldoorlog vernietigd of verloren gegaan. Het betekent dat geen gebruik gemaakt kon worden van oorspronkelijke stukken zoals notulenboeken. Eerst voor de periode na 1945 zijn er notulenboeken voor handen. Zij het ook dan slechts van enkele bonden en lang niet van alle organisaties die bestaan hebben in Enschede. Voor de overzichtelijkheid en de leesbaarheid is gekozen om voor elk hoofdstuk achter in het boek een literatuurlijst op te nemen met de vermelding waar de gebruikte teksten zijn aangetroffen.
Getracht is de geschiedenis van de afdeling verhalend weer te geven. Onderwerpen, organisaties en personen wisselen elkaar af in een opbouw die weliswaar niet zuiver chronologisch is maar wel een zekere tijdsvolgorde in acht neemt. De Tweede Wereldoorlog vormt als het ware een breuklijn. Voor de Tweede Wereldoorlog  is er sprake van een vakorganisatie op ‘plaatselijk niveau’, dat wil zeggen men bestierde meer zelf, dan dat de landelijke organisatie dat deed. Na 1945 zijn de arbeidsverhoudingen gecentraliseerd wat zijn weerslag heeft op de aard van het vakbondswerk in de afdelingen.

Parallellen en verschillen

Het is belang­rijk om terug te kijken op de omstan­dig­heden in de negentiende eeuw. Het is goed om ons ook nu nog te realiseren hoe werknemers leefden en werkten. Hoe zagen toen de omstan­dighe­den van de werklieden eruit? En hoe zijn zij in de loop van ruim honderd jaar werkne­mer gewor­den? We vertellen niets nieuws als we de ellende van de werklieden weer voor het voetlicht brengen. We vertellen ook niets nieuws als we vaststellen dat er in honderd jaar heel wat is verbeterd. De werkman is geëmanci­peerd tot werkne­mer en wat meer is een vol­waardig medeburger geworden met rechten als mens, als burger, maar bovenal als werkne­mer. Van een bijna dier­soort werd hij een individu die meetelt. Natuur­lijk is het allemaal al eens gezegd. Het gaat nu echter om Enschede en dat maakt het nieuw en de moeite waard om het te vertel­len, omdat onze afdeling Enschede een bijzondere plaats inneemt. Enschede is een industrie­plaats, met een industrie die bepalend was voor de arbeidsverhoudingen. Er is sprake van een bijzondere cultuur. Waar anders dan met name in Enschede werd geschiedenis gemaakt met een interconfessionele vakorganisatie als Unitas. Niet alleen Unitas is het opmerkelijke verschil met elders, maar ook, of misschien wel juist, De Eendracht. De Eendracht vormt een heel eigen en uniek stuk geschiedenis in de Nederlandse arbeidersbeweging.
Merkwaardig mag ook genoemd worden de typische ontwikkeling in de arbeidsverhoudingen. Mogelijk vanwege het afbranden van de stad in 1862, waardoor rijk directer inzicht en enig mededogen  kreeg met de omstandigheden van arm, is er in de jaren zestig en zeventig sprake van een ‘milde’ arbeidsverhouding. Totstandkoming van onder meer een ziekenfonds is daar een uiting van. In de tachtiger jaren van de negentiende eeuw slaan de arbeidsverhoudingen om tot misschien wel de hardste die in Nederland hebben bestaan. Het wapen van uitsluiting ‘het hongerwapen’ is daar een scherpe uiting van. Deze verhouding zet zich tot ver in de twintigste eeuw voort.
Een alomvattende geschiedenis is het niet geworden. Dat kan ook niet. De mensen van het eerste uur zijn reeds lang niet meer onder ons. Veel van wat alleen in hoofden van mensen aanwezig is, is voor ons niet meer bereik­baar. Teveel materiaal is definitief verloren gegaan, omdat niet kon worden inge­zien, dat ook die ene brief of juist dat pamflet van waarde is voor de toekomst. We moeten het derhalve doen met de fragmenten die ons zijn geble­ven in kranten en boeken en met overle­ve­ringen van latere generaties. Het  verteld wat mensen hebben gedaan en gela­ten, maar bovenal hebben geofferd voor, wat zij zagen als, een betere toe­komst. Alsmaar weer de strijd aangaan tegen het ongeloof en defaitisme van de medearbeiders. Alsmaar weer de strijd aangaan voor erkenning van de bond door de werkgevers. De moed om op te treden tegen het nationaal-socia­lisme in de oor­logsjaren, met voor sommigen het grootste offer wat een mens kan brengen; zijn leven. De stakingen voor betere arbeidsvoorwaar­den. De acties tegen verlies aan werk. Het is allemaal gebeurd in ­Enschede. Telkens zijn er mensen die het vakbondswerk weer oppakken en verder brengen. Vakbondswerk is mensen­werk, dit boek getuigd daarvan. Het is een monument voor al degenen die zich belangeloos en vaak met persoonlijke offers hebben ingezet.
De geschiedschrijving van de plaatselijke vakbeweging kent nog steeds geen grote omvang. Slechts van een gering aantal afdelingen is de ge­schie­de­nis beschreven. Daar is nu die van Enschede aan toegevoegd.

Nawoord

Samenwerking in de vakbeweging
Als vakbondsafdelingen, zoals gemeenten, een wapen zouden bezitten en aan dat wapen voor bijzondere verdiensten een devies zou worden toegekend, dan zou voor Enschede het devies zonder enige twijfel moeten luiden: ‘door samenwerking gegroeid’. Er is niets dat de vakbeweging in Twente en Enschede meer kenmerkt dan het zoeken naar samenwerking. Met Vooruit is reeds sprake van een organisatie waarvan meerdere gezinten deel uitmaken. Naast de socialist Tusveld zit ook de katholiek Brinkhuis in het bestuur van Vooruit. Deze samenwerking is nog niet zo opvallend omdat ook bij de start van de arbeidersbeweging elders sprake is van organisaties die werken zonder onderscheid te maken naar gezinte of confessie. Opmerkelijker is al wel dat Ariëns, na de oprichting van het RKAV, er moeite voor moet doen om de groep katholieken georganiseerd in Vooruit over te halen naar de katholieke organisatie over te stappen. Het heeft er alle schijn van dat de overtuigingskracht van Ariëns daarbij minder een rol speelde dan het feit dat de links-radicalen in Vooruit een steeds grotere stem lieten horen. Brinkhuis merkte niet voor niets op dat: “Vooruit steeds meer een rooie boel wordt”.
Met de komst van Unitas is er sprake van een interconfessionele vakbeweging die vrijwel uniek in zijn soort is. Weliswaar is er ook in Limburg sprake van een interconfessionele vakbeweging, maar het maakt natuurlijk nogal wat uit of je numeriek verre de overhand hebt of ‘slechts’ een deel van de samenwerking bent. In Limburg is het aandeel van protestantse huizen, naast het overwicht van de katholieken, gering. In Twente is die verhouding een geheel andere. De aanhangers van het katholieke geloof onder de bevolking is circa 30%. De werknemers van protestantse huizen hebben in Unitas dan ook een werkzaam aandeel. Hoe de verhoudingen numeriek liggen blijkt ook uit het feit dat op het moment dat het episcopaat besluit dat katholieke werknemers uitsluitend lid kunnen zijn van katholieke organisaties zij het zijn die de rijen van Unitas moeten verlaten. Unitas gaat dan verder als een louter protestantse organisatie. Opnieuw wordt samenwerking in de arbeidersbeweging doorbroken op initiatief van de katholieke kerk. Een opmerkelijk initiatief van Ariëns is tegen diens zin tot een einde gekomen. De zware stempel die de kerkelijke leiding drukt op de katholieke arbeidersbeweging leidt Brinkhuis er toe De Eendracht op te richten. Brinkhuis is niet tegen een katholieke vakbeweging, maar wenst deze uitdrukkelijk te zien onder leiding van de werknemers zelf. De bevoogding van de clerus is hem een doorn in het oog. De Eendracht is qua opvattingen en beleid een moderne bond te noemen met een programma, o.m. op het gebied van arbeidsomstandigheden die de tand des tijds goed doorstaat. In opvattingen over het vakbondswerk staan De Eendracht en ANBT pal bij elkaar. Als enerzijds het succes van De Eendracht in 1903 begint te tanen en anderzijds de links-radicalen de ANBT hebben verlaten om hun eigen organisatie te vormen staat niets een fusie tussen deze twee organisaties in de weg, Feitelijk komt Brinkhuis weer terug in Vooruit, want de afdeling Enschede van de ANBT is niets anders dan de voortzetting van deze plaatselijk bond. Mijns inziens terecht merkt L. Salemink daarover op in zijn artikel in Textielhistorische Bijdragen 24 dat Brinkhuis een FNV’er avant la lettre is. Men zou kunnen zeggen dat De Eendracht van Brinkhuis in praktijk bracht wat zoveel jaar later (1977) op nationaal niveau gebeurde: het samengaan van NVV en NKV in de FNV. In de jaren zestig is het NKV langzamerhand tot de overtuiging gekomen ‘dat niet een gezamenlijke geloofsovertuiging maar een gemeenschappelijke positie in de maatschappij het fundament is voor vakorganisatie’. De FNV wilde zich dan ook presenteren als een pluriforme vakbeweging ‘waarin mensen vanuit verschillende inspiratiebronnen zich voor hetzelfde doel willen inzetten’. Dit zijn twee citaten uit een FNV-brochure van 1980, maar het zou ook aangetroffen kunnen zijn in een artikel van Brinkhuis in De Fabrieksarbeider uit 1903.
Zowel de startsituatie in Vooruit als het experiment met Unitas en de fusie tussen De Eendracht en de ANBT zijn unieke vormen van samenwerking die vrijwel uitsluitend een rol speelden in Twente. Het lijkt erop dat juist de zeer afhankelijke situatie van de werknemers in Twente de neiging tot samenwerking heeft bevorderd. Hoe het ook zij: het maakt de geschiedenis van de arbeidersbeweging in Twente uniek. De vergaande neiging tot samenwerking, maakt van de Twentse werknemers allerminst allemansvrienden. Er zijn grenzen en die grenzen werden in de Tweede Wereldoorlog bereikt. Nergens anders dan juist in Twente werd zo massaal geweigerd om met het door de Duitse bezetter aangewezen Nederlands Arbeidsfront (NAF) samen te werken. De afdelingen liepen leeg op het moment dat Van Es, bestuurder van het NVV in Enschede, na een confrontatie met Woudenberg van het NAF, ontslagen werd. Het verzet tegen de vrijheidsberoving krijgt opnieuw vorm door een staking op het moment dat door de Duitsers het standrecht wordt ingevoerd. Met uitzondering van de februari-staking in Amsterdam vindt juist in Twente het meest markante verzet tegen de Duitse bezetting plaats.
Gelet op de bijzondere geneigdheid tot samenwerking is het aanvankelijk succes van de Eenheids Vakcentrale (EVC) zeer verklaarbaar. Alleen de naam al garandeert in Twente aantrekkingskracht. De snelle en aansprekende manier waarop de EVC kort na de bevrijding in Enschede gestalte krijgt en de eenheidsgedachte waarop de organisatie stoelt, is voor vele werknemers, met name in de textielindustrie, zeer aantrekkelijk. Ook de moderne opvatting omtrent organisatieopbouw van de EVC zal daarbij een rol hebben gespeeld. Een organisatie opgebouwd uit bedrijfsafdelingen en bedrijfsgroepen zal pas vele jaren later ingang vinden bij de bonden van het NVV en NKV.
In de jaren na de Tweede Wereldoorlog is het aanzien van de bonden grondig gewijzigd. Een groot aantal fusies heeft namen van roemruchte organisaties tot geschiedenis gemaakt. De belangrijkste – in de zin van omvangrijk – vinden plaats in 1972, 1979 en 1998. 1972 is het jaar dat de Industriebonden van NVV en NKV ontstaan. In 1979 fuseren deze tot Industriebond FNV. In 1998 ten slotte wordt FNV Bondgenoten door fusie opgericht. Voor al deze fusies geldt dat nadat het besluit tot fusie is genomen de integratie van vereniging en verenigingsorganen zoals afdelingen nog plaats moet gaan vinden. Een dergelijk proces vergt doorgaans maanden en op sommige meer dan dat. Het bijzondere bij al deze fusies is, dat in Twente – met Enschede daarbinnen niet in de laatste plaats – de fusie in de afdelingen snel na het fusiebesluit plaatsvindt. Al voor de formele besluitvorming zijn er door de afdelingsbesturen contacten gelegd en afspraken gemaakt. Het tekent opnieuw de bijzondere eigenschap van de Twentse vakbeweging. Als er al sprake is van een bijzondere volksaard in Twente, dan is dat er één van coöperatie en samenwerking!
Dik Nas
Drempt, september 1998
Naar het volledige verhaal van Dik Nas, Het Twentse Model, meer dan 125 jaar vakbeweging in Enschede