Het geheugen van de vakbeweging

Het Nationaal Arbeids-Secretariaat (NAS)

De eerste 15 jaar (1893-1908)

Op 27 augustus 1893 richtten vertegenwoordigers van vakbonden het Nationaal Arbeids-Secretariaat op. Het NAS is het resultaat van de beweging van arbeiders vanaf 1888 om de vakorganisatie ongedeeld te laten zijn. Want voor die tijd bestonden vakverenigingen op religieuze en politieke grondslag. Daarbij kwam ook nog eens de grote sociale afstand tussen ‘losse arbeiders’ (haven, fabrieken, land en veen) en ‘geschoolde werklieden’. Door de maatschappelijke ontwikkelingen (ontstaan van fabrieken en daardoor langzame afbraak van het ambacht maar ook schaalvergroting van losse arbeid) radikaliseerden de ambachtslieden en voelden de arbeiders meer noodzaak tot organisatie. De Sociaal-Democratische Bond van Domela Nieuwenhuis en Christiaan Cornelissen speelt een sleutelrol.

Harm Kolthek, vanaf 1907 secretaris van het NASHarm Kolthek, vanaf 1907 secretaris van het NAS

Het is vooral Cornelissen, die in de jaren 1890 – 1892 de vakverenigingen de weg wijst naar de zelfstandige ontwikkeling los van de socialistische partij. Hem stond bij de oprichting van het NAS als doel voor ogen: ‘de opkweeking en ont­wikkeling van een nationale vakbewe­ging, die het richtsnoer van geen enkele politieke organi­satie zou hebben te volgen – zoomin dat van de anarchistische groe­pen.’ Een voorbeeld van zo’n proces is het ontstaan van de Nederlandsche Bakkersgezellenbond van 1890. In 1889 ontstonden er overal stakingen, eerst van de havenarbeiders te Rotterdam op initiatief van socialisten, maar later van zo goed als alle beroepsgroepen in vele andere steden en onder leiding van henzelf. Ook bakkersgezellen te Amsterdam staakten voor betere arbeidsomstandigheden en hoger loon. Eerst waren het bestuurders van de socialistische organisatie Loon naar Werk, die de staking leidden. Later bemoeiden ook bestuurders van het neutrale Ons Genoegen zich er mee. Eendrachtig werkten zij vervolgens samen en brachten de staking tot een goed einde. Uit deze samenwerking is de bond ontstaan en om deze samenwerking te eren werd de zinspreuk ‘Ons Genoegen is Loon naar Werken’ bij de naam gevoegd.

Klassenstrijd als uitgangspunt

Vanuit deze beweging, die bij vrijwel alle beroepsgroepen toesloeg, is het NAS ontstaan. Los van de politiek in één vakbeweging, maar wel een met de klassenstrijd als uitgangspunt. Dat laatste zou nog vele moeilijkheden geven, zoals de casus van de Spoorwegstakingen van 1903 laat zien. Het verhaal is bekend, maar de rol van het NAS is vooral beoordeeld als ‘stakingsgymnastiek’ of als propaganda voor de politieke algemene werkstaking, waardoor het zicht op de werkelijkheid van spoorwegarbeiders ontbrak. Het NAS bezat echter vooral een ideologie van ‘alle arbei­ders willen organiseren onge­acht hun poli­tie­ke en religieuze opvattingen’. Dit idee is een onderdeel van de mythe van de een­heid van de arbei­dende klasse: ‘ar­bei­ders aller landen ver­enigt u’. De belan­gen van de arbei­ders zijn in deze visie in principe gelijk. Bij zo’n gecompliceerde en ook verpolitiekte beweging als de spoorwegstaking in april 1903 levert zo’n ideeëncomplex vooral verliesposten op. Anarchisten en soci­aalde­mocraten hadden veel min­der last van deze mytholo­gische idee. En kon­den daarom beter hun strategie en tactiek bepalen. Het NAS was daarom meer een speel­bal dan een speler.
Zo’n vage en misschien wel wat naďeve ideologie heeft bijna de ondergang betekend van het NAS. Na 1903 zakt het ledental, dat toch al niet te hoog is geweest, snel naar een schamele 3.000. Het is Harm Kolthek jr., vanaf 1907 secretaris van het NAS, die het NAS de vast­heid van richting geeft. Hij was ook degene, die de intellectuelen van zowel anarchistische als sociaaldemokratische kant met gelijke wapens kon bestrijden. Kolthek was een begaafd spre­ker, maar ook een kundig en vasthou­dend organisa­tor. Al heel snel na zijn aantreden was er nieuwe beginsel­verklaring. Daarin komt de volgende passage voor: ‘de onafhan­kelijke vakorganisatie (wil) de arbeiders organi­seeren, ongeacht hun politieke- of godsdienstige meeningsverschillen. Zij stelt zich daar­voor de taak, het behar­ti­gen hunner oogenblikke­lij­ke en toekomstige belangen, door be­strijding van de kapitalisti­sche productiewijze, overal waar die zich openbaart op econo­misch of politiek terrein.’
De beginselver­klaring van 1908 werd met een grote meerder­heid aange­nomen. Het was de aanzet tot groei van het NAS.”
Marten Buschman