Het geheugen van de vakbeweging

Herman Bode (1925-2007)

Eerste vice-voorzitter van de FNV

Herman Bode was vakbondsman in hart en nieren. Op 81-jarige leeftijd is hij op 10 januari 2007 in Enkhuizen overleden. Hij was een man met grote verdiensten voor de vakbeweging die zich altijd sterk heeft ingezet voor bestrijding van armoede en aantasting van de sociale zekerheid.

Herman Bode: Willen we naar de Dam, dan gaan we naar de Dam!Herman Bode: Willen we naar de Dam, dan gaan we naar de Dam!

Herman Bode was in zijn tijd een belangrijk boegbeeld van de vakbeweging. Hij was warm, gedreven en heel herkenbaar voor werknemers. Hij was zeer betrokken bij het lot van mensen buiten het arbeidsproces, zoals werklozen en arbeidsongeschikten. Zijn grote verdienste was dat hij in een tijd van sterk oplopende werkloosheid een plek in de vakbeweging wist te bevechten voor mensen zonder baan.
Onder de kabinetten Van Agt en Lubbers werd Bode geconfronteerd met scherpe aanvallen op de sociale zekerheid die in de jaren daarvoor was opgebouwd. Op felle en geëmotioneerde toon zette Bode zich in voor de belangen van de ‘gewone man’. Zo leidde hij mede het verzet tegen de aantasting van de automatische prijscompensatie, wachtdagen in de Ziektewet en de eigen bijdragen in het ziekenfonds.
Legendarisch werd Herman Bode door de woorden die hij in 1980 gebruikte bij een demonstratie tegen ingrijpen in de cao’s en het ontkoppelen van lonen en uitkeringen. Bode was toen vicevoorzitter van het NKV. Uit angst voor krakersrellen was de bijeenkomst verplaatst van de Dam naar de RAI. Toen de menigte riep om een demonstratie naar de Dam, sprak Bode: “Willen we naar de Dam, dan gaan we naar de Dam.”
Het klonk als een oproep tot revolutie, tot burgerlijke ongehoorzaamheid. “Dat was het niet”, zei Bode later. “Het was dinsdag 4 maart 1980. Dat weekend was er een krakersoproer geweest. De Vondelstraat was met tanks ontruimd. We dachten dat een demonstratie op de Dam daardoor kon ontaarden en we hadden die daarom naar de RAI verplaatst. Maar de vijftienduizend mensen in de Amstelhal riepen om de Dam. Toen nam ik de beslissing toch naar de Dam te gaan. Begeleid door twee agenten ging de stoet de stad door. Geen wanklank, meneer. Indrukwekkend.”
Herman Bode werd geboren op 26 april 1925 in een Twents arbeidersmilieu. In 1949 sloot hij zich aan bij de bond van metaalarbeiders Sint Eloy, waar hij al snel districtsbestuurder werd. In 1969 werd hij landelijk bestuurder van Sint Eloy en in 1972 hoofdbestuurslid van de Industriebond die aangesloten was bij het NKV.
In 1977 trad Bode toe tot het federatiebestuur van de katholieke vakcentrale, waarvan hij twee jaar later ook vicevoorzitter werd. In 1982 fuseerde het NKV met het Nederlands Verbond van Vakverenigingen (NVV) tot Federatie Nederlandse Vakbeweging (FNV). Hij werd vicevoorzitter van de FNV onder voorzitterschap van Wim Kok.
In 1985 ging Herman Bode officieel met pensioen. Hij bleef zich daarna inzetten voor kerkelijk-sociale organisaties, zoals ‘De arme kant van Nederland’. Ook was hij actief in de strijd tegen het apartheidsregime in Zuid-Afrika.

Levensloop
  • 1954 – 1969 districtsbestuurder Sint Eloy
  • 1969 – 1972 landelijk bestuurder Sint Eloy
  • 1972 – 1974 hoofdbestuurder Industriebond NKV
  • 1974 – 1981 lid verbondsbestuur NKV
  • 1976 – 1978 lid federatief FNV-bestuur
  • 1979 – 1981 vicevoorzitter NKV
  • okt. 1981 – jan. 1982 voorzitter NKV
  • lid SER, Stichting van de Arbeid
  • Sociale Verzekeringsraad en Vereniging Nederlandse Ziekenfondsen
  • 1982-1985 vicevoorzitter FNV
  • Verder: voorzitter Stichting Bedrijfspastoraat Nederland en DISK, (Dienst in de Industriële Samenleving vanwege de Kerken).