Het geheugen van de vakbeweging

Herinneringen aan Sandro Fogarin

In de jaren zeventig werkte Bob Reinalda aan zijn proefschrift over de vakbeweging van handels- en kantoorbedienden – tegenwoordig een minder bekende term. Achtergrond was het teruglopen van de ‘blauwe’ boorden en het belangrijker worden van de ‘witte’ boorden, maar dan met een lagere organisatiegraad. Reinalda was dus geďnteresseerd in hoe de hoofdarbeiders zich hadden georganiseerd en hoe strijdbaar hun vakorganisaties waren. Voor het onderzoek klopte hij ook aan bij de (toen nog) NVV-, NKV- en CNV-bonden, die allemaal bereid waren mee te werken. Bij de NVV-bond Mercurius kreeg hij met twee mensen te maken die voor hem veel materiaal ontsloten hebben, Marianne Ramak en Sandro Fogarin.

Sandro Fogarin (1932-2015)Sandro Fogarin (1932-2015)

Met Sandro was er een bijzondere band, omdat hij de Italiaanse nationaliteit bezat en ik een Italiaanse moeder had. Die andere nationaliteit betekende dat de bond elk jaar zijn verblijfsvergunning moest verlengen. Sandro kwam uit de Katholieke Bond van Personeel in de Handel, maar solliciteerde in 1970 bij Mercurius omdat hij zich niet langer kon verenigen met de moeizame gang van zaken binnen de katholieke bonden van hoofdarbeiders en het NKV. Deze kwam er op neer dat een door het congres gekozen lijn niet werd uitgevoerd als gevolg van wat Sandro autoritaire structuren noemde. Hij werd in 1971 inderdaad aangenomen bij Mercurius. De overstap werd hem door NKV-voorzitter Jan Mertens niet in dank afgenomen, maar anderen beschouwden zijn stap als een doorbraak. Sandro werd in 1973 lid van het hoofdbestuur van Mercurius. Toen ik Sandro over zijn vakbondsverleden interviewde, gebeurde er iets wat ik zeer waardeerde, want hij zegde mij een kopie toe van de brief die hij in 1970 aan de voorzitter van de KBPH, Piet Kafoe, had geschreven om zijn overstap uiteen te zetten. De volgende keer dat ik bij Sandro kwam, lag de kopie voor mij klaar.

Gesloten kast

Sandro zag het belang van mijn onderzoek in en zorgde samen met Marianne dat ik met allerlei mensen kon spreken en regelde dat ik tijdschriften, boeken, nota’s en andere papieren kon inzien. Elke keer als ik bij Sandro op de kamer kwam, was ik benieuwd wat hij nu weer uit de gesloten kast die achter hem stond tevoorschijn zou toveren. Hij hield de spanning er ook altijd in, want de deur ging meestal pas tegen het eind van het gesprek open.
Ik verdedigde mijn (dikke) proefschrift Bedienden georganiseerd in 1981, maar dankzij Sandro kwam er ook een verkorte versie, getiteld Onze strijd: Beknopte, geďllustreerde geschiedenis van de vakbeweging van handels- en kantoorbedienden in Nederland tussen 1859 en 1942. Dit boek met een veelkleurig omslag verscheen bij gelegenheid van de fusie van de NVV-bond Mercurius en de Dienstenbond NKV in 1981. Sandro was al vroeg begonnen om de middelen voor Onze strijd bijeen te brengen en boorde daar verschillende bronnen voor aan, zoals middelen voor de vakbondsscholing (het boek werd in de kaderopleiding gebruikt), het fusiecongres en de pot voor relatiegeschenken.

Sandro Fogarin in het vakbondsactiecentrum tijdens de winkelsluitingsacties in 1976

Na de rede die ik op het fusiecongres mocht houden over ‘onze strijd, ons verleden en onze toekomst’, verraste hij mij met de mededeling dat de geschiedenis van de vakbeweging niet in 1942 was opgehouden en dat ik maar eens moest nadenken over een vervolg met aandacht voor de naoorlogse periode. Opnieuw zorgde hij met Marianne dat ik materiaal kon inzien en mensen kon spreken en zorgde hij ervoor dat de verschillende bronnen elk jaar een bedrag reserveerden voor de boekuitgave – een vooruitziende werkwijze die niet iedereen hanteert. Ook kwam er een leescommissie, waarin onder anderen Co van den Born zat. Dit werd het boek De dienstenbonden: klein maar strijdbaar, dat in 1985 uitkwam en de beide eerdere boeken voortzette tot 1985.

Opbouw van jonge Afrikaanse vakbonden

Sandro zelf zette in 1985 een belangrijke stap in zijn carričre van ruim dertig jaar bij de vakbeweging door dat jaar af te treden als algemeen secretaris van de Dienstenbond. Op verzoek van de FIET, het internationale beroepssecretariaat van vakbonden in de commerciële dienstenverlening ging hij jonge Afrikaanse vakbonden helpen met de opbouw van een professionele organisatie. Zijn internationale belangstelling was al eerder gebleken bij zijn inzet voor de strijd tegen apartheid in Zuid-Afrika, steun voor Amnesty International en de verantwoordelijkheid voor de internationale contacten van het bondsbestuur. Hij had in de jaren tachtig niet alleen de contacten van de Dienstenbond in West-Europa versterkt, maar ook contacten gelegd met vakbonden in Bulgarije en Hongarije.
Sandro bleef nog in dienst van de Dienstenbond, maar toen hij in 1988 zijn scholingswerk In Afrika voor de FIET intensiveerde, kwam er in december 1988 een einde aan zijn werk voor de Dienstenbond. Ik weet niet wanneer er een eind aan zijn FIET-werk is gekomen, maar heb nog een kaart uit Zimbabwe uit 1997, het jaar waarin hij 65 werd. Gelukkig ben ik hem nadien nog verschillende keren, onder andere in de Burcht in Amsterdam, tegengekomen. Ik waardeer zijn historische en internationale belangstelling en denk met plezier terug aan alle ondersteuning bij mijn geschiedschrijving van de vakbeweging van handels- en kantoorbedienden en speciaal de manier waarop hij vroegtijdig aan de financiering van de uitgave van twee van mijn boeken begon.
Bob Reinalda
2 oktober 2015