Het geheugen van de vakbeweging

Henk Muller over zijn gemeenschappelijke ervaringen

Herinneringen aan Jaap van der Linden

Jaap van der Linden, spreekt bij het kampvuur van het kindervakantiekamp in 1964
Jaap van der Linden, kindervakantiekamp 1964

Onze eerste contacten zijn van eind vijftiger jaren. Jaap reisde als bezoldigd secretaris van de NVV-jeugdorganisatie “Jonge Strijd” het land door om nieuwe groepen op te richten. Zo ook die avond in Hattem. Een bijeenkomst georganiseerd door de plaatselijke NVV-bestuurdersbond in het gebouw van de ANB (de toenmalige NVV-bouwbond), in de Achterstraat. Een aantal bestuursleden van de bestuurdersbond, een aantal jongeren en een enthousiaste Jaap van der Linden bevolkten het zaaltje.

“Jaap die het grote goed van het NVV-jeugdwerk uitdroeg: wekelijkse bijeenkomsten van de plaatselijke groep met allerlei activiteiten en over allerhande thema’s, het contact met de vakbond, cursussen voor kaderleden, zomerkampen, buitenlandse reizen en niet te vergeten het jaarlijkse Pinksterkamp op de Scheleberg in Lunteren. En door al die activiteiten heen, feitelijk als draagvlak, die saamhorigheid, vriendschap, kameraadschap zoals we dat toen noemden, die voor veel van de (kader)leden van “Jonge Strijd” in hun verdere leven van grote invloed is geweest op hun denken en doen.

Het kameraadschapslied

“Jaap sprak met verve, overtuigend. Die Jonge Strijd groep in Hattem is er gekomen; ik mocht meedoen. Aan het slot van elke bijeenkomst zongen we altijd het kameraadschapslied. Staand in de kring, hand in hand, de armen gekruist voor de borst, met zinnen als:

Komt en reikt de handen/ De kring sluiten wij/ En nooit gaan de stonden der vriendschap voorbij/ Helpt de een dan de ander/ Wordt zwaarste zo licht/ Dan heeft kameraadschap/ Een wonder verricht.

“En wat Jaap en mij betreft: het was de start van een vele jaren durende vriendschap.

“In dezelfde periode: het was in Lunteren, op die Scheleberg (een plek die toch eigenlijk ook een beetje van Jaap en Rie en de kinderen was en nog is): kinderkamp van Mercurius. Kampleiders Joost Moolekamp en Jaap van der Linden. Een warme zomerdag, aan het eind van de week een “centraal” programma in het openluchttheater. Er moest gezongen worden over  “ ’s avonds in de keuken bij Dina” en “ ’t was nacht, ’t was nacht, ’t was midden in de nacht”. Jaap vond een stemmige afsluiting gewenst en zette een timide tentleider voor de 450 kinderen om de moeilijke maar fraaie 4-stemmige canon Rosenfrafune met hen te zingen. En verdomd, het lukte, vond Jaap in elk geval. Jaap: steeds zoekend naar binding, naar gezamenlijkheid, naar sfeer ook voor deze groep twaalf/dertien jarige jonge mensen.

Scholing en vorming van bond en vakcentrale hadden Jaaps volle inzet

“De NVV-werkgroep Scholing en Vorming, met scholingsmedewerkers van NVV en bonden, dus ook Jaap, coördineerde en zorgde voor uitvoering van de jaarlijkse programma’s. Het was de tijd, naast andere, van met name ook internaats-cursussen voor kaderleden: 1e– en 2e-jaars kaderweken, kaderweken voor jongeren en voor boven-35-jarigen, opleiding gespreksleiders.  Maandagmorgen aanreizen, vrijdagmiddag weer naar huis. Uiterst intensieve programma’s en serieuze lesstof, beginselprogram, stakingsrecht, geschiedenis van de vakbeweging, plaats en taak van de vakbeweging, PBO, maar ook actualiteiten in politiek en vakbondswereld.

“De cursussen vonden, in de winterperiode, veelal plaats in de oorden van de Stichting Vakantie Verblijven (Kupersoord, Troelstra-oorden,) later ook in eigen scholingsoorden in Epe (Dellenhove en Waayenberg) en Ommen (Het Reggehuus ). Jaap liet zich in zijn lessen en in de discussies kennen als wat ik zou willen noemen en “echte sociaaldemocraat”, nog wel met ideologische veren. Overigens ook altijd in voor een ontspannende grap. Aan het ontbijt met een jongerencursus  in het Kupersoord werden we toegezongen door een groep oude(re) bestuurders van de Algemene Nederlandse Metaalbedrijfsbond (ANMB) onder leiding van bondsbestuurder Gijs de Reuver, die zichzelf karakteriseerden met het fraaie lied “Hier is onze fiere pinksterblom”. We lieten ze natuurlijk uitzingen, applaudisseerden met één hand, waarop Jaap met zijn basstem inzette: “Ik heb eerbied voor jouw grijze haren”. Ze hebben het vast gewaardeerd…

Maart 1980 – acties tegen kabinetsbeleid

“Een telefonische vergadering met de actiecoördinatoren van de bonden, dus ook met Jaap, om de grote demonstratie op de Dam in Amsterdam voor te bereiden. Omdat er een treinstaking dreigde moesten de, zo bleek later, 100.000 mensen met bussen naar de hoofdstad worden vervoerd. De organisatie  moest daarom op het laatste moment ingrijpend worden veranderd: geen aankomst op het Centraal Station, maar op vier plaatsen aan de rand van de stad. Jaap, zoals gebruikelijk actieleider bij de Bouwbond,  eiste voor zijn bond een parkeer- en verzamelplaats bij het Sociaal Fonds Bouwnijverheid (SFB) aan de Basisweg. Hij had daar een en ander geregeld. Het paste eigenlijk niet in het schema, maar toch…zijn “dreigement” dat ik uitgesloten zou worden van het  groepje “oud-Jonge Strijders” gaf de doorslag.

Prominent en gewaardeerd  lid van FNV Beleidsadviesraad sociale zekerheid

Henk Muller (midden), tijdens een vergadering van de BAR sociale zekerheid, omringd door Vibeke Domela Nieuwenhuis (links) en Chris Driessen (rechts)
Henk Muller (midden), tijdens een vergadering van de BAR sociale zekerheid, omringd door Vibeke Domela Nieuwenhuis (links) en Chris Driessen (rechts)

“Beleidsplannen van de FNV, SER-adviezen en Stichting van de Arbeid-plannen en -voornemens op het terrein van sociale zekerheid en pensioenen kwamen in de FNV Beleidsadviesraad (BAR) sociale zekerheid aan de orde. Ook het wel en wee van de uitvoeringsorganisatie stond hier op de agenda. Jaap bracht zijn deskundigheid in omtrent de vaak specifieke problemen die speelden in de bouwwereld, maar kende door zijn voorzitterschap van de Federatie van Bedrijfsverenigingen ook “de hoed en de rand” van alle uitvoeringsperikelen. Een uiterst bekwaam collega die de grote lijn in de gaten hield, maar indien nodig ook het détail niet schuwde, zoals bijvoorbeeld bleek tijdens zij verhoor door de parlementaire enquête commissie.
“De waardering had niet alleen betrekking op Jaaps deskundigheid, maar zeker ook op zijn collegiale benadering van kleine of grotere meningsverschillen die tussen bonden speelden. Steeds werd gepoogd en veelal met succes de verschillen niet aan te scherpen (of met een grap en een grol de soms oplopende spanning te breken), maar door wat vijlen en slijpen een gezamenlijk standpunt te formuleren, zodat voorzitters in de Federatieraad alleen maar ‘ja’ hoefden te zeggen.

“Jaap had tijdens de vergaderingen wel één probleem: het anti-rook-beleid zat hem gruwelijk dwars. De asbakjes waren verdwenen en rookpauzes waren er niet, te laat of te weinig. Hij loste het op door de eigen asbak in zijn tas of een van een bloknoot velletje gevouwen bakje. Zijn humeur heeft er nooit onder geleden.

Jaap en geschiedenis van de vakbeweging

“Dat Jaap iets had met het verleden bleek al tijdens de cursusweken voor boven-35-jarigen. De geschiedenis van de vakbeweging werd meeslepend verteld door ds Sjoerd Bijleveld, indertijd directeur van de Woodbrookers in Kortehemmen. Jaap hing aan zijn lippen, maar schroomde niet om voor zijn eigen interpretatie en ideeën ook aandacht te vragen.  Dertig jaar later was die betrokkenheid bij het verleden van de vakbeweging niet verminderd. Jaap deed mee in de begeleidingsgroep van het IISG-project dat een historische  database van alle Nederlandse bondjes en bonden, plaatselijk, regionaal en landelijk, heeft opgeleverd en in het FNV-geschiedenisplatform dat begin van deze eeuw een FNV geschiedenisbeleid heeft geformuleerd  en neergelegd in een nota met de pakkende titel “Wie het verleden niet kent gaat de toekomst weerloos tegemoet”. Zijn inzet voor het vakbondsmuseum en De Burcht getuigen ook van die betrokkenheid, maar natuurlijk vooral zijn jarenlange voorzitterschap van de VHV, de Vakbonds Historische  Vereniging, nu: de stichting Vrienden van de Historie van de Vakbeweging.

“Jaap, inmiddels gepensioneerd, heeft rond 15 jaar leiding gegeven aan de VHV, op de hem kenmerkende, maar soms toch ook onnavolgbare manier: losjes, collegiaal maar ook systematisch  de jaarplannen uitvoerend. Jaap zat vanzelfsprekend altijd de halfjaarlijkse bijeenkomsten met de leden / vrienden voor. Telkens weer werden we verrast met een, soms wat lang uitgevallen, openingstoespraak waarin Jaap heden en verleden  aan elkaar knoopte. Vaak voortbordurend op een actualiteit die hij op weg naar de bijeenkomst via de autoradio had opgepikt. De aanwezigen voelden zich betrokken, de goede sfeer was bepaald en de inleiders plus  “de vele andere sprekers tijdens de discussies” hadden zo een plezierig platform. In 2013 heeft Lodewijk de Waal dit stokje  van Jaap overgenomen.

“Geweldig dat Peter van der Aa, nog maar zo kort geleden, met ‘Geen stuiver van de lommerd’ een mooi, persoonlijk, consciëntieus en knap geschreven ‘biografie van vakbondsman Jaap van der Linden’ , natuurlijk op de Scheleberg, heeft gepresenteerd. Het boek maakt duidelijk: we, vakbeweging, leden, werknemers, samenleving hebben veel aan Jaap te danken.

“Ik koester het boek, ik koester de opdracht die Jaap, een fijne, deskundige, integere vriend en collega op de titelpagina schreef:

Voor Henk Muller / De Scheleberg 2/4 2017 / In Vriendschap / Jaap v/d Linden.

Henk Muller

mei 2017