Het geheugen van de vakbeweging

Henri Polak
Henri Polak, grondlegger van de moderne vakbeweging, schilderij van Johan van Caspel


“Mijn held”

HENRI POLAK

Henri Polak. Straten en lanen zijn naar hem vernoemd. Zijn naam is onlosmakelijk verbonden met de Algemene Nederlandse Diamantbewerkersbond, de ANDB. De Universiteit van Amsterdam heeft zelfs een aparte leerstoel naar hem vernoemd. Alle reden voor een gesprek met Paul de Beer, als buitengewoon hoogleraar verbonden aan deze leerstoel voor arbeidsverhoudingen in Nederland.

“Nou, of ik Henri Polak een held zou noemen, dat weet ik nog niet zo zeker. Wel iemand die je als voorbeeld kan zien. Zeker iemand waar ik bewondering voor heb. Want hij wist als autodidact op te klimmen tot leidend figuur van de Nederlandse vakbeweging. Hij is zeker in de eerste drie decennia van de afgelopen eeuw zeer bepalend geweest voor de ontwikkeling van de arbeidsverhoudingen in Nederland. Een ongekende prestatie.”

Omslag biografie Henri Polak
Biograaf Salvador Bloemgarten: “Henri Polak had een dubbele functie. Hij emancipeerde diamantbewerkers namelijk niet alleen als arbeiders maar ook als Joden.”

Henri Polak kwam uit een tamelijk welgestelde Joodse familie. Geboren als oudste van elf kinderen. Nooit actief in de Joodse gemeenschap, wel voor de duizenden Joodse diamantbewerkers. De biograaf Salvador Bloemgarten schrijft: “Voor hen had hij een dubbele functie. Hij emancipeerde ze namelijk niet alleen als arbeiders maar ook als Joden. Dankzij Polak, zo voelden zij het, hadden zij zich van een groep geminachte getto-joden ontwikkeld tot het alom gerespecteerde keurkorps van de Nederlandse arbeidersklasse”.

Henri Polak was de grondlegger van de moderne vakbeweging. Salvador Bloemgarten komt in zijn vuistdikke biografie over Henri Polak tot de conclusie dat de ANDB in de jaren rond de eeuwwisseling ‘niet alleen uitgroeide tot de grootste maar ook tot de meest succesvolle vakbond in Nederland’. “Dat is zeker waar”, voegt Paul de Beer daar aan toe. “Het succes van Henri Polak lag voor een groot deel in zijn resultaatgerichte aanpak. Dat pragmatische kenmerkte hem en daarmee de moderne vakbeweging. Resultaatgerichtheid ging hand in hand met een strakke organisatie en concrete doelen. Daarin was hij zeker vernieuwend. Hij zou er zeker trots op zijn geweest dat het model dat hij in zijn tijd opbouwde en bewaakte tot op de dag van vandaag dominant is gebleven. Nog steeds valt 80% van de werknemers onder door de vakbeweging onderhandelde cao’s.

Paul de Beer benadrukt die 80%. “Zeker, we hebben vandaag de dag een miljoen ZZP’ers. Dat is veel, maar in verhouding niet zo heel veel meer dan 100 jaar geleden. Ik denk niet dat Henri Polak van dat aantal ZZP’ers zou schrikken. Ik denk wel dat hij verbaasd zou zijn”.

De Beer belicht nog een ander aspect van het succes van Polak. “Als deel van de werkwijze van de moderne vakbeweging wilde Polak een sterke cao. Een cao waar zo veel mogelijk werknemers onder zouden vallen. Die aanpak is zonder twijfel enorm succesvol gebleken, ook al zou hij betreuren dat werkgevers tegenwoordig te vaak cao’s afsluiten met kleine bonden. Maar toch, juist dit succes van de moderne vakbeweging – het werken in een vaste arbeidsrelatie – kan je paradoxaal genoeg ook zien als een hindernis naar het bereiken van de ideale samenleving. Een samenleving waarin de ‘loonslaaf’ bevrijd is van de dominantie van de werkgevers. Juist de pragmatische aanpak, het verbeteren van de loon- en werkomstandigheden van de werknemers leidde tot een idealisering van het werken in loondienst. Ik denk dat hij zich over die paradox wel even achter zijn oren zou krabben.” 

Wouter van der Schaaf, auteur van dit artikel

Vijfenveertig jaar was Polak voorzitter van de ANDB. Hij was grondlegger van het NVV, een voorganger van de FNV. Jarenlang schreef hij voor het vakbondsblad. Hij was de eerste sociaaldemocraat in de Amsterdamse gemeenteraad en de eerste SDAP’er in de Eerste Kamer. Hij was idealist en pragmaticus. Een man die via de vakbeweging en de sociaaldemocratie ook werkte aan een culturele missie. Zijn veelzijdigheid is groot te noemen. Paul de Beer: “Maar hij was ook een man met een visie. Met een verder weg liggend ideaal, nl. een betere samenleving. Met andere maatschappelijke verhoudingen. Dat was zijn streven. En ik vermoed dat hij het zou betreuren dat de huidige vakbeweging dát verder liggende ideaal eigenlijk nauwelijks nog enige nadruk geeft”.

Polak zou zijn hele leven lang het verwijt horen dat hij zich schoolmeesterachtig en arrogant opstelde, schrijft Bloemgarten. “Welzeker, hij was autoritair en paternalistisch. Hij was overtuigd van zijn eigen gelijk, belerend waarbij hij af en toe wel eens doorschoot”, beaamt Paul de Beer. “Hij zou met die stijl vandaag de dag niet makkelijk geaccepteerd worden. Dat zou nu niet meer kunnen. Maar – en dat kan niet genoeg worden benadrukt – hij was wel een man met een heldere blik naar de toekomst. En wellicht missen we dat in dit huidige tijdsgewricht wel het meest. We missen iemand die leiding durft te nemen, richting durft te geven, te sturen en op basis van een heldere en consistente visie de achterban mee te krijgen. Dat is een ander soort leiderschap dat we tegenwoordig vaak aantreffen. Die kenmerkt zich door een zich laten leiden door wat de achterban het meest wenselijk vindt. Henri Polak daarentegen had de kracht zijn leden te leiden aan de hand van een visie die hij had ontwikkeld en consequent uitdroeg. Hij luisterde wel naar zijn leden maar had ook de moed daar tegenin te gaan wanneer hij vond dat dat niet strookte met zijn eigen opvattingen. Dat vereist moed. Dat had hij zeker, gevoegd aan een flinke dosis charisma”. De Beer benadrukt hoe bijzonder het is dat Polak decennia lang grote populariteit genoot bij zijn leden. Toch kon ook hij de gestadige teruggang van de diamantbewerking in Amsterdam niet voorkomen en tegenhouden. Waarmee ook de ANDB al voor de oorlog sterk in ledental terugliep.

Juli 1940 wordt Polak gearresteerd. Elke politieke- en vakbondsactiviteit wordt hem onmogelijk gemaakt. Hij begint aan een boek met de titel “Gids der dolenden”, over correct taalgebruik. Bloemgarten: “Het tekent Polak en het siert hem dat hij op het eind van zijn leven, wanneer alles wat hem lief is wordt vernietigd, hij de titel leent van Maimonides’  ‘moreh nevoechiem’  en daarbij aanknoopt bij de joodse leertraditie”. Henri Polak overlijdt in 1943 in zijn woonplaats Laren en werd begraven op de Joodse begraafplaats in Muiderberg.

Tamelijk spontaan had ik in de redactievergadering van het blad Benjamin over het thema helden Henri Polak genoemd. Het beeld dat Paul de Beer heeft gegeven van Henri Polak sterkt mij in mijn mening dat Henri Polak niet alleen een van de groten van de Nederlandse vakbeweging is geweest maar ook een van de groten in de geschiedenis van Nederland. Blij dat de redactie dit thema Helden heeft gekozen en daarmee de gelegenheid bood Henri Polak in de schijnwerpers van de Benjamin te plaatsen.

Wouter van der Schaaf

Mei 2020

Eerder gepubliceerd in Benjamin,  het kwartaalblad van JMW Joodswelzijn