Het geheugen van de vakbeweging

Henk van Zuthem, kritisch CNV-adviseur, auteur van Een onbeweeglijke beweging

Een vasthoudende CNV-adviseur

Henk van Zuthem (1929-2018)

 

Henk van Zuthem (Kampen 1929), die op 25 november 2018 overleed, was niet alleen wetenschapper en socioloog, maar vanuit zijn christelijk-sociale levensbeschouwing nauw betrokken bij de geschiedenis van de christelijke vakbeweging. Op drie momenten in zijn leven is hij van groot belang geweest voor het CNV.

In de jaren ’60 werd de kloof tussen vakbondsleden en bondsbesturen merkbaar groter. Het CNV besloot die ontwikkeling te keren en vraagt VU-hoogleraar Van Zuthem een onderzoek onder leden en bestuurders te doen. Dat onderzoek mondt in 1969 uit in een reeks kloeke rapporten onder de titel Een onbeweeglijke beweging. Van Zuthem komt tot de conclusie dat het CNV een onbeweeglijke organisatie is geworden en niet langer een beweging is. En dat – zo meent hij – zou de christelijke vakbeweging wel moeten zijn. Het rapport is meer dan de weergave van een wetenschappelijk onderzoek. Hij rapporteert de feiten , maar hij geeft ook zijn mening op basis van zijn persoonlijke overtuiging.

Pijn en waardering

Een krantenbericht naar aanleiding van het rapport “Een onbeweeglijke beweging”, PZC, 6 oktober 1970

Het rapport doet pijn in CNV-kring, maar er toch vooral waardering voor het onderzoek én de oproep van de VU-hoogleraar. Dat blijkt uit het eerst visieprogramma, dat het CNV in 1969 publiceert en dat in hoge mate gebaseerd is op de kritiek van Van Zuthem. Vanaf dat moment blijft Van Zuthem betrokken bij het CNV en adviseert vooral op het terrein van (mede)zeggenschap. Daarbij pleit hij keer op keer voor serieuze aandacht voor de betrokkenheid van werknemers bij de gang van zaken in hun onderneming. Ook zij dragen in zijn zienswijze verantwoordelijkheid voor het reilen en zeilen. Later – in september 1985 – wordt hij rector van de CNV-kaderschool – een opleidingsinstituut voor toekomstige leidinggevenden van het CNV. Daarmee verwerft hij aanzien én aanhang voor zijn visie op de samenleving en op de rol van het christelijk-sociaal denken. (zie column Gijs Wildeman).

In zijn inaugurele rede als Kaderschoolrector herinnert Van Zuthem aan het Sociaal Congres van 1891 en beklemtoont hij de noodzaak om in 1991 opnieuw zo’n congres bijeen te roepen. Zijn belangrijkste argument om tot een nieuw congres te komen is zijn waarneming dat er onder de oppervlakte van het economische een beweging tot ontwikkeling komt, waaruit verlangen naar nieuw elan spreekt. Van Zuthem meent dat de christelijk-sociale beweging op dat verlangen moet inspelen en daaraan leiding moet geven. Hij speelt tussen dat moment en de opening van het Derde Christelijk-Sociaal Congres op 11 november 1991 een belangrijke rol. In zijn openingsreferaat merkt Van Zuthem op dat in het basisdocument en ook in het werkboek voor het congres, pogingen zijn gedaan de essentie van christelijk-sociaal denken onder woorden te brengen. Die essentie, zo meent hij wordt, in lijn met de traditie, gevat in de woorden gerechtigheid, solidariteit en verantwoordelijkheid. Daarbij vormt verantwoordelijkheid de consequentie van gerechtigheid en solidariteit. Hij meent dat sprake is van vacante verantwoordelijkheid en hij daagt de congresgangers uit daartegen de strijd aan te binden. Opnieuw inspireert zijn betoog het CNV tot een vernieuwd visieprogram.

Na het Congres is hij een van de initiatiefnemers van de Initiatiefgroep Doorwerking Christelijk-Sociaal Congres, waar een aantal jaren later de Stichting Christelijk-Sociaal Congres uit zal ontstaan. Terecht wordt Van Zuthem ere-lid van de Stichting genoemd.

Henk van Zuthem, een man van en een man voor de christelijk-sociale beweging in ons land. Vanuit grote betrokkenheid met academische kennis en grote volharding deed hij wat hij nodig vond om te doen. En dat was veel!

Piet Hazenbosch

december 2018