Het geheugen van de vakbeweging

Henk van der Pols, vakbondsman en politicus
Henk van der Pols, vakbondsman en politicus

Een leven lang een gelukkige arbeider

Henk van der Pols (1923-2020)

Lang geleden administrateur bij Van Nievelt Goudriaan, actief binnen de bond, jaren van avondopleidingen met steeds opnieuw succes, altijd doorgaan, nooit versagen, raadslid voor de PvdA in Rotterdam, gevolgd door zestien jaar wethouderschap, om vervolgens weer door te gaan tot op het laatste toe. Aan de kant staan en kijken is er niet bij. In 1954 is hij getrouwd met Hendrika Knöps. Uit dat huwelijk is Franklin Titus geboren. Kort voor zijn 97e, in april 2020, komt hij te overlijden.

Henk van der Pols (1923) is een fenomeen. Binnen de vakbondshistorische werkgroep Rotterdam is hij de oudste en hij laat zich nog steeds kennen als maatschappelijk zeer betrokken en als iemand met een onuitputtelijke dosis energie. Hij komt gemakkelijk uit de startblokken en vanaf dan geldt afspraak is afspraak. Iemand van de rechte lijn die zegt: ‘Ik ben mijn leven lang een gelukkige arbeider geweest’.

Henk van der Pols bij de herdenking van het 'vergeten bombardement op Rotterdam, in 2018
Henk van der Pols bij de herdenking van het ‘vergeten’ bombardement op Rotterdam, in 2018

Die instelling, die hij van huis uit heeft meegekregen, is hij trouw gebleven. ‘Het besturen en je inzetten heeft er bij ons altijd ingezeten. De broer van mijn grootvader was wethouder van de gemeente Charlois toen die haar zelfstandigheid kwijt raakte. Het was voor mijn vader dan ook een klap toen hij in de jaren dertig, dé crisisjaren van de vorige eeuw, ontslag kreeg. Hij gaf toen als scheepstimmermansbaas bij Wilton leiding aan zo’n 200 man personeel. Hij is die slag nooit meer te boven gekomen. Hij was te trots om terug te willen vallen op de armenzorg. Hij overleed in 1942. Daarom ook ben ik altijd een enorme voorstander geweest van sociale wetgeving. Eén ding heb ik in ieder geval van hem meegekregen en dat heb ik ook doorgegeven aan mijn zoon: ‘We zijn hier niet om te genieten maar om onze verantwoordelijkheid te nemen.’

Henk van der Pols werd administrateur bij Van Nievelt, Goudriaan & Co’s Scheepvaart Mij. Vanuit die functie bezocht hij menige buitenlandse haven, zoals Marseille, Casablanca en New York. Het kwam wel zijn talenkennis maar niet zijn gezondheid ten goede. Veel later zou die talenkennis hem als gemeenteraadslid (PvdA) en vooral nog later als wethouder van Rotterdam zeer van pas komen. Hij was toen al lid van de Vervoersbond NVV. Nog eerder was hij lid geweest van Mercurius (handels- en kantoorpersoneel). Bij de Vervoersbond werd hij bestuurslid vakgroep havens Rotterdam, vervolgens al snel landelijk bestuurslid en lid van het centraal bestuur Bedrijfsgroep Havens. Hij vertegenwoordigde de bond in het  Centraal Orgaan Middengroepen (COM) en van het Nederlands Verbond van Vakverenigingen (NVV).

Bij de opening van Ahoy

Die vakbondsactiviteiten werden door hem beëindigd toen hij in 1970 tot wethouder werd benoemd. Aanvankelijk gold dat voor Sport en Recreatie – hij maakte er als wethouder de opening van Ahoy mee – maar in een volgend college werd dat Haven en Economische Ontwikkeling. Vier jaar later werd die portefeuille Bedrijven en Openbare Werken. Al met al was hij zestien jaar wethouder van Rotterdam, toen – en zeker nu – een indrukwekkend aantal jaren.

Hij hield aan die politieke periode een groot netwerk aan contacten over plus het inzicht hoe de gemeentelijke wereld en de politiek in elkaar zitten. Moeiteloos trekt hij nog aan de bel bij deze en gene als er iets voor elkaar gebracht moet worden. Al zegt hij daar ook over: ‘Mijn netwerk ligt tegenwoordig grotendeels op Hofwijk’. Maar goed.: ‘Mijn hoofd is nog goed en ik fiets heel wat kilometers per dag. Ooit deed ik veel aan atletiek en kwam op de honderd meter tot 11,3 sec.’

Waarom kwam hij zo gemakkelijk boven drijven? Nou, gemakkelijk gebeurde dat zeker niet. Voor het zover was, had hij er een tiental jaren avondstudies op zitten, na begonnen te zijn op de Mulo en doorgegaan op de Middelbare Handelsschool. ‘Ik ben geneigd altijd als er bijeenkomsten zijn vooraan te gaan zitten. Je steekt je vinger op, je zegt een keer wat, je bent zichtbaar en het is ook soms nodig een bestuur of leiding kritisch te ondervragen of te weerspreken. Ja, dan val je natuurlijk op. Piet Goettsch heeft mij indertijd in 1948 lid gemaakt van de PvdA en daar heb ik nooit spijt van gehad.’

Vakbeweging en politiek hebben in die volgorde zijn leven beheerst, maar de lijst van zijn maatschappelijke activiteiten heeft daarnaast ook altijd een groot beslag gelegd op zijn tijd. Dat begon met de oudercommissie op de lagere school (‘Leonard Roggeveen’) en duurt tot op de dag van vandaag voort met o.a. zijn lidmaatschap van de Raad van Toezicht van Humanitas (vanaf 1998 lid van he landelijk hoofdbestuur) en sinds tien jaar voorzitter van de Commissie Herdenking 4 mei Rotterdam Linker-Maasoever.

Loodgieterstassen met stukken mee naar huis

Henk van der Pols in 1986
Henk van der Pols in 1986

Pas rond zijn veertigste gaf hij zichzelf de kans zich te ontplooien voor ‘de dingen’ die hij leuk vond. Eenmaal wethouder kon hij die weer vergeten, want hij werd begraven onder de dossiers en nam elke avond twee loodgieterstassen met stukken mee naar huis. Hij noemt zichzelf eigenwijs en streng, óók voor zichzelf. ‘Neem tot de vierde verdieping nooit de lift en ga niet over tot kantinevoedsel. Gewone boterhammen met kaas zijn  prima. Vergeet ook niet in de pauze even de benen te strekken.’ Roken zwoer hij af toen hij op zijn 24e moeite had met een korte sprint om de tram te halen. En alcohol was er helemaal nooit bij. ‘Mijn moeder zei als het daarover ging dat ‘een boerenwagen met twee paarden bespannen gemakkelijk door de deur van de herberg gaat’, waarmee ze maar wilde zeggen dat het geld de deur uitvliegt. In mijn huis komt geen alcohol. Althans dat was vele jaren het geval. Dat heeft met mijn gereformeerde achtergrond te maken. Tegenwoordig heb ik die houding iets versoepeld.‘ Zijn vrouw Henny, noemt hem daarom plagenderwijs wel eens ‘een rode calvinist’. Ze leerden elkaar kennen meer dan een halve eeuw geleden toen zij nog gediplomeerd boekverkoopster was.

Henk van er Pols ziet zich niet als beheerder, maar eerder als aangever en grondlegger. ‘Ik overtuig graag, maar gun anderen ook de ruimte. Soms ben ik misschien te kort aangebonden. Dat heb ik thuis bij de opvoeding ook wel gemerkt. ‘Autoritair’ klonk er dan, maar dat viel denk ik uiteindelijk ook wel mee. Discipline moet er wel zijn. ‘Om half acht loopt de wekker af. Dat is een mooie tijd om de dag te beginnen’. In huis veel boeken en enkele schitterende oude plattegronden van Rotterdam, gekregen bij zijn afscheid als wethouder. De prachtige tuin is het werk van zijn echtgenote want het is één van de weinige terreinen waar hij niets te zeggen heeft vooral omdat zijn handen daar verkeerd voor staan.

Zoon Titus is inmiddels museumdirecteur en dat tot ieders trots.

Huug Klooster, juli 2008

Eerder verschenen in Gezichten van de vakbeweging Rotterdam, een uitgave van de VHV