Het geheugen van de vakbeweging

Henk Hofstede: “Internationale thema’s leidden binnen het CNV nauwelijks tot harde botsingen, wel voor met bijvoorbeeld medefinancieringsorganisaties als CEBEMO, ICCO en NOVIB of met kerkelijke groepen”

Henk Hofstede

‘Je bent ook zelf verantwoordelijk voor wat je doet’

Henk Hofstede werd in 1937 in Wilsum, een dorpje tussen Kampen en Zwolle, geboren. Hij was de oudste in een gezin van 13 kinderen ‘waarvan er tot nu toe maar 1 overleden is.’ Hij wilde meer van de wereld zien en hoopte uitgezonden te worden naar Nieuw-Guinea; het werd Curaçao. Later zou hij nog verschillende keren naar het Latijns-Amerikaanse continent terugkeren als bestuurder van de vakcentrale CNV in het kader van internationale solidariteitsactiviteiten. Van 1986 tot 1992 was hij voorzitter van het CNV. Hij kijkt tevreden terug op zijn internationale activiteiten, maar ‘het gaat allemaal verschrikkelijk langzaam. Dat is me tegengevallen.’

‘Mijn vader deed aanvankelijk veel huisarbeid zoals matten maken. Later ging hij in de wegenbouw en werkte mee aan de droogmaking van de IJsselmeerpolders. Ik ging met 12 jaar naar de HBS maar dat hield ik maar twee jaar vol. Ik wilde in die tijd niet meer studeren en besloot in de tuinbouw te gaan werken en haalde diploma’s via  dag- en avondcursussen.’  De militaire dienst –  21 maanden bij de mariniers – verbreedde zijn blik op de wereld ‘omdat ik eindelijk dat kleine dorp uitkwam. Toen ik naar de keuring van de mariniers ging in Voorschoten, zat ik voor de eerste maal van mijn leven in de trein.’ Eigenlijk wilde hij naar Nederlands Nieuw Guinea maar hij was in Curaçao nodig. ‘Daar was een marinierskapel van dienstplichtige militairen en ik deed slagwerk, vandaar die bootreis als 19-jarige en aanleggen in de Azoren, Trinidad en Venezuela. We zetten het eerste bezoek van prinses Beatrix aan de Antillen destijds luister bij. Dat was veel en lang in de houding staan, herinner ik me’.

Lid van de bond

Hofstede was inmiddels lid geworden van de toenmalige Nederlands Christelijke Agrarische Bedrijfsbond (NCAB), werd vervolgens secretaris van een kleine afdeling en later van het gewest Zwolle. Hij was ondertussen getrouwd en volleerd hovenier geworden. ‘Ik had werk in de tuinbouw, later in de bosbouw in de IJsselmeerpolders en om meer te verdienen ook in de havens. Het vakbondswerk deed ik er op vrijwillige basis naast. Alleen bij het Landbouwschap kreeg je er 6 gulden vacatiegeld bij.’ Als lid van de Commissie Sociale Zaken van het Landbouwschap deed Hofstede veel ervaring op bij het oplossen van problemen: ‘Daar kwamen alle geschillen in de landbouw terecht. Als je daar een goede ondernemer in had zitten en je kon met elkaar een beetje lezen en schrijven, vond je altijd een oplossing en hoefden we niet naar de rechter.’

Vakbondsbestuurder

In 1964 solliciteerde hij als bestuurder bij de Nederlands Christelijke Landarbeidersbond. ‘Voorzitter IJska was voorzitter van de Wereldfederatie van Agrarische Arbeiders (WFA) en zeer betrokken bij het lot van de landarbeiders in de derde wereld. Hij had al heel wat landen in Latijns-Amerika bezocht maar vond ook dat bestuurders over de grenzen moesten kijken. Hij organiseerde studiereizen naar Duitsland, Denemarken en Italië voor medewerkers en ik ging mee. Het bezoek aan Sicilië maakte diepe indruk op mij en ik dacht: ‘Als ik hier zou zijn geboren, was ik ook communist geworden.’ Ik kom uit de Gereformeerde Bond, een bevindelijke stroming in het protestantisme en dan is het toch maar afwachten of je straks uitverkoren bent. Dat leerde ik af; je bent ook zelf verantwoordelijk voor wat je doet’.

Federatie of fusie

In 1974 organiseerden CLAT-Nederland met de vakcentrales een stille tocht langs Latijns-Amerikaane ambassades in Den Haag. Achter het spandoek: Piet Nelissen (CLAT-Nederland), Wim Spit (NKV), Nel Tegelaar (NVV) en Henk Hofstede (CNV).

In 1974 strandde de fusie tussen CNV, NVV en NKV. Hofstede maakte de crisis van dichtbij mee vanuit de NCAB: ‘Ik kon het in de districten goed vinden met de collega’s van het NVV (Algemene Nederlandse Landarbeidersbond) en het NKV (R.K. Landarbeidersbond Sint Deusdedit) en was voorstander van de vorming van een federatie, zoals de meerderheid van de bestuurders van mijn bond. Er werden wel voorwaarden verbonden aan die federatie. Het CNV wilde, net als de NCAB, een federatie maar ook de zekerheid dat het een federatie zou blijven. Eigen scholing en vorming moest mogelijk blijven en bij cruciale kwesties moesten vakcentrales hun eigen leden kunnen blijven raadplegen. Dat bleek onmogelijk en in januari 1974 werden de federatiebesprekingen afgebroken.’ Er volgde een periode van verwarring en onzekerheid. Alles wat met het voormalig Overlegorgaan Vakcentrales te maken had, was gehuisvest bij het CNV aan de Ravellaan in Utrecht en de spanningen konden hoog oplopen. Hofstede: ‘Pas toen Hans Pont voorzitter van de FNV werd, raakten de relaties FNV en CNV weer verbeterd. Ook zijn opvolger Johan Stekelenburg heeft daar aan bijgedragen.’

SOSV

Ook de Stichting Ontwikkelingssamenwerking Vakbeweging (SOSV) was er sinds 1971 gehuisvest met het  doel de vakbeweging in de Derde Wereld te steunen; Hofstede zat in het dagelijks bestuur van de SOSV, met Piet van Hout (NKV) en voorzitter Nel Tegelaar (NVV). De SOSV werd in januari 1976 opgeheven. Hofstede: ‘Wij hebben toen de stichting CNV Actie Kom Over weer nieuw leven ingeblazen, aanvankelijk bedoeld om de vakbeweging in onze koloniën te steunen. Kom Over werd breder en dat is wonderlijk goed gegaan. Aanvankelijk moest elk project ter goedkeuring aan de minister worden voorgelegd. Dat veranderde toen minister Jan Pronk tijdens een ledenvergadering van CLAT- Nederland in 1975 de vakbeweging erkende als kanaal om projecten van vakbonden en boerenorganisaties te financieren. Wij hadden destijds al heel wat ervaring opgedaan met projectsteun aan CLAT, de levendige Latijns-Amerikaanse vakbeweging.‘ Deze unieke weg via de vakbeweging moest voorkomen dat ontwikkelingsgelden waarmee in Zuid-Amerika landbouwprojecten werden gefinancierd, niet ten goede kwamen aan de arme landarbeiders, een situatie die drie jaar eerder door Age Ijska na een studiereis door een aantal landen van Latijns-Amerika, scherp was bekritiseerd.

Wantrouwen CLAT

Binnen het CNV bestonden echter ook twijfels over CLAT. Het taalgebruik van deze Latijns-Amerikaanse vakbond deed sommige CNV’-ers denken aan de marxistisch-leninistische filosofie.’ Om die reden had het CNV zich in 1973 op een congres van het Wereldverbond van de Arbeid gekeerd tegen het rapport Solidariteit en Bevrijding, opgesteld door CLAT-voorman Emilio Máspero. Hofstede: ‘Bij stemming bleek ik de enige CNV’er die de inhoud van het rapport steunde. Om duidelijkheid te krijgen ging vervolgens een CNV-delegatie naar Latijns-Amerika, onder andere bestaande uit voorzitter Jan Lanser, algemeen-secretaris Arie Hordijk en ikzelf. Wij bezochten Mexico, Venezuela, Colombia, Suriname en Curaçao en zo werden we geconfronteerde met de harde wekelijkheid van de dagelijkse vakbondsstrijd. ‘Na terugkeer werd een reisverslag gepubliceerd Om Bevrijding en Gerechtigheid dat ook onder de aangesloten bonden breed werd verspreid en waardoor het begrip voor CLAT groeide en de steun vergroot.’

Citaat uit het verslag, pagina 3: ‘Als je over de dagelijkse vakbondsstrijd dieper doorpraat met een man als Máspero wordt er veel duidelijk wat de CLAT beweegt. Wij propageren de strijd niet, verzekerde Emilio Máspero in een gesprek met de CNV-delegatie. Dat is geen ideaal van ons of iets wat we graag willen. Die  strijd wordt ons opgedrongen. Die strijd moeten we wel voeren als we willen bereiken dat de kapitalistische en de autoritaire regimes niet alle macht in handen houden en de rest van de bevolking blijven uitbuiten. Wij willen democratie. Ook de arbeiders moeten delen in de macht. Daarom zeggen Máspero en zijn vrienden: wij moeten revolutionair zijn. Maar daarbij denken we niet aan bloedvergieten, aan geweld. Het gaat ons om een radicale verandering in de samenleving,’ aldus het CNV-reisverslag.  

Ideologische botsingen

Opdracht in Koran voor Henk Hofstede, geschenk van CNV Buitenlandse werknemers

Internationale thema’s leidden binnen het CNV nauwelijks tot harde botsingen. Ze deden zich wel voor met bijvoorbeeld medefinancieringsorganisaties CEBEMO, ICCO en NOVIB of met kerkelijke groepen. Henk Hofstede, die in september 1982 voorzitter was geworden van het CNV, herinnert zich dat die discussies bij de bonden niet zo speelden. ‘Die discussies vonden daar pas plaats als het ging om boycotacties zoals die van de appels uit Chili of de boycot van Zuid-Afrika. Algemeen secretaris Hordijk had zich altijd sterk gemaakt voor steun aan zwarte vakbonden, steun aan bisschop Tutu maar was tegen een algemene boycot. We trainden hier bijvoorbeeld Zuid-Afrikaanse vakbondsmensen om hen klaar te stomen voor de periode na de apartheid. Met de leiding van de Nederlands Hervormde Kerk  hebben we daar nog flink over gebotst. Die vergeleken dat met de positie van een burgemeester in oorlogstijd. Dat waren beslist geen vriendelijke discussies. Tijdens jaarlijkse bijeenkomsten in het Arsenaal in Woerden, waar enkele honderden kaderleden kwamen, sneden we dergelijke gevoelige thema’s ook aan. Later met de oprichting van het secretariaat Buitenlandse Werknemers geleid door Talip Demirhan, kwam daar de kennismaking met andere culturen bij.

Dichtbij

Sommige contacten staan Hofstede nog op het netvlies geschreven zoals die krottenwijkbewoners in Latijns-Amerika en Azie:’Die voedden mijn inspiratie. Ik zie ook een parallel met het kleine dorp Wilsum waar ik was geboren: grote gezinnen, geen kinderbijslag, elke stuiver moest omgedraaid worden. Toen ik naar de middelbare school ging was er echt geen geld om een tweedehandsfiets te kopen. Dat werd een gemoffelde damesfiets. Wat ik in de derde wereld zag stond dichtbij wat ik zelf had meegemaakt alhoewel de slums in landen als India of Chili natuuurlijk elke vergelijking tartten.’

Tegenvaller

‘Ik heb altijd sterke accenten gelegd op zelfredzaamheid en bewustwording via opleiding en vorming. Als mensen konden lezen en schrijven en een behoorlijke schoolopleiding kregen, zouden ze kritischer in de samenleving staan  en daar naar handelen. Dat is niet uitgekomen. Het kiezersvolk is een mand vol kikkers geworden, ook de werknemers. Vandaag stemmen ze op de een en morgen weer op een geheel andere kandidaat.’ Desondanks kijkt Henk Hofstede tevreden terug maar ‘het gaat allemaal verschrikkelijk langzaam. Dat is me tegengevallen. Maar het heeft beslist zin gehad. We hebben veel bonden in de derde wereld en Oost-Europa kunnen helpen bij hun opbouw, juist omdat die federatie van de drie vakcentrales destijds niet doorging en we op eigen benen moesten staan.’

Kees van Kortenhof
Jeroen Sprenger

November 2017

 

Meer informatie