Het geheugen van de vakbeweging

Henk van der Genugten (1943-2018)
Henk van der Genugten (1943-2018)


Het gezicht van de vakbeweging – Twente

Henk van der Genugten:
Gebruik kennis van werknemers

Henk van der Genugten (Losser, 16 september 1943 – Enschede, 24 maart 2018) zette zich in zijn werkzame leven in voor verbetering van de arbeidsvoorwaarden en omstan­digheden in de bouw. Zelf was hij schilder. Hij constateerde dat er voor dat beroep veel te verbeteren valt. Ook merkte hij dat werkgevers geneigd zijn werknemers flink te onderschatten. Slecht voor beide partijen. Sinds 2006 was hij getrouwd met Reinilde Walter (1955). Uit een eerder huwelijk had Henk twee kinderen: Maureen (1969) en Martijn (1974). Op 24 maart 2018 is op 75-jarige leeftijd hij in zijn woonplaats Enschede overleden.

De vader van Henk is wever bij de Firma Jannink in Enschede. Hij is lid van de Eenheidsvakcentrale (EVC, zie hiernaast). Later gaat hij werken bij de Firma Snels als bode / verkoper in de meubelhandel. Henk’s moeder is huisvrouw. Het gezin telt drie kinderen. Henk’s broer wordt restau­rantkelner in Apeldoorn, zijn zuster kiest voor het werk als huisvrouw.
Na de lagere school volgt Henk de tweejarige schildersopleiding aan de Ambachtsschool in Enschede. Elke dag op de fiets van Losser naar Enschede en weer terug. Al op 15-jarige leeftijd gaat hij als leerling-schilder aan het werk. Tot zijn militaire dienstplicht in oktober 1962 werkt hij bij verschillende schil­dersbedrijven. In het leger blijft hij ‘zandhaas’ (soldaat infanterie) met Roermond en Zuidlaren als stand­plaatsen.
In april 1963 treedt hij in dienst bij Gebroeders Van de Geest, schilders­bedrijf in Enschede. Hij zal er tien jaar blijven. Zijn loopbaan sluit hij, na 20 actieve jaren, af bij de Firma Lansink in dezelfde plaats. In 2003 gaat hij op zijn zestigste met VUT en aanslui­tend met pensioen.

Vanaf zijn 15e jaar is Henk lid van de bond. Dat is de Bouwbond NVV, later omgevormd tot Bouw- en Houtbond FNV. Echt actief wordt hij in het midden van de jaren zeventig als onder andere de acties voor een betere cao sterk spelen. Een decen­nium lang is hij lid van het plaatselijk bestuur van de afdeling Enschede. Hij werkt er samen met Jan van Bree, die later districtsbestuurder bij de Bouw- en Houtbond FNV zal worden.

Kort leven voor EVC

In de oorlog besluit de zo weerbare en actieve Communistische Partij Nederland (CPN) tot oprichting van de Eenheidsvakbeweging (EVB) als alternatief voor de bestaande vakorganisaties, die zich volgens de CPN zowel aan de werkgevers als aan de Duitse bezetters hebben geconformeerd. Eén centrale landelijke vakorganisatie moet nieuw perspectief bieden. In augustus 1945 wordt de EVB omgedoopt tot Eenheidsvakcentrale (EVC).

Aanvankelijk krijgt de centrale veel aanhang maar de opnieuw actieve andere vakcentrales richten met de centrales van werkgevers een landelijk platform op, de Stichting van de Arbeid. Daar sluiten ze de EVC bij uit. Deze probeert nog met het NVV tot een fusie te komen, maar het maatschappelijk tij is gekeerd. Het NVV zit weer sterk in de lift, grotendeels ten koste van de EVC waar de communisten het steeds meer voor het zeggen hebben.

Het NVV blaast dan de samenwerkingsbesprekingen op, waardoor de EVC in de kou wordt gezet. Veel kopstukken verlaten de Eenheidsvakcentrale en beginnen met eigen radicale onafhankelijke bonden of stappen over naar bijvoorbeeld het NVV. In 1958 valt het doek voor de EVC. De Koude Oorlog laat zich gelden en de communisten worden gevreesd.

Bron: ‘De Eenheidsvakcentrale (EVC) 1943 – 1948’, Paul Coomans, Truike de Jonge, Erik Nijhof.

Narigheid

Terugkijkend op zijn loopbaan betreurt Henk het, dat hij aan het einde van zijn werkzame leven problemen krijgt met zijn werkgever. Hij heeft dan last van hartklachten, een ziekenhuisopname volgt. De gevolgen van de bij hem ontdekte angina pectoris zijn voor zijn werk­gever niet duidelijk. Er moet het nodige uitgelegd (en verklaard) worden. Dat leidt tot irritatie.
Zijn baas vindt daarnaast dat Henk zich teveel met allerlei zaken bemoeit. De spanningen lopen hoog op en Henk meldt zich ziek. Jan van Bree, districtsbestuurder, bemiddelt en regelt dat Henk het laatste jaar voor zijn VUT-periode allerlei klussen in zijn eigen tempo kan uitvoeren.

Buiten die problemen in die laatste jaren kijkt Henk tevreden, maar kritisch terug op zijn eigen werkver­leden. ‘Werkgevers denken veel teveel, dat werknemers van allerlei zaken geen verstand hebben. Ze onderschatten hen. Werkgevers zouden meer gebruik moeten maken van de kennis en ervaring van werk­nemers. Daar hebben zij zelf alle voordeel van.’

Arbeidsomstandigheden

In de bouwsector is de afgelopen decennia het nodige verbeterd op het gebied van veiligheid en gezondheid. Zo zijn er belangrijke aanvullende eisen gekomen ten aanzien van de steigers waarmee gewerkt wordt. Dat geldt ook voor de samenstel­ling van de verf. Dat gebeurt nadat publiekelijk bekend wordt dat het zenuwstelsel wordt aangetast door het langdurig inademen van vluchtige oplosmiddelen. De schildersziekte OPS werd erkend en er volgden officiële, door wetgeving onder­steunde maatregelen. Henk vindt het spijtig dat het allemaal zo lang geduurd voordat die maatregelen er komen en effectief worden. Zo’n 16 jaar heeft hij zich met veel collega’s in de vakgroep schilders van de bond met deze zaken bezig gehouden.

ANWB en KNVB als voorbeeld

Het functioneren van de vakbewe­ging in deze tijd stemt hem niet opti­mistisch. De vakbeweging zou eens in gesprek moeten gaan met andere bonden (ANWB, KNVB enz.) en van hen leren hoe zij met hun tijd mee proberen te gaan.’
Sinds zijn VUT heeft Henk zich nooit verveeld. Hij houdt van koken en reizen, als het kan. De laatste jaren wijdt hij zich vooral aan zijn nieuwe hobby als glazenier, Hij volgde verschillende cursussen en in zijn atelier houdt hij zich met verve bezig met het maken van prachtige glas-in-lood ramen. Zijn huis is zijn eigen galerie.

Dit verhaal is oorspronkelijk gepubliceerd in Het gezicht van de vakbeweging Twente, een uitgave van de Stichting VHV, november 2015