Het geheugen van de vakbeweging

Toon Middelhuis, voorzitter Katholieke Arbeiders Beweging (KAB) van 1952 tot 1963.

Verdiensten voor sociaal welzijn

Harmoniemodel centraal bij Toon Middelhuis (1902-1978)

Werkloosheid, waarvan thans vele duizenden werknemers het slachtoffer zijn, heeft de op 12 november 1978 overleden Joannes Antonius (Toon) Middelhuis al zijn jonge jaren persoonlijk ervaren. Hij kende het probleem, met al zijn leed, dan ook van huis-uit toen hij zijn loopbaan begon in de katholieke arbeidersbeweging. In de jaren ’30 de beruchte crisisjaren, was hij districtsleider van de katholieke textielarbeidersbond Sint Lambertus in Twente.

Ook vóór de grote werkloosheid beleefde de Twentse vakbewegingsleider Middelhuis bewogen jaren. Destijds, na de Eerste Wereldoorlog, was hij een van de leiders van de beruchte Twentse textielstakingen. Na de Tweede Wereldoorlog stond hij op de nominatie om voorzitter te worden van de textielbond. Maar de benoeming ging niet door doordat hij (in 1949) gekozen werd tot secretaris van de Katholieke Arbeidersbeweging (KAB), de vakcentrale die — onder zijn voorzitterschap — later is omgevormd tot het huidige Nederlands Katholiek Vakverbond (NKV). In 1952 is hij daar A. C. de Bruijn als verbondsvoorzitter opgevolgd.

Pijnlijke ingreep

De samenstelling van de vakbonden van de katholieke vakbeweging en de diocesane bonden (de standsorganisatie) is een belangrijk historisch feit dat onder leiding van Middelhuis zijn beslag heeft gekregen. Deze reorganisatie, die in feite een opheffing betekende van de standsorganisatie, is voor vele duizenden katholieke arbeiders een pijnlijke ingreep geweest.

In Memoriam in de Volkskrant van 13 november 1978

Ofschoon hij zich naar buiten politiek wat voorzichtig en gematigd opstelde, was Middelhuis in politiek-maatschappelijk opzicht bepaald geen kleurloze figuur. Dat is hij ook nooit geworden. Het is betrekkelijk kort geleden (zomer van 1977) dat hij gebroken heeft met de KVP omdat hij zich niet meer thuis voelde in — wat hij noemde: „het nette, burgerlijke gezelschap van het CDA”. Altijd, tot in een ver verleden, is hij van mening geweest dat de katholieke arbeiders in de KVP te weinig in de melk te brokkelen hadden, en mede daardoor ook in de volksvertegenwoordiging niet voldoende aan de bak kwamen.

Middelhuis placht vaak te spreken van een „ondervertegenwoordiging” van de arbeiders. Die was er — zo meende hij — niet alleen in de politieke partij, maar evenzeer in de besturen van de maatschappelijke organisaties. Nochtans heeft hij namens de vakbeweging, functies bekleed in besturen van grote bedrijven en belangrijke colleges: Hoogovens, Artillerie-inrichtingen (een staatsbedrijf), de Nationale Investeringsbank, het College van Rijksbemiddelaars (1966), enzovoorts.

Bij het dagblad de Volkskrant is Middelhuis tijdens de jaren van zijn voorzitterschap van de katholieke vakbeweging (1952-1964) president-commissaris geweest. Zijn ervaring uit die tijd was, naar zijn zeggen: „Daar kreeg ik, als werknemer, ook eens te maken met de problemen van de werkgever.” Volgens hem was dat een gezonde ervaring. In die tijd nam hij de beslissing tot de bouw van een eigen vestiging van de Volkskrant in de Wibautstraat te Amsterdam en tot de aanschaf van een eigen pers. Hij heeft zich persoonlijk ook bijzonder ingezet om voor de verdere ontwikkeling van de dagbladonderneming de nodige financiële middelen bijeen te krijgen.

Dennendal

Na zijn pensionering als NKV-voorzitter heeft Middelhuis nog eens in het brandpunt van de belangstelling gestaan als bestuurslid van de psychiatrische instelling de Willem Arntsz-Stichting. In die functie was hij medeverantwoordelijk voor de ontruiming van Dennendal en het ontslag van het tegen het bestuur rebellerende personeel. In dit conflict toonde Middelhuis — niet voor het eerst overigens — dat er hoekige kanten aan zijn karakter zaten. Enkele jaren na de ontruiming van Dennendal liet hij doorschemeren dat hij enige spijt had van zijn optreden in deze zaak. In zijn hart was hij namelijk wat men tegenwoordig noemt een man van het „harmoniemodel”,

Middelhuis wilde een bruggenbouwer zijn tussen maatschappelijke klassen en, in zijn eigen kring (die van het NKV), ook tussen groepen werknemers die tegengestelde belangen hadden of meenden te hebben. Hij zag het als zijn taak een verscheidenheid van belangen en meningen in zijn vakcentrale tot harmonie te brengen. Het is hem niet gelukt; evenmin als zijn eerste opvolger Jan Mertens, en zijn tweede opvolger Wim Spit daarin zijn geslaagd. Toen Spit het NKV naar een federatie met het NVV had geleid, haakten de beambtenbonden af.

Willem Sprenger

Eerder gepubliceerd in de Volkskrant van 13 november 1978