Het geheugen van de vakbeweging

Hans Verploeg

De Napoleon van de NVJ

Na 25 jaar heeft Hans Verploeg in 2005 afscheid genomen van de Nederlandse Vereniging van Journalisten. Nooit eerder drukte een algemeen secretaris zo zijn stempel op de organisatie. Portret van ‘een hele aardige schurk’.

Hans Verploeg, Hans Verploeg,

Van je vrienden moet je het maar hebben: ‘knorrig’ wordt Hans Verploeg genoemd, ‘mopperig’ en vooral stug, stug, stug, ‘een echte, bonkige Zeeuw’. Een ‘workaholic’ heet hij ook te zijn, ‘een mannetje’, en zelfs ‘een geweldige rotzak’ of ‘een schurk’, maar – zo wordt er meteen aan toegevoegd – ‘wel een hele aardige’.
Zelf vertelt hij met zichtbaar genoegen – en de nodige zelfspot ? over knallende ruzies met één van zijn beste vrienden; hadden ze elkaar in maanden niet gezien (de ander woont in New York), zaten ze een keer samen aan het ontbijt in Tel Aviv, gingen ze urenlang bekvechten en mokken – en ook nog over zoiets als de politieke richting van de Jerusalem Post!
Ja, geeft Hans toe, met goede vrienden moet je ook goed ruzie kunnen maken. Een beetje in die geest zetten vriend en ‘vijand’ – althans tegenpartij – ook zijn eigen kortafheid neer, zijn ‘spinnen’ ook, zijn manier om mensen ‘in te zetten’, altijd ‘voor het goede doel’, dat wél; het was niet altijd leuk, maar het wordt verteld met een glimlach, zelfs ‘met een grote tederheid’, vergezeld van een opmerking over de ‘dierbare vriend’ die Hans vooral is, alsof de pit almaar blanker zou zijn naarmate de bolster ruwer wordt afgeschilderd.
En een feit is, dat als eenmaal die buitenkant is weergegeven, de loftuitingen over de binnenkant niet meer ophouden – hebben we in Hans Verploeg een nieuwe heilige?
Hij ‘barst van de ideeën’, is ‘fantastisch’ om mee samen te werken, ‘ontzettend communicatief’, ‘loyaal door dik en dun’. Marjolein Bolmers, die de afgelopen zeven jaar zijn secretaresse was en in dezelfde kamer werkte heeft ‘nooit één onvertogen woord’ met hem gewisseld. ‘En als ik een fout maakte die hij niet tijdig opmerkte, zei hij: ik ben eindverantwoordelijke, had ik maar beter moeten opletten.’ Hij is verbaasd, zegt ze, als mensen hem een bullebak vinden: ‘Dan dénkt hij dat hij vriendelijk is!’
Maar pas op: hij heeft ‘een ijzeren geheugen’ en als hij maar vermoedt dat hij ‘gepiepeld’ is, vergeet noch vergeeft hij dat. ‘Hij heeft niet alleen vrienden gemaakt, dat kán ook niet in zijn functie, hij is ook op heel wat tenen gaan staan’, erkent oud-NVJ-voorzitter Ron Abram, die overigens – mét zijn eerdere evenknie Max de Bok – wél tot de kleine kring van Hans’ intieme vrienden behoort: ‘Ron was zelfs getuige bij mijn huwelijk met Inge!’
Kortom, Hans Verploeg heeft een ‘caractčre entier’, zoals de Fransen zeggen, een ‘heel’ karakter. Complex, tegenstrijdig zelfs, maar stevig. Is het de Zeeuw in hem, die zich staande houdt tegen alle stormen en stormvloeden in. De tongval is nog herkenbaar, na al die jaren Randstad. Zelf noemt hij zich liever Zeeuws-Vlaming, met de nadruk op dat laatste, het Bourgondische van het nabije Knokke, Gent of Brugge, waar hij koffie ging kopen voor zijn moeder en – na school – werken in de horeca. ‘Veel geld heb ik verdiend’, zegt hij nadrukkelijk. Het heeft hem in staat gesteld zijn studie – geschiedenis, politicologie – te bekostigen.
Hij moest wel, zijn vader had een dodelijke leverkwaal en in de deels kleine-middenstand, deels boerenkring waaruit hij afkomstig is, was studeren niet aan de orde. Veel begrip voor de dromen of wensen van de jonge Verploeg was er überhaupt niet. ‘Mijn moeder was snoeihard’, zegt hij. ‘Het heeft me heel jong onafhankelijk gemaakt.’ Hij begrijpt die hardheid wel, achteraf: ‘Die mensen moesten zien te overleven.’ Ze hadden de oorlog doorstaan, West-Zeeuws-Vlaanderen was volledig platgebombardeerd, familieleden waren omgekomen.
Maar ergens, deep down, blijft er een kwetsuur, die ook hij verbergt achter een masker van hardheid. Tegenover zichzelf, zijn ziektes – een erfelijke leverkwaal, huidkanker – die hij wonder boven wonder de baas weet te blijven, onder ander door zijn conditie op peil te houden: hij dwingt zichzelf om geregeld te sporten, schaatst, racet op zijn sportfiets door de polder, zeilt, zij het beschermd door de sterkste sunblocks. Maar hard is Verploeg ook als onderhandelaar. Hoewel ‘in the end redelijk’, aldus PCM-topman Theo Bouwman.
Zelf vindt Verploeg dat hij steeds meer begrip heeft voor het standpunt van de tegenstander, bijna té genuanceerd begint te denken. ‘Uiteindelijk moet je toch met dezelfde mensen door.’ En vanuit dat besef – dat de onderhandelingspartner inderdaad een permanente partner is – drinkt hij ook graag een glaasje met zijn niet-zo-vijandelijke tegenstander, sterker nog: hij gaat ermee uit eten of naar een voetbalwedstrijd (zoals onlangs nog naar Feyenoord-Heerenveen).
En door die hardheid heen verschijnt soms dat spreekwoordelijke kleine hartje. Zijn behoefte aan erkenning, zijn blijheid toen hij een lintje kreeg. De manier waarop hij spreekt over ‘zijn’ Inge, ‘het beste wat hem is overkomen’, zoals Ron Abram het formuleert. ‘Hij me eens verteld hoe hij de verovering van Inge als project had opgezet. Toen dacht ik: hij is toch een mens!’ grapt Cor Groeneweg. Er zijn meervan dat soort momenten. De blijvende beurse plek die hij overhield aan zijn jeugd, zijn moeder, de ziekte en dood van zijn vader.
En in een heel ander register, zijn poezen, die thuis om hem heen kroelen en hem letterlijk op de knieën krijgen: Aicha en Sam (Shmuel) heten ze, een Arabisch en een joodse naam. Verploeg heeft nu eenmaal ‘iets’ met Israël en Palestina en dat gaat veel verder dan alleen het journalistieke project waar hij zich mee bemoeit. Hij is ook supporter van de voetbalclub Maccabi Tel Aviv en woonde ‘dus’ de wedstrijd bij die ‘zijn’ club in oktober 2004 tegen Ajax speelde – en met 3-0 verloor.
Hans Verploeg houdt van alles wat mooi is – niet alleen van mooie vrouwen. Noemt de tentoonstelling in Nijmegen over de gebroeders Van Limburg, ‘prachtig, prachtig’. Toont graag zijn fraaie kunstcollectie – waaronder twee doekjes van zijn vader, niet slecht, aandoenlijke weergaven van het winderige, Zeeuwse landschap, met een zelfde soort weidsheid als het landschap waar hij vanuit zijn huis in Wormer op uitkijkt.
Beroepshalve is Hans Verploeg een vakbondsman – belangenbehartiger, corrigeert hij – in hart en nieren; hij is –zeggen velen – de NVJ geworden. Zozeer, dat zijn vorige huwelijk er op stukliep, hij is de eerste om het toe te geven. Het was een moeilijke situatie en hij was nooit thuis.
Toch stond hij in het begin wel vreemd aan te kijken tegen de januskoppige organisatie die de NVJ is en waar het ene gezicht – dat van de belangenbehartiging – destijds door een flink deel van de leden als minderwaardig werd beschouwd, sterk inferieur aan het andere gezicht, dat van de beroepsgroep. Hans Verploeg, die niet uit de journalistiek kwam – al heeft hij er wel eens wel aan geroken – maar uit de vakbondswereld (hij richtte de Kunstenaarsfederatie op), stond vooral te kijken van de ‘eigengereidheid’ van journalisten, vertelt Max de Bok, die Verploegs begintijd meemaakte als bestuurslid en vervolgens voorzitter.
Ook Ron Abram, die later voorzitter werd, herinnert zich hoe Hans Verploeg op een moeilijk moment binnenkwam. De vereniging was in crisis, de aansluiting bij de FNV net achter de rug en ‘Hans kon puinruimen’: ‘De FNV had, ter gelegenheid van een staking, bedacht dat er die dag alleen maar een bepaald soort nieuws in de krant mocht komen. Dat heeft de NVJ honderden leden gekost. De vereniging scheurde in twee kampen. Dat was puur slecht. Toen kwam Hans, en hebben ze afgesproken: zoiets nooit meer. Hans heeft ervoor gezorgd dat de NVJ geweldig is gaan groeien en deze zuinige Zeeuw heeft vervolgens de financiën op orde gebracht en de organisatie gezond gemaakt.’
De Hans Verploeg die de meesten kennen is de man die alles weet, elk dossier uit z’n hoofd kent en als een volleerd strateeg iedereen perfect bespeelt en inzet op het schaakbord van het vakbondsspel. ‘Hij was daar een meester in, hij was de spindoctor, de Napoleon van de NVJ. Ik zeg het in bewonderende zin’, benadrukt Cor Groeneweg, oud-NVJ-bestuurder. ‘Hans had een fijnzinnig gevoel voor waar hij zijn nek moest uitsteken en waar niet.’ ‘Hij kon je redelijk op het verkeerde been zetten, daar had ie later altijd een strategische verklaring voor’, erkent ook Ron Abram.
Max de Bok vertelt dat er een soort rolverdeling was tussen hem en Verploeg, met name in conflicten rond Wim Klinkenberg. Dan ging De Bok er hard tegenaan en Verploeg speelde de diplomaat. Ron Abram: ‘Als je een CAO afsloot, gebeurde het dat de andere partij zich niet aan afspraken hield. Mij zou dan het schuim op de lippen staan, maar Hans deed dat veel handiger, hij wist dat hij met die mensen nog verder moest.’ Soms sprong Verploeg ook in wanneer onderhandelingen spaak liepen. ‘Daar was hij heel goed in’, zegt Theo Bouwman, die vóór hij bij PCM kwam, Sanoma en voordien de Weekbladpers leidde: ‘Verploeg en ik gaan lange jaren terug.’ Eens hadden Bouwman en van NVJ-zijde Kees Schaepman een CAO afgesloten in de tijdschriftensecto. Ze waren het ‘helemaal eens geworden’, maar het NVJ-bestuur wees de CAO af. Schaepman stapte op als onderhandelaar. ‘Maar er moest toch weer een CAO komen; dat was een heel moeilijk traject. Dat hebben we niet met delegaties gedaan, maar één op één, dat is een lange avond met Hans geworden.’
‘Ik zal hem missen’, erkent Marjolein Bolmers. Al was het maar om Verploegs kennis, zijn ervaring, die met zijn vertrek ook het NVJ-pand verlaat. Nooit heeft een algemeen secretaris zó zijn stempel op de organisatie gedrukt. Nog nooit is er één zó lang – té lang, zeggen sommigen – gebleven. Dat maakt het voor zijn opvolger, Thomas Bruning – precies even oud als toen Verploeg begon – niet gemakkelijker. Evenmin als de huidige context – het gaat niet goed met de media, noch met de journalistiek – zijn taak vergemakkelijkt. En bij de journalisten is de fut eruit, constateert Max de Bok bezorgd: ‘Als de vereniging niks wil, kan de algemeen secretaris ook niets doen.’
Toch laat Hans Verploeg ook veel positiefs achter : een gezonde organisatie, die twee keer zoveel leden telt als toen hij begon (al begint nu, zoals bij alle bonden, de klad er in te komen) en waarvan de financiën op orde zijn. Ook is dankzij Verploeg de persvrijheid hoog op de agenda gekomen. En, benadrukt hij tot tweemaal toe, zelf is hij tevreden over de wijze waarop hij vele talentvolle en hardwerkende vrouwen bij de NVJ stimuleerde.
Vanuit zijn Noordhollandse Elba houdt ‘Napoleon’ de boel nog in de gaten. Maar temidden van deze vele wateren en de paarden –  knollen zoals in Zeeland – en de koeien en de vogels, oogt hij ontspannen, zelfs gelukkig, met één van zijn bootjes aangemeerd in de sloot achter de tuin, klaar om weg te zeilen. Na de dagelijkse beslommeringen. Het boodschappenbriefje ligt op tafel, met de kattenbrokjes bovenaan, vóór de andijvie, de piepers, het spek en de melk. ‘Ik moet voor Inge koken.’ Trots klinkt eruit – al zal hij niet de rest van z’n leven als huisman doorbrengen. Verploeg heeft zijn projecten: FreeVoice, Israël, en nog veel meer, genoeg om een leven als vrijwilliger te vullen – maar dat is hem te vrijblijvend. Een commissariaat hier, een adviseursrol daar, ze zouden vast welkom zijn. Zonder Waterloo of Sint-Helena in het verschiet.
Dit portret, geschreven naar aanleiding van het vertrek van Hans Verploeg bij de NVJ, verscheen op 30 september 2005 in De Journalist nummer 19. Het is opnieuw geplaatst in verband met zijn overlijden op 25 mei 2010.
Het portret werd samengesteld aan de hand van, onder andere, gesprekken met Ron Abram, Max de Bok, (oud-NVJ-voorzitters), Marjolein Bolmers (secretaresse Hans Verploeg), Theo Bouwman (bestuursvoorzitter PCM), Cor Groeneweg (oud-NVJ-bestuurder), en Hans Verploeg zelf.