Het geheugen van de vakbeweging

Hans van den Eeden, biograaf van Willem Passtoors

“De zichtbaarheid van de vakbeweging mis ik soms”

Voor de auteur van het boek over Willem Passtoors (1856–1916) is de vakbeweging geen onbekend terrein. Hans van den Eeden, geboren in 1947, groeide op in een katholiek vakbondsgezin in Breda.

Willem Passtoors op verkiezingsaffiche uit 1913Willem Passtoors op verkiezingsaffiche uit 1913

Zijn vader was vakbondsbestuurder van de KAB algemeen werk, later het NKV. Dat speelde zich allemaal af midden in het bisdom Breda want vakbeweging en kerk waren nauw met elkaar verbonden.Van den Eeden ging vaak met zijn vader mee als deze voor vakbondsafdelingen lezingen verzorgde.  “De geestelijken waren prominent aanwezig. En de aalmoezeniers hadden er het eerste woord (‘met de christelijke groet’) en het laatste woord tijdens dergelijke vergaderingen.”
Van den Eeden werd enkele jaren geleden benaderd door een, inmiddels overleden, kleinzoon van Willem Passtoors. Die had een schat aan archiefmateriaal over deze vakbondspionier, parlementariër en burgemeester van de gemeente Ginneken en Bavel. Zijn kleinzoon – ook een Willem – vroeg aan hem om het boek te schrijven. “Zo raakte ik betrokken bij Passtoors leven. Geen klassieke arbeider maar een sigarenmaker, meer een kleine middenstander.” Hij herkende in het leven van Passtoors zaken die hij zelf ook nog in zijn jeugd had meegemaakt. “Ook mijn vader vierde destijds met de leden van de KAB niet de eerste mei naar de 19e maart, het feest van Sint Jozef. Het was zelfs een officiële kerkelijke vrije feestdag.”

Interne spanningen

Maar Van den Eeden herinnert zich ook dat achter de façade van een roomse vesting de interne spanningen sterk konden oplopen. “De toenmalige KAB telde niet alleen aalmoezeniers maar onderscheidde ook nog directeuren en geestelijk adviseurs. De aalmoezenier was vaak de parochiepriester en stond dicht bij de plaatselijke vakbondafdeling. De directeur, ook een geestelijke was de man van allerlei sociaal-maatschappelijk initiatieven.
“Ook bij de oprichting – door de vakbeweging – van de woningbouwvereniging en het ziekenfonds speelden zij een rol. De vakbeweging van toen was een instelling met diverse maatschappelijke vertakkingen zoals Herwonnen Levenskracht, de stichting Lourdesbedevaarten. Ook De Volkskrant was eigendom van de katholieke vakbeweging.”
“Omdat veel arbeiders indertijd klein vee als schamel bezit koesterden, had de vakbeweging ook een eigen Kleinveeverzekering.” Van den Eeden herinnert zich nog goed de vakbondstang die in het oor van een varken werd ‘geknipt’.  “In de periode van Willem Passtoors werd het gereedschap van de werklieden in de kerk gezegend. Dat gebeurde op 19 maart.
“Feitelijk, maar ook zeker in de beleving, hebben deze rituelen en symbolen – wel met een ander karakter – tot diep in de jaren 50 doorgewerkt. De geestelijkheid had in deze KAB-periode gezag. In de periode van Passtoors was dat wisselend het geval. Over het beleid van de R.K. Volksbond waren de geestelijken het lang niet altijd eens. Passtoors heeft dit zelf ook ervaren maar zette de oprichting van bonden toch gewoon door.”

Omslag

De jaren zestig veranderde het beeld radicaal. Van den Eeden: “Mensen gingen niet meer naar de kerk, allerlei zaken die altijd vanzelfsprekend waren geweest verdwenen. Ik was zelf lid van de KWJ waar de K van katholiek werd vervangen door de K van kritisch. Ik heb dat ervaren als een verademing. Mijn vader moest wel even wennen, hij bleef trouw de kerk bezoeken en was er ook actief. Verder liet hij ons vrij en was mild.” 
De vakbeweging veranderde mee. Het NKV werd gereorganiseerd en radicaliseerde. “De katholieke bond was dan wel gericht op harmonie, maar als het erop aankwam moesten de werkgevers wel uitkijken. Dat bleek in 1972 tijdens de bezettingsacties bij Enka in Breda. Die waren succesvol en kregen vanuit allerlei hoeken steun. Bisschop H. Ernst sprak zich uit en noemde de acties gerechtvaardigd.
“Daarna ging de katholieke vakbeweging om. Bij de staking van Ericson in Rijen werd in de sfeer van het harmoniemodel in dezelfde periode onmiddellijk na een informatieavond ook een groot stakingsbal georganiseerd. Als je dat met de ogen van deze tijd bekijkt is deze roomse blijheid lachwekkend.”
Van den Eeden ziet ook overeenkomsten tussen zijn vader en Willem Passtoors. “Passtoors kwam weliswaar uit een gegoede boerenfamilie en had geen proletarische achtergrond. Maar, geboren in Zundert, werd hij persoonlijk geconfronteerd met armoede in zijn omgeving. Mijn vader had een andere maatschappelijke achtergrond maar hun gemeenschappelijk uitgangspunt zou ongetwijfeld de encycliek Rerum Novarum zijn geweest.
“Het ging bij mijn vader, net als bij Passtoors, steeds over Rerum Novarum. Jan Mertens, oud-NKV-voorzitter, kwam vroeger vaak bij ons over de vloer en altijd kwam het gesprek weer op Rerum Novarum. Beiden kenden wel 10 liedjes die allemaal te maken hadden met deze encycliek; het waren de strijdliederen van de katholieke vakbeweging.”

Felle confrontaties

Er waren ook verschillen. Het NKV stond eind vorige eeuw midden in de samenleving en had de verzuiling en hokjesgeest achter zich gelaten. Van den Eeden: “De angst voor socialisten werd in Passtoors’ tijd officieel gepredikt en leidde soms tot felle confrontaties.
“Zoals die keer toen Domela Nieuwenhuis Breda bezocht. Het café van de socialisten stond pal naast dat van de Katholieke Volksbond. De katholieken dronken er jenever, de socialisten bier. Domela was juist veroordeeld wegens majesteitsschennis en hield overal in het land lezingen. Het werd een veldslag tussen de ‘zwartrokken’ en de ‘rooien’, die eigenlijk weinig met vakbondswerk te maken had.”
Van den Eeden wil zeker niet terug naar die tijd maar “de vakbeweging was wel herkenbaar in grote en kleine gemeenschappen. Die zichtbaarheid mis ik soms.”
Kees van Kortenhof
Het boek Willem Passtoors is tot 24 april voor €19,95 te bestellen via: info@brandarispers.nl/ Daarna kost het boek €24,95