Het geheugen van de vakbeweging

Hans Pont koestert decentralisatie

“Debatteren leerde ik op het christelijke lyceum in Alpen aan de Rijn. Daar wilden ze niet veel weten van al dat ‘rooie’ gedoe. Onderhandelen leerde ik als landmeetkundige bij de ruilverkaveling. Daar moest ik onderhandelen met boeren en tuinders over het ‘plan van toedeling’. Op mijn werk bij het kadaster zagen ze een grote politieke carričre voor mij weggelegd. We spraken daar veel over de politiek en de vakbeweging. Het werd uiteindelijk de algemene ambtenarenbond, de Abva.”

Hans Pont, strateeg van de ambtenarenacties in 1983Hans Pont, strateeg van de ambtenarenacties in 1983

Hans Pont (69) is van voor de oorlog. Hij groeit op een rood gezin.Vader brengt het tot referendaris, de hoogste ambtenarenrang voor de kleine man. Hij schrijft als belastingambtenaar nog een boekje over de geldzuivering van de toenmalige socialistische Minister van Financiën Piet Lieftinck met als titel ´Toch bedankt Excellentie`. Zijn werkzame leven begint als jongste bediende bij scheepsmotorenfabriek ´De Industrie`, later volgt hij de opleiding voor landmeetkundige en gaat werken bij het kadaster. In 1967 begint Pont zijn werk als bestuurder bij de Abva. Hij krijgt de PTT als werkterrein. “Een geweldige tijd. Je onderhandelde direct met de hoogste bazen van de PTT. Dat was toen een enorm groot bedrijf. Meer dan honderdduizend werknemers. Wij telden er alleen al zo´n 35.000 leden.” Vanaf 1970 maakt Pont deel uit van het bestuur van de Abva. “Met 32 jaar vond ik mij veel te jong voor die functie. Maar ze vonden mij een man met toekomst. Ik werd tweede secretaris-penningmeester. En ik kreeg alle vakcentrale-zaken in mijn portefeuille. Daarin was niemand geďnteresseerd. De Abva en het NVV waren destijds twee gescheiden werelden. Ik zag het als en grote kans. Het verbreedde mijn horizon, het heeft mij mede gevormd.”
Pont: “Kijk, de voorzitter van de bond schroomde nooit te laten merken dat het helemaal niet vanzelfsprekend was dat de Abva binnen het NVV, later de FNV, zou blijven. Men wilde van de vakcentrale steun voor het trendbeleid. Immers, aan de onderhandelingstafel waren we geen echte CAO-partij. Dat trendbeleid was een instrument om niet achter te lopen bij het bedrijfsleven. En wij vonden dat de vakcentrale zich daar vierkant achter moest stellen. Maar die deed dat vaak tegen heug en meug. Mede door de opstelling van de Industriebond die zich erover beklaagde dat zij altijd de kastanjes uit het vuur mochten halen. Later is dat allemaal veranderd. Wat gebeuren moest, is gebeurd. De hele overheid is opgesplitst in bedrijfstakken met eigen cao´s voor de politie, onderwijs, de provincies, de gemeenten, de waterschappen, de gezondheidszorg, de gesubsidieerde sector, etc. En dat alles naar analogie van de bedrijfstakken in de marktsector.”

Overstap

Pont is in wezen de architect van de huidige arbeidsverhoudingen bij de overheid. Na een zeventienjarige loopbaan bij de AbvaKabo – hij brengt het tot tweede voorzitter van de bond – volgt hij Wim Kok op als voorzitter van de FNV. Na drie jaar maakt hij de overstap naar de overheid. Hij wordt benoemd tot irecteur-generaal management en personeel op het ministerie van Binnenlandse Zaken. Als baas van alle ambtenaren krijgt hij de opdracht de arbeidsverhoudingen bij de overheid aan te pakken. Die overstap van de FNV naar de overheid is binnen de vakbeweging omstreden. Hans Pont: “Sommige mensen waren razend. Het was een schok. Wat ik begrijp. Later is mijn overstap wel positief uitgelegd. Het was toen ook niet zo gebruikelijk dat je buiten de vakbeweging ging werken. Maar men wist toen niet dat ik gevraagd was om de arbeidsverhoudingen bij de overheid te vernieuwen. En dit was iets dat men bij de FNV dolgraag wilde. En dan komt er zo’n minister van christen-democratische huize, Cees van Dijk, en die zegt: ‘Ik zou het wel mooi vinden als u dat zou willen doen.’ En ik zei: ‘het zou mooi zijn als ik daar de gelegenheid voor krijg!’ Ik vertrok niet voor een hoger salaris, maar voor die nieuwe uitdaging. Daar heb ik ja tegen gezegd. “Naast de modernisering van de arbeidsvoorwaarden is toen ook het ABP geprivatiseerd. Dat was heel belangrijk. Als de Tweede Kamer wilde bezuinigen, dan werden de pensioen-premies te laag vastgesteld. Indirect was dat toch een greep in de kas van het ABP. “Tja, ik heb nooit spijt gehad van die overstap. Ik ben nooit zo’n ideologisch bevlogen vakbondsbestuurder geweest. Ik had vaak een eigen inbreng. Dat strookte ook niet altijd met het bestaande beleid.

Decentralisatie

Pont is nu al een aantal jaren met pensioen en nog altijd lid van de PvdA en de AbvaKabo. Hij heeft nog twee nevenfuncties bij de overheid en besteedt daarnaast al zijn tijd aan zeilen, schaken en nu ook biljarten. Maar de politiek en de vakbeweging volgt hij op de voet. Hij heeft een goede raad voor de overheidsbonden: koester de bedrijfstakgewijze CAO-onderhandelingen. “Gezondheidszorg is heel iets anders dan politie, om maar eens een voorbeeld te noemen. Dat geldt ook voor de arbeidsmarkt, die verschilt per sector. Daarom moet je niet alles centraal willen regelen vanuit Binnenlandse Zaken. Daarom is de overheid opgesplitst in sectoren. Ik bespeur nu weer een tendens bij de bonden om alles weer over een kam te scheren. Ze kijken heel nauw naar wat er in een andere sector gebeurt. Dat moet je niet willen. Zo trek je de betere sectoren bij de overheid naar beneden. En de overheid is makkelijk te lijmen op dat punt.” En over de acties bij de politie zegt Pont: “Je moet nooit algemene ontwikkelingen mengen met specifieke problemen van een beroepsgroep. Kijk eens goed naar de functiewaarderingssystemen. Dat is een instrument om de huidige problemen bij de politie op te lossen. Je moet praten over de achterstanden van specifieke groepen politiepersoneel. Je moet gewoon preciezer naar de functies kijken. Dat moet je corrigeren. Datzelfde geldt voor het onderwijzend personeel. De beloning voor jongere leraren is mager. Ook hier speelt de arbeidsmarkt een rol. Ik zou zeggen: laat het functiewaarderingssysteem er maar op los.”

Plunderen

Hans Pont ziet een grote toekomst voor de vakbeweging. “Dat zeg ik omdat ik weet hoe het gaat in landen waar geen vakbeweging is. Kijk eens hoe de werknemers daar aan toe zijn. Dat zegt genoeg, zeker als je weet wat voor krachten er nu werkzaam zijn. Daar kan je zelfs bijna als georganiseerde werknemer niet tegenop. Het plunderen, het graaien. Vooral in de financiële wereld. Deze mensen praten met je of het de gewoonste zaak van de wereld is dat ze zulke hoge gages hebben. Omdat ze zulke grote verantwoordelijkheden dragen. Nou, je ziet wat ze er van bakken. Er wordt zeer onzorgvuldig omgesprongen met de belangen van de gewone mensen. In Argentinië hebben ze een heel volk aan de bedelstaf gebracht. Dat kan hier ook gebeuren.”
Piet de Vreede

CV Hans Pont

  • Geboren in Leiden, 12 augustus 1938
  • 1967 -1970 bestuurder Abva, PTT-sector
  • 1970-1974 tweede secretaris-penningmeester Abva
  • 1974-1982 bondssecretaris
  • 1982-1985 tweede voorzitter AbvaKabo
  • 1986-1988 voorzitter FNV
  • 1988-1994 directeur-generaal Management en Personeelsbeleid Ministerie van Binnenlandse Zaken
  • 1994 -2000 directeur-generaal Milieubeheer, Ministerie van Vrom
  • 2000-2002 directeur-generaal Ministerie VWS
  • 2002 pensioen