Het geheugen van de vakbeweging

Ger Essers – spil en vraagbaak in een groot adviesnetwerk over grensarbeid


Droom van harmonisatie sociale en fiscale stelsels
wordt nooit werkelijkheid

Ger Essers – De grenzen aan Europa

Ger Essers (1946, Kerkrade) werkt, na een carrière in het mbo-onderwijs, sedert 1993 als adviseur grensarbeid voor de FNV. Hij was EURES consulent in de Euregio Maas-Rijn-Waal, en was lid van de Commissie Linschoten (grensarbeid). Hij werkt in deeltijd als adviseur ‘vrij verkeer van werknemers’ voor FNV-Brussel. Hij is een belangrijk adviseur van het Limburgse europarlementslid Ria Oomen. Hij is verder lid van het EU Raadgevend Comité voor migrerende werknemers en voorzitter van de EURES Ronde Tafel Grensarbeid Nederland-België. Vanaf 2004 maakt hij deel uit van de projectgroep Tress. Ger is al vele jaren getrouwd met Tonnie Havenith en heeft samen met haar twee kinderen.

‘Europa is klaar. Dat is de harde werkelijkheid. Mijn droom dat het eens komt tot een harmonisatie van sociale stelsels en fiscale wetgeving, zal nooit werkelijkheid worden.’ Woorden, niet uit de mond van een van de vele Europa-sceptici die ons land kent, maar van Ger Essers. Essers, die zich vanaf 1993 zo ongeveer dag en nacht bezighoudt met het ‘Europa van de werknemer’ en algemeen gezien wordt als een autoriteit op dit gebied.

Je zou bijna uit het oog verliezen dat er ook nog een Ger Essers ‘van vóór Europa’ bestond. Zijn eerste werkervaring doet hij op bij DSM-Research om na een studie aan de HTS in Hengelo de overstap te maken naar de Zuid Limburgse Laboratorium School, die naderhand deel gaat uitmaken van de MBO Scholengemeenschap Leeuwenborgh. Het is ook op die Laboratorium School waar het vakbondsbloed door Ger zijn aderen gaat stromen. Op vele plekken binnen de ABOP, nu Aob, kom je in het laatste kwart van de vorige eeuw Ger Essers tegen: plaatselijk, regionaal en landelijk. Van afdelingsbestuurder tot lid van het hoofdbestuur en op allerlei plekken daartussen in. Midden jaren tachtig wordt hij door zijn bond deeltijds vrijgesteld, omdat het als vrijwilliger niet meer te ‘behappen’ valt. Hij bewaart uit deze periode nog altijd goede herinneringen aan zijn intensieve samenwerking met mensen als Ella Vogelaar, Henk van der Kolk en Jacques Tichelaar.

Hij maakte, door de FNV gevraagd, in 1995 de overstap naar EURES. De Europa-bacil heeft hem vanaf dat moment niet meer verlaten. Misschien ook niet zo vreemd als je opgroeit aan de Nederlands-Duitse grens en je oma een Belgische is.

Belgische bonden geven voorbeeld

‘Politiek is de discussie over Europa verworden tot een discussie over de buitengrenzen. Ook mijn eigen FNV heeft weinig oog voor de problematiek van de binnengrenzen. Kijk ik naar onze buurlanden dan zie ik helaas hetzelfde beeld, met uitzondering van de Belgische bonden. Natuurlijk, er is een vrij verkeer van werknemers binnen dat ene Europa, maar daarmee heb je het wel zo ongeveer gehad. Tot ver na de pensioenleeftijd blijft de grensarbeider geconfronteerd met de sociale en financiële gevolgen van werken en/of wonen over de grens.’ Een mening die Ger Essers lardeert met voorbeelden van de meest uiteenlopende aard. Zeker, er zijn succesjes geboekt. Zo is de dienstverlening aan grensarbeiders de afgelopen jaren sterk verbeterd doordat de volstrekt gescheiden werelden van belasting en sociale wetgeving dichter bij elkaar zijn gebracht. En Ger is best trots dat hij heeft mogen meewerken aan belangrijke verbeteringen in het Nederlands-Belgische belastingverdrag.

Succesvol was ook de reparatie van het AOW-gat voor vrouwen van grensarbeiders. Goed, dat zijn misschien geen aardverschuivingen geweest, maar toch. Ger Essers: ‘Een werkelijk Europees Sociaal Model komt geen stap dichterbij. Het lijkt er veel meer op dat het bij de besluitvormers en wetenschappers helemaal van het netvlies is verdwenen.’ De realist Essers kan en wil niet om deze conclusie heen. 

Individuele successen

Waar haalt hij dan inspiratie en de energie vandaan om – vaak zeven dagen in de week – in de schaduw van die droom waarin hij niet meer gelooft, te blijven werken? De sleutel tot het antwoord op deze vraag zou wel eens kunnen liggen bij de telefoontjes die in huize Essers dag in dag uit binnenkomen. Dan weer is de voertaal Duits, dan Vlaams en ook wel eens Limburgs of Nederlands.

Ger is uitgegroeid tot spil en vraagbaak in een groot web. Een groot web waarbinnen – al duurt het vaak jaren – voor individuele personen mooie successen geboekt worden. Vervolgens is het zaak om in de comités waarin hij zitting heeft of via politieke contacten, hieraan een structurele vertaling te geven. Daarna komt het er op aan deze voorstellen door de vaak zeer stroperige Europese en landelijke molens te loodsen.

Vele publicaties – waarin Europa en haar grensarbeider centraal staan – zijn inmiddels van de hand van Ger Essers verschenen. Het einde is nog lang niet in zicht! Dat is ook het geval met het telkens heen- en weer treinen tussen Maastricht en Brussel. Vaak onderbroken door reizen die hem over andere grenzen brengen. Met telkens nieuwe ervaringen die hem als een kind zo blij of verdrietig kunnen maken. Gunstig is dat ervaringen zich in snel tempo afwisselen en juist tegenslagen erg snel naar de achtergrond worden verdrongen. Schuilt in die bijna kinderlijke onbevangenheid de kracht van deze voorvechter voor de Europese grensarbeider? Het heeft er ongetwijfeld mee te maken.

Alpenhut

En als er dan ooit dat moment mocht aanbreken dat hij stopt met het schrijven van artikelen, notities en nota’s dan is er stof te over voor mooie boeken waarin zijn Europese ervaringen gebundeld worden. Daarin past dan beslist dat verhaal over die groep Duitsers en Italianen waarvoor hij een inleiding houdt in Brixen in Südtirol (It). ’s Avonds wordt hij uitgenodigd om met de groep in een hut – hoog in de bergen – wat te gaan eten en drinken. De Westduitsers vormen hier al snel het rumoerig middelpunt. Ger zit in een wat donkere hoek aan tafel met enkele ‘Ossies’. Op gedempte toon praat het gezelschap met elkaar hoe – naar hun idee – de wereld er eens zal gaan uitzien. Met het vorderen van de avond gaan ze er meer in geloven. Ger raakt ontroerd door hun verhalen. Het brengt hem in gedachten terug naar de gesprekken die zijn vader en oom in de KAB-tijd, zijn eigen jeugdjaren, thuis in Kerkrade aan de keukentafel voerden over hun dromen. Ook dromen kunnen gelukkig maken. Dromen dichtbij, over de grenzen heen tot daar boven in die Alpenhut in het Brixental.

Dit verhaal is eerder gepubliceerd in Het gezicht van de vakbeweging, Regio Zuid Limburg – oktober 2008