Het geheugen van de vakbeweging

George Poelman
George Poelman – een zeer solide en energiek aanspreekpunt met kennis van zaken.


Standvastig bestuurder van De Eendracht

George Poelman

George Poelman (Hengelo, 29 augustus 1918 – Enschede, 28 augustus 2020) groeit op in het interbellum, de periode tussen de twee wereld­oorlogen. ‘Ik ben gevormd door de jeugdbeweging, de JVO (Jeugdbond voor Onthouding). Die tijd werd gekenmerkt door een pacifistische inslag. Dat pacifisme vergeet je wel als je de Tweede Wereldoorlog hebt meegemaakt. Dat ideaal houdt geen stand als de Duitsers je land onder de voet lopen.’ Hij is enkele tientallen jaren bestuurder bij eerst De Eendracht, later de Industriebond NVV. Hij ontpopt zich tot een zeer solide en energiek aanspreekpunt met kennis van zaken.

Hij komt uit een gezin met twee kinderen. Vader, smid/bankwerker, is werkloos in de crisisjaren, maar eindigt zijn werkzame leven als machinist bij de centrale van Stork. Moeder is huisvrouw. Na zeven klassen lager onderwijs – de lagere school telde toen zeven klassen – wil hij niet, zoals het schooladvies luidt, naar de Mulo maar naar de ambachtsschool om het vak van machinebankwerker te leren. Het wordt de Boddenkampschool in Enschede. Hierna volgt hij een aanvullende opleiding aan de Textiel­school, waarin hij kennismaakt met het spinnen en weven met de bedoe­ling het technisch onderhoud aan machines onder de knie te krijgen.

Zijn eerste werkgever is in 1937 Tricotage Sanders in Amsterdam. Hij werkt mee het bedrijf op te bouwen en machines te installeren. Hij blijft er tot 1941. Na drie maanden werkloosheid treedt hij in 1942 in dienst van Salvo, tricotagegabriek in Hilversum. De Joodse eigenaar wordt met zijn gezin weggevoerd en een Verwalter neemt de leiding over. Naast George werkt er nog een Joodse onderhoudsmonteur met kennis van een specifieke machine. George houdt steeds vol, dat hij die machine niet kan bedienen. Het bedrijf moet van de Verwalter blijven draaien, waardoor George zelf de Arbeidseinsatz ontspringt. Zijn Joodse collega is minstens zo onmisbaar en kan als gevolg daarvan aan het werk blijven. Hij wordt niet weggevoerd.

Fabriekscommissie

George heeft dan Tine Gortmulder (Edam, 1920), leren kennen. Zij is ook lid van de JVO, maar dan van de afdeling Edam. Ze ontmoeten elkaar op een JVO-congres in Amsterdam. Het is liefde op het eerste gezicht. Ze trouwen direct na de oorlog in 1945 en krijgen vier kinderen. Helaas over­lijdt Tine in 2012. George realiseert zich dat zijn schoonvader hem steeds heeft geïnspireerd. Schoonvader is politiek actief en noemt zich een echte rooie.

Al voor de oorlog wordt George lid van de bond. Hij zegt zijn lidmaat­schap op tijdens de oorlog en sluit zich direct na de bevrijding weer aan, bij De Eendracht. Bij Salvo wordt hij lid van de fabriekscommissie, de voorloper van de ondernemings­raad. Al snel wordt hij gevraagd lid te worden van het afdelingsbestuur van De Eendracht in Hilversum. Later wordt hij daarvan voorzitter. Minder plezierig is dat het met het bedrijf Salvo niet goed gaat. De onderneming gaat failliet. De machines worden verkocht aan Breierij Verweij in Hilversum. Het bedrijf neemt ook personeel over, waaronder George en opnieuw is hij verantwoordelijk voor het onderhoud van de machines.

De Eendracht

In 1956 belt de voorzitter van De Eendracht, Theo de Jong, George en vraagt hem te solliciteren naar de baan van bestuurder bij de bond. Dat trekt hem aan maar hij stelt als voor­waarde, dat hij ruimte moet krijgen om de Centrale Kaderschool van het NVV te volgen. Deze opleiding duurt vijf jaar. Zijn eerste standplaats als bestuurder wordt Enschede. Hij gaat er samenwerken met collega Ep Wieldraaijer.

In die tijd zijn in Enschede veel werk­nemers lid van de Eenheids Vak Centrale ( EVC). Voor de Tweede Wereldoorlog kent De Eendracht vele duizenden leden. De opheffing van de bond tijdens de bezetting betekent dat na de oorlog oude leden teruggewonnen moeten worden. Het gaat er soms fel aan toe. De Eendracht heeft het dan moeilijk met het aanstellen van bestuurders in het grootste district Zuidtwente-Oostgelderland. Jan Fahner wordt de eerste bestuurder. Naast hem wordt Ep Wieldraaijer aangesteld. Fahner promoveert tot secretaris van het hoofdbestuur van De Eendracht. George Poelman neemt de plek over van vertrekkend bestuurder Hannink die naar Veenen­daal vertrekt. In 1963 wordt collega-bestuurder Ep Wieldraaijer lid van de Tweede Kamer voor de PvdA. Roel Knobbe en Henny Rönitz1 komen het district versterken. Knobbe wordt later bondspenningmeester van het hoofdbestuur van De Eendracht in Amsterdam.

Blijvertje

Henny Rönitz en George Poelman zijn gedurende een reeks van jaren samen de bestuurders in het district Twente/Oost-Gelderland. Er komt een directiesecretaresse bij ter versterking. Het afdelingsbestuur van De Eendracht in Enschede maakt zich zorgen over de vele bestuurders­wisselingen. Ze vragen aan George: ‘Wanneer ga jij weg?’ George vindt de vele wisselingen ook slecht voor het district en antwoordt: ‘Ik beloof jullie lang in Twente te blijven.’ Die belofte doet hij gestand. In 1978 gaat hij met pensioen als districts­bestuurder van de Industriebond FNV, de opvolger van De Eendracht, met als standplaats Hengelo. Henny Rönitz heeft al eerder te kennen gegeven om persoonlijke redenen niet uit Twente weg te willen gaan.

De afscheidsreceptie van George in verband met zijn pensionering vindt in 1978 ook in Hengelo plaats. Het is een zeer druk afscheid. Hij ontmoet tal van mensen met wie hij heeft samengewerkt, collega-bestuurders (ook van andere bonden), kader­leden, personeelsfunctionarissen, directeuren van ondernemingen en vertegenwoordigers van werkge­versorganisaties. Aan het einde van zijn actieve loopbaan moet hij vast­stellen, dat er in 1957, toen hij begon, 20.000 mensen werkten in de textiel en 5.000 mensen in de confectie. Als hij stopt in 1978 zijn daar nog geen 1.000 arbeidsplaatsen van over.

George is niet het type dat na een actief werkzaam leven achter de geraniums gaat zitten. Hij blijft tot op hoge leeftijd actief. Zo is hij jarenlang lid van het bestuur van zeilschip ‘De Tukker’ in Enschede, een praktijkpro­ject voor randgroepjeugd, en neemt hij actief deel aan het buurtwerk in zijn woondorp Lonneker.

Eerder gepubliceerd in Het gezicht van de vakbeweging in Twente, Stichting VHV, Hengelo, 2015