Het geheugen van de vakbeweging

Wouter van der Schaaf vraagt zich af waar de verbeelding is gebleven

Franse onderwijsvakbondsman André Henry minister van Vrije Tijd

andre-henri_frans-vakbondsman-en-politicus
André Henry, Frans minister van Vrije Tijd van 1981-1983, “Le ministre qui voulait change la vie”

Onlangs heeft François Hollande aangekondigd dat hij niet langer als socialistisch kandidaat de strijd voor het Franse presidentschap wil aangaan. Hij stapt uit de race. Zijn kansen waren overigens nul. De kansen voor rechts en ultrarechts zijn optimaal om in 2017 de tweede en beslissende ronde voor het presidentschap te halen. De rode Franse roos is geknakt. AOb-medewerker  Wouter van der Schaaf vraagt zich af wat er is gebeurd met de macht van de verbeelding. Waar is het mis gegaan?

Terug naar 1981: Ik was nog maar kort betrokken bij het internationale werk van de onderwijsvakbeweging. Onder leiding van de toenmalige voorzitter van de ABOP had ik mijn eerste rondje kennismakingsgesprekken met buitenlandse vakbondsvoorzitters en leidinggevenden net achter de rug. In Frankrijk was de FEN dé grote onderwijsbond. Intern sterk verdeeld, maar naar buiten toe de schijn van eenheid uit alle macht overeind houdend. De verdeeldheid kwam voort uit een verbitterde strijd tussen de communistische en sociaal-democratische vleugels van de bond. En daar tussendoor bewoog zich nog Trotskistische en meer gematigde groeperingen.

Vakbondsverkiezingen werden gehouden langs partijpolitieke lijnen. Grote opwinding maakte zich van elke individuele groepering meester wanneer zij een paar procenten waren gestegen of gedaald in de populariteit bij de leraren. Overwinningen werden gevierd en nederlagen knarsetandend verwerkt.

Rechtse regeringen

Wouter van der Schaaf
Wouter van der Schaaf, AOb-medewerker, auteur van dit artikel

Aan het hoofd van de FEN stond in die dagen André Henry. Hij was van de socialistische stroming en hield alle andere stromingen verre van zich. Alleen door fiks om zich heen te slaan kon je je in Frankrijk als vakbondsman (zelden of nooit -vrouw) staande houden. Harmonie en polderen waren onbekende fenomenen in de Franse vakbeweging. Ook die van de leraren. André Henry was een man met gezag. Maar dan alleen binnen zijn eigen bond, want qua invloed op overheidsbeleid was het al jaren slecht gesteld. Tijden achtereen hadden de bonden te maken met rechtse regeringen. Die van Pompidou en Giscard d’Estaing.

Tot die fameuze presidentsverkiezingen van 1981. Tot ieders verrassing won de socialist François Mitterand de presidentsverkiezingen. Links gaf zich over aan een massale uiting van waanzinnige vreugde. Eindelijk zouden de linkse beloften en plannen, wensenlijstjes en ´de verbeelding´ kunnen worden uitgevoerd. Zeker met een energiek – en gewiekst – powerhouse als Mitterand. Een nieuwe tijd zou aanbreken. En voor iedereen een 35-urige werkweek die gepaard zou gaan met een hogere productie.

Ministerie de temps libre

Als onderdeel van ´de verbeelding´ zou met de komst van Mitterand zou nog een grootse wens in vervulling gaan: de schepping van een “Ministere de temps libre”, een ministerie van vrije tijd. Het zou “une action de promotion du loisir vrai et créateur et de maîtrise de son temps.” Iedereen zou meester worden van zijn vrije tijd. En het was aan de overheid om daar richting aan de te geven.

Sport, toerisme, cultuur stonden centraal. Voor dat alles was ook een minister nodig. En dat werd niemand minder dan André Henry, de leidsman van de onderwijsbond. Henry had geen seconde bedenktijd nodig. Twee jaar lang leidde hij het ministerie. Al die tijd moest hij tegen de stroom inroeien. Sarcasme was zijn deel in de media, de ambtenaren vonden het allemaal maar rare nieuwlichterij, de economische omstandigheden verslechterden.

Bij een herschikking van het kabinet in 1983 kwam zijn naam niet meer voor. André Henry kreeg meer vrije tijd dan hij zelf gewenst had. Niet veel later werd ook het ministerie zelf opgeheven. Het einde aan een politieke carrière van een dynamisch vakbondsman. Het einde aan een socialistisch  ideaal van sturing. Hij schreef er nog een boekje over : “Le ministre qui voulait change la vie.” De minister die het leven wilde veranderen. Leven, werken, vrije tijd.

Misschien toch niet een gek idee om in deze tijden die drie elementen van leven – werken – vrije tijd nog eens goed te overdenken. Niet opgetuigd met een ministerie, wel als onderwerp van discussie in tijden van ratrace en burn-out, in tijden van zoeken naar een betere balans tussen leefomstandigheden van mensen met veel geld en weinig vrije tijd en mensen met weinig geld en veel vrije tijd. André Henry is inmiddels de tachtig gepasseerd. Hij zal er vast iets boeiends over kunnen vertellen.

Wouter van der Schaaf

December 2016