Het geheugen van de vakbeweging

Frans Vroemen

Aalmoezenier-nieuwe-stijl

Frans Vroemen (Geleen, 1933) groeit met vier broers en drie zussen op in een agrarisch gezin in de kern van Oud-Geleen. Na zijn priesterwijding in 1958 is hij een aantal jaren kapelaan in enkele Limburgse parochies, pastoraal opbouwconsulent in de Oude Mijnstreek en vervolgens van 1972 tot 1998 aalmoezenier van Sociale Werken. Vrij snel daarna volgt zijn benoeming tot vicaris van het bisdom Roermond. Frans woont sinds 1972, samen met huisgenote, steun en toeverlaat Marga Op den Camp aan de rand van de Sittardse binnenstad.

Frans Vroemen, aalmoezenier van Sociale Werken, 'een gezicht van de vakbeweging in Zuid Limburg'Frans Vroemen, aalmoezenier van Sociale Werken, ‘een gezicht van de vakbeweging in Zuid Limburg’

Staan naast mensen

Toenmalig FNV-voorzitter Lodewijk de Waal zei het bij het afscheid van Frans Vroemen als aalmoezenier in 1998 zo: “Frans Vroemen had, zoals anderen gedaan hebben, ook anders kunnen kiezen. Frans heeft echter gekozen voor de gewone mensen, werknemers en uitkeringsgerechtigden, voor mensen waar ook de FNV voor staat. Niet in de leidende rol van de aalmoezeniers, waarover gesproken wordt in het Gouden Boek van de KAB, maar in de dienende rol, die past bij een priester van deze tijd. Staan naast mensen die dat nodig hebben, meehelpen de broodnodige solidariteit in onze samenleving te organiseren.” Een typering die, op de keper beschouwd, weinig aanvulling behoeft. Aan de verwezenlijking van de aloude vakbondsidealen heeft Frans Vroemen als aalmoezenier maar ook als overtuigd FNV-lid, op vele niveaus mee gestalte gegeven: landelijk, regionaal en plaatselijk. De overgangsrol – voorheen de aalmoezenier die een leidende positie inneemt naar later de aalmoezenier die ‘aanschuift bij mensen’ – is indertijd uitstekend vervuld door hoofdaalmoezenier Frans Sampers. Frans Vroemen is degenedie de nieuwe rol verdiept en er op alle niveaus invulling aan geeft. Daarnaast is de laatste op vele andere fronten bestuurlijk actief, zoals in het welzijnswerk, in onderwijs en opleiding, in vrouwen- en ouderenorganisaties. De werkdagen zijn vaak lang, de nachten kort.

Keuzes durven maken

Zijn benoeming tot aalmoezenier van Sociale Werken is een droom die uitkomt. Volop de kans krijgen en pakken om te werken aan mondigheid van mensen, vanuit een functie op het snijvlak van Kerk en Samenleving. Hij geeft les aan de Sociale en Mediale School van het NKV, nadien de Vakbondsschool van de FNV. Is present op afdelingsvergaderingen van bonden en vakcentrale. Niet om te zeggen hoe het moet, maar om samen na te denken hoe het zou kunnen. Hij ondersteunt ten tijde van het fusieproces van NVV en NKV, samen met collega-aalmoezeniers nadrukkelijk het samengaan van beide vakcentrales. “Geloof en levensovertuiging, zijn prima als inspiratiebron voor vakbondshandelen, maar dienen hierin geen scheidslijn te vormen.” Deze opstelling vormt een enorme steun in de rug voor bestuurders van bonden en vakcentrale die in die periode in Limburg in de frontlinie staan: Luc Geurts, Gijs Ponsen, Wiel Friedrichs en Mat Janssen. Natuurlijk zijn er aanvankelijk in NVV-kring kaderleden die aalmoezenier Frans Vroemen maar een ‘rare snuiter’ vinden. Nadien wordt hij juist door mensen die aanvankelijk hun twijfels hadden, op handen gedragen. Frans wordt lid van de landelijke commissie VML (Vakbeweging, Maatschappij en Levensbeschouwing) en ook in de provinciale beleidsorganen schuift Frans vrij snel aan: districtsbestuur, DAC Arbeidsmarktbeleid en DAC VML. Van laatstgenoemde commissie is hij vele jaren secretaris. Het is niet vreemd dat hij zich met name in de VML-commissie als een vis in het water voelt. “Hard werken, scherp discussiëren, maar samen ook hartelijk kunnen lachen. Juist in zo’n commissie moet je de discussie heel fundamenteel kunnen voeren, positie durven innemen, maar er altijd op gericht zijn er samen uit te komen. Mooie tijden,” zegt hij daarover. Vele jaren vertegenwoordigt Frans Vroemen Limburg in DISK (Dienst in de Industriële Samenleving vanwege de Kerken). DISK ondersteunt het plaatselijk en regionale arbeidspastoraat en voert regelmatig overleg met de leiding van kerken, werkgeversorganisaties, vakbeweging en politieke partijen.

Polderen langs de Maas

Frans is een fervent voorstander van het Poldermodel. “Het is in deze tijd hét model om vakbondsidealen dichterbij te brengen. Je zult telkens – dat geldt overigens voor alle partijen in de samenleving – je strategie en middelen moeten aanpassen aan de tijdsomstandigheden. Polderen betekent niet dat je altijd de confrontatie uit de weg moet gaan.” Eigenlijk heeft Frans zijn hele leven niks anders gedaan dan ‘polderen’; weliswaar niet in de polder, maar langs de boorden van de Maas in Limburg: als jong kapelaan in Elsloo, als aalmoezenier en nu als vicaris van het bisdom.

Nieuwe taken

Frans is ook binnen het bisdom ‘breed inzetbaar’. Direct na zijn terugtreden als aalmoezenier van Sociale Werken (hij is dan 65) krijgt hij de opdracht van de bisschop om de herstructurering en revitalisering van de parochies in het bisdom ter hand te nemen. Vrij snel daarna wordt hij benoemd tot vicaris van het bisdom. Naast eerdergenoemde taak wordt hem de zorg voor zieke en oude priesters en diakens toevertrouwd en is hij veelvuldig op pad om in parochies het Vormsel toe te dienen. Ook bij hen schuift Frans op de van hem bekende wijze aan. Dat aanschuiven doet hij, in de nog steeds beperkte vrije tijd, ook graag in familiekring en bij vrienden. En vrienden heeft hij vele gemaakt, ook binnen de vakbeweging. Hij heeft vaak heel nauw samengewerkt met bestuurders van bonden en vakcentrale die in de 25 jaar van zijn aalmoezenierschap in Limburg actief waren. In 1995 wordt hij vanwege zijn grote maatschappelijke verdiensten benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje Nassau. In 2005 krijgt dit een kerkelijk vervolg met zijn benoeming tot kapelaan van de Paus. Vanaf dat moment mag hij de titel monseigneur voeren. Voor velen binnen en buiten de vakbeweging blijft het gewoon Frans. Frans die als geen ander al die jaren de inleidende woorden uit het visieprogramma van het NKV (1975) in praktijk heeft gebracht. ‘Ieder mens is geroepen tot vrijheid, mondigheid en zelfontplooiing, ook al kan hij niet steunen op macht. Dit betekent dat we strijdbaar willen zijn. Gerechtigheid is deze strijd waard!’
Eerder gepubliceerd in Het gezicht van de vakbeweging in Zuid Limburg II – oktober 2010