Het geheugen van de vakbeweging

Pieter van Hooijdonk: … de FNV moet meer als eenheid opereren. Dat is de bedoeling van die nieuwe, ongedeelde FNV. Laten we dat ook waarmaken…

Onder Dak! – FNV Bouw 1982-2015

Pieter van Hooijdonk:

‘FNV MOET ZICH MET BRANIE EN BRAINS VOORBEREIDEN OP ACTIE’

‘De hand die den kwast houdt, kan ook een vuist maken!’ Het actie-affiche uit de jaren twintig van de vorige eeuw van de toenmalige Nederlandsche Schildersgezellenbond klonk nogal dreigend. Maar, anders dan hun collega’s op de bouwsteiger, hebben de schilders in de geschiedenis van de vakbeweging nooit vooropgelopen als het ging om actievoeren. Bij cao-conflicten lieten ze zo nu en dan hun tanden zien, in de jaren negentig kwam het enkele keren tot een staking maar verder bleef het vooral bij het dreigen met staking.

OP DE BARRICADE

In 2016 moesten de schilders echt aan de bak om te voorkomen dat hun arbeidsvoorwaarden op een glijdende schaal de diepte in zouden roetsjen. En zo stond het Schiedamse kaderlid Pieter van Hooijdonk (61) van FNV Bouw plotseling als staker op de barricade. Niet zijn ding. ‘Ik ben iemand die altijd probeert zijn best te doen voor het bedrijf maar nu kon het gewoon niet anders’, zegt de calculator, al sinds 1970 in dienst bij Schults Schilders. ‘De werkgevers flikten ons een kunstje dat we niet over onze kant konden laten gaan. Ik ga altijd uit van de redelijkheid van alle partijen: we hebben in dit land tientallen jaren gepolderd en we zijn er altijd samen uitgekomen. Maar dat kan kennelijk niet meer.’

‘MODERNE’ CAO

In heel 2015 en een deel van 2016 werd door de werkgevers, verenigd in OnderhoudNL, en de bonden van FNV en CNV tevergeefs onderhandeld over een nieuwe schilders-cao. De werkgevers opteerden voor een ‘moderne cao’. Dat bleek te betekenen: een contract met verslechteringen op alle fronten. Seniorendagen moesten worden ingeleverd, arbeidstijden verruimd, reisuren versoberd, de beloning voor leerlingen verlaagd en méér flex in plaats van minder. Allemaal tegen het zere been van de werknemers. De bonden weigerden daarin mee te gaan en de werkgevers kwamen met een eindbod onder het motto: slikken of stikken. Toen de bonden dat afwezen, nam OnderhoudNL een even opmerkelijke als verraderlijke stap door zich te wenden tot de Landelijke Belangenvereniging (LBV), een club die zich opstelt als vakbond en grossiert in het afsluiten van cao’tjes. Met de LBV lag er in een mum van tijd een ‘moderne’ schilders-cao op tafel.

VAKBOND BUITENSPEL

‘Daarmee’, zegt Van Hooijdonk, ‘kregen we niet alleen een pakket aan verslechteringen door de strot geduwd maar werd ons ook de zeggenschap over onze eigen cao uit handen geslagen. OnderhoudNL dacht echt de vakbond maar eens buitenspel te zetten. De werkgevers begrepen kennelijk niet dat ze daarmee hun eigen branche onderuit halen. Wat blijft er zo op termijn van ons vak over? Wie wil er nog als schilder werken als daar steeds minder tegenover staat? Een bedrijf dat nog investeert in zijn mensen, heeft het nakijken. En het alternatief is: meer goedkope flexwerkers binnenhalen, waarmee het vakmanschap verdwijnt. De leden, zo bleek tijdens ledenraadplegingen, waren het met ons eens. We moesten onze poot stijf houden.’

In het najaar van 2016 begonnen de schilders met acties, die ook in 2017 en tot het ter perse gaan van dit boek nog doorliepen. Er werd van alles uit de kast gehaald: demonstraties, manifestaties, werkonderbrekingen en ook echte stakingen. Bij Schults Schilders legde een tiental schilders het werk neer; Van Hooijdonk deed als enige uta-collega mee. ‘Het deed pijn’, zegt hij, ‘maar het moest. Ik zit zelf in de sectorraad Bouw van de bond en het was de consequentie van onze opstelling daar. Op zich liep ik niet zo’n groot risico, met mijn staat van dienst konden ze me niet zoveel maken. Maar de sfeer in het bedrijf werd er wel meteen slechter van. Er kon ineens geen goedemorgen meer af.’

SAMEN OPTREKKEN

Wat Van Hooijdonk dwars zit, is dat er nogal ad hoc actie werd gevoerd. Een heldere lijn ontbrak. ‘Dat moet anders. We moeten daar, met branie en brains, goede vormen voor ontwikkelen. Er moet een draaiboek klaarliggen dat we, indien nodig, uit de kast kunnen trekken. Ik heb daar al eerder voor gepleit maar ik ben ook in de sectorraad nog een roepende in de woestijn. Men is bij de vakbeweging te voorzichtig geworden tijdens die tientallen jaren polderen. Ze leggen het liefst elke actie eerst aan een jurist voor. Nou, dan kom je niet ver. Ik ben geen brandstichter maar ik vind dat de FNV militanter moet worden als de werkgevers zich zo negatief opstellen. Dat maakt de bond ook aantrekkelijker voor nieuwe leden.’

De FNV moet, vindt Van Hooijdonk, meer als eenheid opereren. Niet elke sector zijn eigen boontjes laten doppen. ‘Dat was nou juist de bedoeling van die nieuwe, ongedeelde FNV: samen optrekken, elkaar vasthouden. Ik heb me daar als ambassadeur sterk voor gemaakt. Laten we dat nu ook waarmaken.’