Het geheugen van de vakbeweging

“De magische grens van 100.000 leden is overschreden. Dat wordt vervolgens op 15 april 1967 op grootscheepse wijze gevierd in het RAI-congrescentrum te Amsterdam.”

Van 100 duizend naar ‘boven de 200 duizend’ leden

Feest bij de Abva

Wat winst is voor een onderneming is de hoogte van het ledental voor een vakorganisatie. Maart 1967 bereikt de bij het Nederlands Verbond van Vakverenigingen (NVV) aangesloten  Abva (Algemene Bond van Ambtenaren) een mijlpaal. De magische grens van 100.000 leden wordt overschreden. Dat wordt vervolgens op 15 april op grootscheepse wijze gevierd in het RAI-congrescentrum te Amsterdam. Meer dan 1200 feestgangers – kaderleden met hun echtgenoten – genieten van muziek en cabaret en laten zich de heerlijke maaltijd goed smaken. De bond denkt ook aan goede doelen: NOVIB en Koningin Wilhelminafonds mogen samen 100.000 gulden delen. We zijn er nog niet: in het trappenhuis van het hoofdbestuurskantoor in Den Haag krijgt elke etage een lichtornament met verlichting. Het is een geschenk van alle Abva- en ACOP-medewerkers en bondsbestuurders aan zichzelf ter gelegenheid va het bereiken van de mijlpaal. In het jaarverslag lezen we dat het `t hoofdbestuur grote voldoening gaf dat de groei ook na 1 maart 1967 gelijkmatig doorging.

Er bestaat natuurlijk een relatie tussen het ledental en de belangenbehartiging. Hoe meer leden, hoe sterker de vakbond is, hoe meer kracht de bond kan uitoefenen. In de jaren zestig was de ambtenarenvakbeweging overigens met handen en voeten gebonden aan spelregels geënt op de zogeheten status van de ambtenaar. De ambtenaar was een dienaar van de overheid. Staken of zelfs maar het dreigen daarmee was uitgesloten. Van onderhandelen over de arbeidsvoorwaarden was geen sprake, die werden eenzijdig door de werkgever vastgesteld. Overigens wel na het wettelijk voorgeschreven overleg met de bonden. Befaamd is de uitspraak van Arie van Rossen, destijds voorzitter van de Abva en de ACOP (de Algemene Centrale van Overheidspersoneel, met naast de Abva ook andere NVV-bonden van overheidspersoneel, politie, militairen): “ons eerste woord is overleg, ons tweede woord is overleg, ons derde woord is overleg en wat ons betreft is ook ons laatste woord overleg”.

Voorpagina Jaarverslag ABVA 1966-1967

Van Rossen was overigens beslist geen bange man. Klein van gestalte, maar voor geen kleintje vervaard; oogde als een vechtersbaas met een intelligente, vastberaden, zelfbewuste uitstraling; een krachtige tegenspeler van de fysiek boven hem uittorende minister van Binnenlandse Zaken Edzo Toxopeus. In 1988 zal Van Rossen het eerste exemplaar van zijn autobiografie Machtige jaren aan Toxopeus overhandigen. Bij de feestgangers in april 1967 treffen we ook Jaap van de Scheur, dan 40 jaar oud, afdelingsbestuurder in Rotterdam. Hij was op 1 januari 1959 in dienst gekomen van de bond. 1 december 1967 voegt ook Hans Pont – nog maar 29 jaar – zich bij het korps bezoldigden. Pont maakt een bliksemcarrière. Nog geen drie jaar later maakt hij al deel uit van het dagelijks bestuur; de oudere en langer bij de Abva werkende Jaap van de Scheur treedt vijf jaar na hem, om precies te zijn op 12 juni 1974 toe tot het hoofdbestuur en het dagelijks bestuur. Nederland leert dit duo bij de massale acties, demonstraties en stakingen van het overheidspersoneel in het najaar van 1983 kennen.

In het voorjaar van 1979 wordt de grens van 200.000 leden gepasseerd. De voorzitter van de Abva Jan Dutman is er reuzeblij mee. Deze keer geen gejubel in de Rai, maar een extra feestelijke uitgave van het bondsblad De ambtenaar. Voorts schenkt de bond het steunfonds van het PSI een bedrag van honderdduizend gulden. PSI staat voor Population Services International, een wereldwijd vertakte organisatie die zich richt op het verbeteren van de gezondheid in ontwikkelingslanden. Ter gelegenheid van het bereiken van deze nieuwe mijlpaal worden stickers en lucifersdoosjes, voorzien van de tekst “ABVA, 200.000 leden” onder de leden verspreid. Een tekst die al snel wordt gewijzigd in “ABVA, meer dan 200.000 leden”. De toestroom van al die nieuwe leden – vooral ook uit de welzijnssector waar voor het eerst een collectieve arbeidsovereenkomst is afgesloten – is te danken aan het verzet van de Abva tegen aanvallen op de rechtspositie en de bezuinigingen op de arbeidsvoorwaarden van ambtenaren die in dit decennium beginnen. Het bondsbestuur en het kader zetten zich scherp af tegen het kabinet Van Agt-Wiegel  (1977-1981). Van de tweede voorzitter van de bond Jaap van de Scheur is de befaamde uitspraak ten tijde van Bestek ’81 in het geheugen blijven hangen, “Als het  kabinet voor is, zijn wij tegen”. Het is een spannende cliffhanger voor wat nog komen gaat.

Harry Peer

mei 2019