Het geheugen van de vakbeweging

Evert Kupers

Evert Kupers, geboren in 1885 in een kleermakersgezin, komt op dertienjarige leeftijd in het kledingbedrijf terecht. Vader Kupers is een uitstekend maatkleermaker, maar moet, net als zo velen van zijn vakgenoten, werk aanvaarden van een engros-confectiezaak.

Evert KupersEvert Kupers

De lonen zijn erbarmelijk; de behandeling is slecht. De werktijden zijn schier onbeteugeld. Het gezin Kupers ondergaat de armoede, die de massaproductie de thuiswerkende kleermaker brengt. Als de jonge Kupers zich in 1901 onder het gehoor bevindt van Roosje Vos en F.U. Schmidt op een openluchtmeeting is hij daar zo van onder de indruk dat hij zich aanmeldt bij Socialistische Jongelieden-Vereeniging “De Zaaier”. Na korte tijd is hij de secretaris en enige tijd later de voorzitter van deze jongeliedenvereniging. Zodra dat kan – op achttienjarige leeftijd – sluit hij zich aan bij de SDAP. Kupers wordt in datzelfde jaar lid van Vooruitgang door Broederschap en al spoedig is hij de secretaris van deze vereniging. Kupers heeft een actief aandeel in de staking van de Groninger kleermakers in 1903 en dat leidt er toe dat hij in 1904 gekozen wordt in het hoofdbestuur van de Bond in de Kledingindustrie. In 1907 treedt Kupers in bezoldigde dienst van zijn bond en verhuist naar Amsterdam. In 1909 trouwt Kupers met Marie Thönissen, bestuurslid van de naaistersbond “Allen Een”.
Onder leiding van Kupers groeit de kleermakersbond en weet de organisatie de arbeidsvoorwaarden in de kledingindustrie te regelen en te verbeteren. In 1915 stapt Kupers over naar het NVV. In de eerste jaren gaat zijn bemoeienis vooral uit naar de steunregelingen voor werklozen. In 1919 wordt hij secretaris in het NVV-bestuur en redacteur van de “De Vakbeweging”. In 1928 wordt Kupers tot voorzitter van het NVV gekozen en zal tot aan zijn pensioen in 1949 blijven.