Het geheugen van de vakbeweging

Ep Wieldraaijer (1927-2017) – Voor mij geldt nog steeds de oude vakbondsleus ‘Alleen bereikt ge niets. Maar samen alles!’

Vakbond, politiek en bestuur, een mooi drieluik

Ep Wieldraaijer (1927-2017)

Op 16 februari 2017 is Ep Wieldraaijer ) in Enschede overleden. Wieldraaijer (Borne, 1927) heeft een indrukwekkende carrière mogen opbouwen die is begonnen in de vakbeweging.. De autodidact en oudste van een gezin met zeven kinderen begint zelf in de textiel, wordt bestuurder bij De Eendracht, komt voor de PvdA in de Tweede Kamer en later in het Europarle­ment. Daarna wordt hij wethouder in Almelo om zijn beroepsleven af te sluiten als burgemeester van Avereest. In Twente heeft hij zich altijd thuis gevoeld.

Zijn vader Jan Wieldraaijer is textiel­arbeider bij Spanjaard in Borne en lid van het CNV. Moeder Johanna Kemper werkt daar ook. Tot haar trouwen dan, daarna mag (moet) ze thuisblijven en neemt de zorg voor het gezin voor haar rekening. Dat gezin telt zeven kinderen. Ep is de oudste. Na zeven klassen lager onderwijs en de Wilhelminaschool, de fabrieksschool van Stork in Hengelo (O), werkt Ep van 1941 tot 1944 bij dit bedrijf. Het eerste jaar is hij loopjongen, daarna is hij leerling machinebankwerker. In de avond­uren krijgt hij de nodige scholing en vorming. Zo volgt hij een Teken­school en is hij actief in bestuursfunc­ties in het CJMV. Na Stork werkt hij ongeveer een jaar als kaartenmaker in de weverij van Spanjaard in Borne.

Tijdens zijn militaire dienstplicht verblijft hij twee jaar als sergeant (foerier) in Indonesië. In 1951 trouwt hij met Elsje Wisman, ook geboren in Borne. Ze krijgen een zoon en een dochter. Helaas overlijdt Elsje in 2006.

Bestuurder De Eendracht

Op 1 april 1951 treedt Ep in dienst van NVV-bond De Eendracht, met standplaats Enschede. Na twee jaar bode/beambte wordt hij bestuurder en houdt hij zich voornamelijk bezig met de textielsector. Zijn collega, die hem ook voor zijn aanstelling bij De Eendracht heeft voorgedragen bij het hoofdbestuur, is Jan Fahner. Ep volgt de Centrale Kaderschool van het NVV en sluit die opleiding af met de scriptie ‘Enkele sociaalecono­mische aspecten van een variabele werktijdregeling in een loonfinishing­bedrijf’.

In die tijd floreert de textielindu­strie. Uit eigen werkervaring weet hij van de hoed en de rand. Voor de Tweede Wereldoorlog waren er schrijnende toestanden zoals uitslui­tingen bij stakingen. Er moet iets gedaan worden om de verhoudingen tussen werknemers en werkgevers te verbeteren. Nieuwe arbeids­verhoudingen zijn nodig. Ook – of juist – personeelsfunctionarissen zien het belang van het verbeteren van de onderlinge verhoudingen en werken er volop aan mee. Tegen die maatschappelijke achtergrond past ook de komst van de Wet op de Ondernemingsraden (WOR) in 1950. De wet brengt veel werk mee voor de vakbonden. De infor­matievoorziening natuurlijk, eigen standpuntbepalingen, ondersteuning en bijvoorbeeld het zoeken naar kandidaten voor de OR-verkiezingen. De arbeidsverhoudingen verbeteren. Vakbond De Eendracht betrekt bij de scholing van de ondernemingsraad­leden met opzet personeelsfunctio­narissen van textielbedrijven.

In de jaren zestig raakt werkclas­sificatie in zwang. Functies worden beschreven en ingedeeld in loon­klassen. De textielindustrie kent een tekort aan personeel. Vaak betalen bedrijven meer dan gebruikelijk om aan (nieuwe) werknemers te komen. In de praktijk blijkt dat bij de invoering van de werkclassificatie een flink aantal mensen er finan­cieel op achteruit gaat. Dat leidt tot trammelant in de bedrijven en zelfs tot stakingen. Vaak passen de fabri­kanten de verschillen maar bij om de onrust weg te nemen.

Ep Wieldraaijer als PvdA-Kamerlid, bij een interpellatie over massa-ontslag bij AKZO (1975)

Tweede Kamer

Het gewestelijk bestuur van de Partij van de Arbeid zoekt in 1963 kandidaten voor de Tweede Kamer. Ep, lid van het bondsbestuur van De Eendracht, wordt gekozen en wordt parlementariër. In die jaren zijn zes van de 38 leden tellende PvdA-fractie vakbondsbestuurder, daaronder ook Dirk Roemers. Ze combineren het vakbondswerk met het werk in de Kamer. Ep krijgt o.a. het personeelsbeleid bij het Ministerie van Defensie in zijn portefeuille. Eerste woordvoerder in de fractie over defensie is dan oud-kolonel Wiebe Wierda. Als Ep bij de begrotingsbehandeling in 1964 zijn bijdrage toelicht in de fractie merkt fractievoorzitter Roemers op: ‘Ik heb zelden zo’n consistent verhaal over defensie gehoord’. Een mooie opsteker voor een beginnend Kamerlid.

Het combineren van Kamerwerk en vakbondswerk blijkt voor Ep Wiel­draaijer een onmogelijke opgave. In 1964 bedankt hij bij De Eendracht. Hij krijgt als kamerlid overigens wel – niet zo verwonderlijk – met veel zaken te maken die direct aansluiten bij zijn vakbondsverleden. Als frac­tielid, met werkgelegenheid in zijn portefeuille, is de teloorgang van de textielindustrie uiterst actueel. Zo spelen dan de faillissementen van Van Heek & Co. en van de KNTU. Daarvoor nog heeft hij zich – samen met Joop den Uyl – bezig gehouden met de sluiting van Werkspoor in Utrecht en van Metaalbedrijf Beimers in Haarlem.

In 1966 verschijnt de Nota Katoen-en Linnenindustrie. De PvdA bepleit eenzelfde structuurplan als voor de Mijnindustrie: afbouwen en nieuwe werkgelegenheid aantrekken. Daar past een ingrijpende verbetering bij van de infrastructuur van Twente, waaronder het versneld aanleggen van de A1 van Amersfoort naar Twente. Het mag allemaal niet baten. De werkgelegenheid in de textiel is de voorgaande jaren als sneeuw voor de zon verdwenen. In 1951 telt de textiel in Enschede en Almelo ca. 20.000 arbeidsplaatsen, in 1990 zijn er daarvan slechts 1.000 arbeidsplaatsen over. In die achter­haalde jaren werkt maar liefst twee derde van de beroepsbevolking in Enschede in de industrie, waarvan twee derde in de textielindustrie.

Zijn vakbondservaringen met de invoering van de WOR komen hem in 1971 bij de kamerbehandeling van de herziening van de wet goed van pas. Ep kan een groot aantal amen­dementen indienen op basis van ervaringen van Twentse onderne­mingsraadleden. Via bestuurder Jo Abbenhues van de Industriebond NVV worden bijeenkomsten met deze OR-leden georganiseerd. Ep kan de informatie gebruiken in de Kamerdebatten. In 1973 en 1974 is hij voor de PvdA lid van het Europees Parlement. Hij werkt daar samen met Schelto Patijn, de latere burge­meester van Amsterdam, en met Arie van der Hek en Jan Broeks.

Wethouder en burgemeester

Na 11 jaar Kamerwerk wordt hem in 1973 gevraagd lijsttrekker te worden van de PvdA in Almelo. Na de gewonnen gemeenteraadsver­kiezingen wordt hij wethouder. In 1978 volgt zijn benoeming tot burge­meester van de gemeente Avereest. In 1988 als er zich een gemeente­lijke herindeling voordoet, stopt hij met dit werk en verhuist hij naar Enschede. Ook na zijn pensionering blijft hij actief. Zo is hij van 1989 tot 1992 voorzitter van het Regionaal Bestuur Arbeidsvoorziening Twente en van 1994 tot 2005 voorzitter van de Seniorenraad van de gemeente Enschede.

Met oudgedienden uit de PvdA organiseert hij eens in de zes weken gespreksgroepen in landelijk Buurse, in het zomerhuisje ‘De houten pet’, waarnaar de groep wordt genoemd. Hij verricht verder vrijwilligerswerk bij voetbalclub De Tubanters in Enschede was.

Alles samen

Wat beweegt Ep Wieldraaijer om zo bezig te zijn in de vakbond, de poli­tiek en het bestuur? ‘Ik heb geleerd, dat opkomen voor de zwakkeren in de samenleving belangrijk is. Als je uitgaat van gelijkwaardigheid van mensen moet je dat ook in de maatschappij zo regelen. Ik heb een hartgrondige hekel aan discriminatie. Mijn zoon en mijn dochter heb ik geprobeerd dat mee te geven. In mijn vakbondsperiode heb ik veel voordeel gehad van mijn kennis van het dialect. Hierdoor had ik in Twente altijd gemakkelijk contact. Voor mij geldt nog steeds de oude vakbondsleus Alleen bereikt ge niets. Maar samen alles!’

Eerder gepubliceerd in Het gezicht van de vakbeweging in Twente, Stichting VHV, Hengelo, 2015