Het geheugen van de vakbeweging

Elske ter Veld (1944-2017)
Elske ter Veld (1944-2017)

Vakbondsvrouw in hart en nieren

Elske ter Veld  1944-2017

Elske ter Veld werd in september 1981 voor de PvdA in de Tweede Kamer gekozen. Haar politieke loopbaan  eindigde in 2003 met het afscheid van de Eerste Kamer. Voor die tijd werkte zij 9 jaar voor de vakbondsvrouwen. Het aandeel vrouwelijke leden van de NVV-bonden nam in die periode toe van 8% tot 12,5%.

Elske ter Veld volgde Nel Tegelaar op bij het NVV Vrouwensecretariaat, toen Tegelaar als eerste vrouw in het NVV Verbondsbestuur werd gekozen. Begonnen als vormingsleidster werkende jeugd in Assen (1968-1970), gevolgd door 2 jaar club- en buurthuiswerk in Groningen, werd Elske ter Veld in juli 1972 hoofd van het NVV-Secretariaat voor Vrouwelijke Werknemers te Amsterdam. Er waren 70 sollicitanten, het vrouwenwerk bij het NVV was de pioniersfase voorbij en genoot  zowel binnen als buiten de vakbeweging intussen enige bekendheid. Maar er viel nog een wereld te winnen als het ging om afstemmen van bondsbeleid op àlle werknemers inclusief vrouwen, ter realisatie van wetgeving rond gelijke behandeling – loon, uitkeringen en het recht daarop – en om het activeren van vrouwelijke leden. Voor de schaarse bezetting van het Vrouwensecretariaat eigenlijk te veel om allemaal tegelijk te behappen.

Emancipatiecommissie

Voor Ter Veld lag het accent op beleid. Net als Tegelaar  richtte zij zich op het Haagse circuit. Zij zat in het bestuur van de Stichting van de Arbeid en nam deel aan verschillende commissies van de SER en het Ministerie van Sociale Zaken. Van 1975-1980 was Ter Veld lid van de Emancipatiecommissie. Dat het NVV deze weg verkoos om gelijk loon voor gelijke arbeid dichterbij te brengen was niet toevallig. In veel sectoren waren de mannen – zowel de bestuurders als de kaderleden – er maar moeilijk van te overtuigen dat economische zelfstandigheid voor iedereen, ongeacht man of vrouw, te verkiezen was boven het principe dat de kostwinner het gezinsloon moest kunnen verdienen.  De visie van de vakcentrale was toen dat eerst de wetgeving moest worden aangepast. Bovendien, veel vrouwen werkten toen in laagbetaald ongeschoold werk of hadden een parttime baan en vielen vaak buiten de cao.

Het Vrouwensecretariaat concentreerde zich naar buiten toe op de strijd voor gelijke beloning, tegen discriminatie op het werk en voor gelijke rechten op pensioen en sociale zekerheid. Ter voorbereiding van het Internationale Jaar van de Vrouw 1975, had de Nederlandse regering een Nationale Commissie ingesteld. ‘Op verzoek van de minister van CRM nam Elske ter Veld daarin voor de vakbeweging zitting’, meldt het NVV Jaarverslag over 1974 trots. In 1975 werd eindelijk de Wet Gelijk Loon voor mannen en vrouwen (WGL) van kracht, een jaar later gevolgd door de Wet Ontslagverbod bij huwelijk en gedurende zwangerschap en bevalling.

Internationale activiteiten

Ter Veld was ook internationaal actief. In het voetspoor van Tegelaar was zij enige tijd voorzitter van de vrouwencommissie van het IVVV. Ter Veld nam deel aan de in 1973 opgerichte commissie vrouwenarbeid van het Europees Verbond van Vakverenigingen (EVV). In 1979 werd zij voorzitter van deze commissie. Als voorzitter van de werknemersgroep in een van de technische commissies van  de Internationale Arbeidsorganisatie (IAO)  kon Elske ter Veld in 1981 haar stempel drukken op een Verdrag en een Aanbeveling over Gelijke kansen en behandeling van werknemers met gezinsverantwoordelijkheid. In Nederland was de FNV via de SER betrokken bij een adviesaanvrage aangaande deze problematiek.

Het Vrouwensecretariaat opereerde op twee fronten. Enerzijds was het een beleidsafdeling met als doel andere beleidsafdelingen, zoals arbeidsvoorwaarden, arbeidsomstandigheden en sociale zekerheid, kritisch te volgen en van verbetervoorstellen te voorzien. Tegelijkertijd werkte het Vrouwensecretariaat aan scholing en vorming van vrouwelijke leden en aan bewustwording van mannen en vrouwen binnen het NVV. Samen met de Vrouwenbond organiseerde het in 1973/74 een discussieproject over rolpatronen en mentaliteitsverandering, Rol ’s om. In meer dan 50 groepen door het hele land werd gesproken over de plaats van de vrouw in arbeidsproces en maatschappij. Hier werden wensen geformuleerd, gericht op de combinatie van betaald werk en zorgarbeid: betaalbare kinderopvang, meer scholingsmogelijkheden voor vrouwen en verlof na geboorte en bij ziekte. In 1976/77 volgde een brede discussie over discriminatie op de arbeidsmarkt toen bleek dat de werkloosheid onder vrouwen sneller toenam dan die onder mannen, en minder snel afnam. Dit project, Meiden wat een slechte tijden, werd in mei 1977 afgesloten met een landelijke manifestatie in Nijmegen, de 7-mei-dendag. Hier werd een programma aangenomen met 7 actiepunten ten aanzien van arbeid en inkomen van vrouwen en 7 actiepunten voor de positie van vrouwen in de vakbeweging. Ter Veld wist Irene Vorrink, op dat moment demissionair minister van  Volksgezondheid en Milieuhygiëne, te interesseren naar Nijmegen te komen. Met een dergelijke strategie wist Ter Veld regelmatig publiciteit te genereren voor het vakbondsvrouwenwerk.

Daarnaast onderhield het Vrouwensecretariaat contacten met de vrouwenbeweging, de tweede feministische golf begon immers net op gang te komen. Elske ter Veld en Ans Bakker van de Vrouwenbond zaten in het Comité Wij Vrouwen Eisen. De verhouding met de vrouwenbeweging liep niet altijd even soepel omdat het Vrouwensecretariaat de autonome vrouwenbeweging soms te elitair vond, te sterk gericht  op vrouwen met een goede opleiding, te veel een ‘burgerlijke’ beweging met weinig oog voor de problematiek van arbeidersvrouwen. Andersom werd de vakbeweging – terecht – verweten dat deze door mannen gedomineerde organisatie een aantal blinde vlekken vertoonde. Toonaangevende bondsbestuurders van onder andere de Industriebond NVV deden ook weinig moeite dit negatieve beeld te ontkrachten.

Tomeloze inzet

Dit was het spanningsveld waarin Ter Veld haar werk deed. Haar grote kracht lag zonder meer in haar deskundigheid en haar tomeloze inzet. Met groot enthousiasme, een vasthoudendheid waar de meeste collega’s niet aan konden tippen en met een ijzeren dossierkennis die zij zich grotendeels zelf had eigen gemaakt – met name op het gebied van sociale zekerheid – wist zij zelfs de meest geharnaste hoofdbestuurders van de grote NVV-bonden mee te krijgen. Maar ook met de nodige creativiteit, vrolijkheid en charme: een handige strategie om je doel te bereiken is altijd nodig, ook binnen de vakbeweging. Elske was verbaal heel sterk, haar humor in het debat was even scherp als haar verstand. Met Frans Drabbe, de NVV bestuurder verantwoordelijk voor het vrouwenwerk en tevens cao coördinator, konden de vrouwen goed overweg. Na de wetgeving gelijk loon volgden de jaren van uitwerking van gelijke rechten in cao’s.  Gewapend met de argumenten van Ter Veld kon Drabbe in het Verbondsbestuur resultaten boeken. Een zeer succesvolle samenwerking.

Nel Tegelaar (1919-1992), voorgangster van Elkse ter Veld
Nel Tegelaar (1919-1992), voorgangster van Elkse ter Veld

In september 1992, bij het overlijden van Nel Tegelaar, schreef Elske ter Veld een hartelijke brief aan haar oude vakbondsvriendinnen met goede herinneringen aan Nel en aan haar eigen tijd bij het Vrouwensecretariaat. Ze noemde het een voorrecht Nel in haar leven en werk gekend te hebben. Ter Veld was toen staatssecretaris van sociale zaken en werkgelegenheid en memoreerde tal van discussies uit haar vakbondsperiode: ‘Discussies over de wet minimumloon naar aanleiding van het WRR-rapport. Immers was dat gelijk recht op het minimumloon, ongeacht sexe en burgerlijke staat niet ”onze eerste wet gelijk loon”?’  Ter Veld herinnerde ook aan  activiteiten rondom herintredende vrouwen en discussies over gelijke rechten van vrouwen in de pensioenwereld. ‘Van Nel namen wij de acties richting ABP over en naar al die andere  pensioenfondsen waar vrouwen direct of indirect werden uitgesloten. …..In mijn verdere beroepsleven zitten automatisch gekoppeld herinneringen en ervaringen uit mijn vakbondstijd.’

Staatssecretaris

Als staatssecretaris heeft Ter Veld veel wetgeving tot stand gebracht die inhoudelijk in het verlengde lag van haar vakbondsactiviteiten. Bijvoorbeeld in 1990 de wet over gelijke behandeling van mannen en vrouwen op het terrein van de bovenwettelijke sociale zekerheid, en een wijziging in de ziektewet: verlenging van de periode van het recht op ziekengeld in verband met bevalling. In 1991 wijzigingen in de algemene bijstandswet inzake bijstandsverlening aan vreemdelingen en inzake vergroting van de mogelijkheden om met behoud van uitkering deel te nemen aan scholing en opleidingen. In 1992  de Koppelingswet, over de koppeling van minimumloon en uitkeringen aan de loonontwikkeling. De lijst is nog veel langer.

Wij herinneren ons een ijzersterke vrouw van wie veel viel te leren. Ze was zeker veeleisend maar je kon ook uitbundig met haar lachen.

Floor van Gelder
met medewerking van Tineke de Rijk en Kitty Roozemond

mei 2017